Column

Defined Benefit- en Defined Contribution-pensioen vergeleken

Welke verschillen zijn er tussen beleggingsbeleid, kosten en uitvoering van Defined Benefit- en Defined Contribution pensioen?

Dit verhaal is geschreven door Jasper Haak, partner bij AF Advisors en specialist op het gebied van individueel pensioen en Guido Corbeau, werkzaam als consultant op het gebied van risk & investment vraagstukken bij AF Advisors.


 

Portefeuilles van pensioenfondsen zijn qua beleggingsbeleid niet helemaal vergelijkbaar met andere portefeuilles. Naast een grote hoeveelheid bezittingen zijn de uitgangspunten bij pensioenfondsen de specifieke verplichtingen. Een pensioenfonds bepaalt aan de hand van een ALM-studie het toelaatbare risico en het na te streven rendement vast, de strategische asset allocatie.

Daarnaast dienen er nog belangrijke keuzes worden gemaakt op, onder andere, het gebied van rente- en valuta-afdekking. Een beleggingsportefeuille van een pensioenfonds bestaat veelal uit een matchings- en een rendementsdeel.

  • De matchingportefeuille bestaat in principe vooral uit beleggingen met een laag risico, maar met een relatief zeker rendement zoals bijvoorbeeld staatsobligaties. De matchingportefeuille heeft mede als doel het renterisico te verminderen. Als gevolg van wijzigingen in de rente veranderen namelijk de verplichtingen van het pensioenfonds.
  • In de rendementsportefeuille is meer ruimte voor risico. Naast de vrij standaard beleggingscategorieën als aandelen van bedrijven in ontwikkelde markten en bedrijfsobligaties is er in dit deel ook vaak ruimte voor meer alternatieve en minder liquide beleggingen als bijvoorbeeld private equity en vastgoed.

33% aandelen, 50% obligties

De beleggingskeuzes die worden gemaakt verschillen sterk per pensioenfonds. Eind 2016 hadden de top 50 pensioenfondsen een gezamenlijk vermogen van meer dan 1.000 miljard euro. Daarvan was ongeveer 33% gealloceerd naar aandelen, 50% naar obligaties, 6% naar vastgoed en bijna 10% naar andere alternatieve beleggingen.

Het is verder interessant om te zien dat vooral de grotere pensioenfondsen meer in alternatieve beleggingscategorieën beleggen. Goede voorbeelden hiervan zijn ABP en Zorg en Welzijn die allebei in zonne-energie beleggen.

Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank eerder dit jaar blijkt dat grotere en meer gespecialiseerde pensioenfondsen meer gebruik maken van prestatievergoedingen voor alternatieve beleggingen. Bovendien betalen zij minder prestatievergoeding voor dezelfde prestaties van een vermogensbeheerder.

Kostenvoordeel door schaalgrootte

Grotere pensioenfondsen hebben door hun grotere schaal en expertise een betere onderhandelingspositie weten te benutten. Ondanks dat waren de vermogensbeheerkosten van grotere pensioenfondsen eind 2016 met ongeveer 0,60% ruim hoger dan die van overige fondsen waar de kosten bijna een derde lager waren.

Het opstellen van een beleggingsbeleid bij individueel DC is grotendeels vergelijkbaar met dat van de DB-pensioenfondsen. Ook hier begint het met een ALM-studie om de ideale lifecycle(s) te bepalen. Ook dienen keuzes te worden gemaakt op het gebied van rente- en valuta-afdekking.

Het voordeel bij individueel DC is dat de verplichtingen voorspelbaar zijn. De lage vermogensbeheerskosten hebben er mede toe geleid dat meer dan de helft van de beleggingen passief worden ingevuld. Daarnaast zijn de actieve fondsen vooral van aanbieders van individueel DC-regelingen die een eigen vermogensbeheerder in huis hebben. Deze aanbieders kunnen de actieve huisfondsen aanbieden tegen de passieve kosten.

Andere assetallocatie

De DC-producten verschillen qua allocatie nog wel sterk met DB-fondsen. De gemiddelde allocatie naar aandelen is met 59% beduidend hoger en naar obligaties met 39% lager. Daarnaast wordt slechts 2% van een portefeuille belegd in alternatieve beleggingen. Alternatieve beleggingen zijn aanzienlijk duurder dan traditionele beleggingen. Uitgaande van een allocatie van 5% naar bijvoorbeeld private equity tegen 2% kosten zal alleen al deze allocatie tot bijna 0,10% hogere totale kosten leiden.

Daarbij zijn eventuele prestatievergoedingen nog niet meegenomen. Waar de grootste pensioenfondsbeheerders eigen teams hebben voor het beleggen in alternatives zijn kleinere DC-aanbieders afhankelijk van externe partijen. Een allocatie naar veel alternatieve beleggingen wordt dan vaak pas aantrekkelijk vanaf een paar honderd miljoen euro.

Het is verder interessant om te zien dat individueel DC en duurzaamheid nog niet echt samengaan. Waar duurzaam beleggen binnen de DB-wereld steeds belangrijker wordt, heeft de meerderheid van de individueel DC-producten nog geen actief duurzaamheidsbeleid. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dan indexbeleggen en duurzaamheid niet heel goed samengaan.

Introductie PEPP

Het beleggingsbeleid van duurzame fondsen is intensiever en daarmee vaak duurder. Daarnaast hechten de individuele deelnemers van DC-producten kennelijk nog niet heel veel waarde aan duurzaam beleggen. Eerder dit jaar heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor de ontwikkeling van een pan-Europees raamwerk voor derde pijler pensioenproducten. De Commissie hoopt met de lancering een Europese pensioenmarkt te creëren.

Aanbieders zoals verzekeraars en pensioenfondsen kunnen dan op een vrij gemakkelijke manier een potentieel van 240 miljoen mensen binnen de Europese Unie bedienen. Het moet vooral burgers in landen waar nu nog nauwelijks goede pensioenproducten te krijgen zijn mogelijkheden bieden om op een aantrekkelijke manier extra pensioen op te bouwen. Door de introductie van PEPP moet er door het bereiken van voldoende schaalgrootte goedkoop en goed gespreid belegd kunnen worden.

Hoewel het plan zich nog in de beginfase bevindt, is het duidelijk dat de pensioenen in de toekomst nog individueler gaan worden. Ook het nieuwe kabinet ondersteunt de trend richting de individualisering van pensioenen. Het nieuwe regeerakkoord Vertrouwen in de Toekomst spreekt over de noodzaak van een nieuwe balans en over de opbouw van individueel pensioenvermogen in plaats van de huidige abstracte afspraken die leiden tot teleurstellingen.

Consolidatie in de sector

Met dat laatste wordt het collectieve pensioenstelsel bedoeld. Het is uiteindelijk wel beschamend dat een nieuw kabinet een pensioenstelsel, wat tot de beste ter wereld behoord, zo karakteriseert. Op dit moment is nog minder dan 1% van het pensioenvermogen belegd via individueel DC. De individueel DC-markt zal de komende jaren nog sterk in beweging zijn.

Naast de aantrekkende groei zal consolidatie onder de aanbieders verder gaan plaatsvinden. Recent overgenomen partijen als Delta Lloyd en Generali zijn hiervan goede voorbeelden. De verwachting is dat er op de Nederlandse markt uiteindelijk maar plaats zal zijn voor minder dan tien aanbieders.

De veranderende (Europese) marktomstandigheden, groei van individueel pensioen en de te verwachten consolidatie zullen een verdere bijdrage gaan leveren aan de ontwikkeling van individueel pensioen. Nu individueel DC steeds meer volwassen aan het worden is, gaat het een aantal goede kenmerken van DB overnemen.

Andere verantwoordelijkheden

Dankzij schaalgrootte zullen de allocatiemodellen meer geavanceerd worden. Naast aandelen en obligaties zal er meer ruimte komen voor andere beleggingen. Verder biedt het de deelnemers nog extra keuzemogelijkheden op een aantal belangrijke beleggingsaspecten. Een deelnemer kan onder andere zelf kiezen hoe risicovol pensioen wordt opgebouwd en of er na pensionering een garantie wordt aangekocht of dat juist doorbeleggen een betere oplossing is.

Daarnaast kan een deelnemer ook zelf beleggingsinhoudelijke keuzes maken over bijvoorbeeld actief versus passief en duurzaam versus niet duurzaam. Het is een goede ontwikkeling dat deelnemers meer invloed krijgen op hun eigen pensioen.

Echter, meer invloed en keuzevrijheiden zullen ook gaan leiden tot andere verantwoordelijkheden voor de pensioenaanbieders. Betere communicatie met- en ondersteuning van deelnemers zullen in de toekomst noodzakelijk worden om te helpen uiteindelijk voldoende pensioen te behalen.

 


 

Wat is Defined Benefit, en wat is Defined Contribution? 

Het Nederlandse pensioenlandschap wordt gedomineerd door de toegezegde-pensioenregeling (Defined Benefit). In dergelijke regelingen neemt het pensioenfonds het beleggingsrisico voor zijn rekening. De premie-inleg wordt meestal aangepast indien de opbouw en de uitkeringen in het geding komen.

Er vindt een verschuiving plaats naar Defined Contribution. De financiële risico’s die samenhangen met pensioenen verschuiven daarbij van de werkgevers (fondsen) naar de werknemers.

In de beschikbare premieregeling staat de inleg vast en wordt deze bij pensionering omgezet in een levenslange uitkering. Mede door deze ontwikkeling krijgen pensioenen ook in toenemende mate een individueel karakter. De verschuiving in de pensioensector heeft er toe geleid dat veel nieuwe partijen zich op individueel pensioen zijn gaan richten.

Er zijn meer dan 30 verschillende individueel DC-producten van bijna 20 verschillende aanbieders. Naast de Nederlandse verzekeraars proberen ook banken en (buitenlandse) vermogensbeheerders marktaandeel te verkrijgen door het introduceren van individueel DC- en/of premiepensioenproducten.

De individuele DC-markt is over de afgelopen jaren sterk gegroeid naar een vermogen van ongeveer tien miljard euro. De hevige concurrentie heeft geleid tot prijsdruk onder de premiepensioenproducten. De kosten zijn sterk gedaald over de afgelopen jaren en bedragen inmiddels minder dan jaarlijks 0,45%.

De totale kosten bevatten naast vermogensbeheerskosten en servicekosten tevens de winstmarge van de aanbieder. Dit betekent dat de kosten voor vermogensbeheer bij veel aanbieders niet meer dan 0,25% kunnen bedragen.

Guido Corbeau is Consultant bij AF Advisors. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Alternatieve beleggingen