Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Toezichthouders gaan te ver

De ongekend strakke regels van de toezichthouders, tot verboden aan toe, gaan wat mij betreft veel te ver.

De vakantie zit er op. Lopend langs het strand zag ik de kitesurfers en paragliders langs en boven mij zweven. Beide activiteiten lijken met het jaar populairder te worden. Dat is begrijpelijk. Spektakel op de golfen, spektakel in de lucht, veel (sportieve) mensen hebben daar behoefte aan.

Maar die lucht- en wateracrobatiek is niet zonder risico. Helaas gebeuren er nogal eens ongelukken, soms zelfs met dodelijk afloop. Moeten dit soort activiteiten dan maar verboden worden? Ik vind van niet.

Zolang deze bezigheden anderen niet in gevaar brengen - daar kun je overigens nog wel over discussiëren of dat bij deze sporten het geval is - moet iedereen zelf kunnen bepalen welke hobby hij wil beoefenen.

Bescherming van de consument

Gelukkig is het (nog) niet verboden te surfen en te gliden. Er is dan ook geen AFM op het gebied van sport en hobby's. Want dan zou het anders uitpakken. De financiële sector wordt op een opvallende manier bejegend als het om bescherming van het publiek tegen (ongewenste) risico's gaat.

Er is de laatste jaren een trend om ongekend strakke regels door te voeren, tot en met verboden aan toe. België spant op dit gebied de kroon. Onlangs heeft Belgische Autoriteit Financiële Diensten en Markten (FSMA) besloten dat (OTC) derivaten als CFD's en binaire opties niet meer "vercommercialiseerd" mogen worden aan particuliere beleggers.

In een persbericht geeft de Belgische toezichthouder aan dat de aanbieders van deze producten het beleggingspubliek proberen te verleiden door hoge rendementen voor te spiegelen in een context van lage rente.

Maar in werkelijkheid, zo stelt FSMA, is er sprake van "producten die op agressieve wijze gecommercialiseerd worden en uiterst risicovol zijn, transacties op vaak zeer korte termijn inhouden en geen band hebben met de reële economie".

In deze quote zitten de elementen waarop de toezichthouder zich baseert de gewraakte hefboomproducten te verbieden. Laten we die elementen eens nader bekijken.

1. Agressieve verkoop

De eerste reden tot verbod is kennelijk de agressieve wijze waarop deze producten aan beleggers worden verkocht. Ik houd het niet allemaal bij, maar afgaande op wat ik af en toe zie langskomen kan ik mij de waarneming van FSMA voorstellen.

Er zijn ongetwijfeld veel aanbieders die de risico's van deze producten wegmoffelen en de winstkansen onrealistisch hoog weergegeven. Waar heb ik dat eerder gezien? Precies, de markt van gestructureerde producten zat aan het begin van deze eeuw in eenzelfde ongewenste modus.

Aanbieders verzonnen mooie namen, verdoezelden de kosten, spraken niet over risico en gingen uit van onwerkelijk hoge rendementen. Het was de belangrijkste reden om mijn rubriek 10 van Tak te beginnen, waarin ik elk nieuw gestructureerd product doorlichtte.

Gelukkig zijn de autoriteiten niet overgegaan tot verboden en is er uiteindelijk, ook door maatregelen van diezelfde autoriteiten, een markt ontstaan waarin transparante goede producten het beleggende publiek ter beschikking staan.

Dus Autoriteiten Financiële Markten aller landen, als het gaat om slecht gedrag van aanbieders van (hefboom)producten is het juist aan gedragstoezichthouders dat gedrag te veranderen en niet om met verboden te beginnen.

2. Uiterst risicovolle producten

Het tweede door de toezichthouder genoemde punt is dat de producten die nu verboden worden, uiterst risicovol zijn. Daar heb ik een aantal opmerkingen over. Ten eerste zijn er veel andere producten die ook uiterst risicovol zijn.

Gewone geschreven putopties op aandelen kunnen tot grote verliezen leiden, tot veel meer dan de inleg of de vereiste margin. Of wat te denken van eenzijdige posities in aandelen die later weinig of niets meer waard zijn (Fortis, Imtech, KPNQwest). Het grote beleggingspubliek heeft zich daar flink in verslikt.

Veel van deze financiële ongelukken ontstaan door en gebrek aan kennis van particuliere beleggers. Daar zit de oplossing van het probleem dat particuliere beleggers onbeschermd en onwetend domme dingen kunnen doen. Opleiden, opleiden, opleiden.

Natuurlijk in het algemeen, maar het lijkt mij een prima idee dat aanbieders van complexere producten verplicht aan de beleggers een financiële cursus voorleggen, afsluitend met een examen. Als de belegger zijn financiële rijbewijs in handen heeft, als voorwaarde om in complexere producten te beleggen, hoeven de toezichthouders zich geen zorgen te maken over aan hun lot overgelaten beleggers.

Tot slot wat het punt over risico aangaat, ik zou de stelling niet durven verdedigen dat hefboomproducten altijd meer risico impliceren. Het hangt er vanaf hoe u deze instrumenten inzet, maar een defensief gebruik van hefboominstrumenten kan veel beleggers juist voor financiële rampen behoeden.

3. Te korte looptijd

Het derde element uit de FSMA-quote gaat over de termijn (looptijd) van de genoemde financiële instrumenten. Die is erg kort, vaak een uur of nog veel minder. Wat mij betreft vind ik het ook niet aantrekkelijk in instrumenten met een dergelijke (resterende) korte looptijd te handelen.

Maar elk financieel instrument met een vaste looptijd heeft een einddatum en daarmee op een gegeven moment een (zeer) korte resterende looptijd. Soms kan een dergelijk instrument een enorm risico impliceren.

Denk bijvoorbeeld aan de voorwaardelijke garantie- en rendementsproducten die bijvoorbeeld aflossen op een koers van 120 als de onderliggende waarde gedurende de looptijd nooit meer dan 30% is gedaald. Maar als de koers met 30,1% is gedaald, is de aflossing 69,9.

Als dit financieel instrument tegen de afloopdatum net geen 30% is gedaald, vindt aflossing plaats op 120 of op 69,9 (of lager). Het behoeft geen betoog hoe riskant een dergelijk product met een zeer korte resterende looptijd op dat moment is.

Nogmaals, de beste bescherming voor de consument tegen dit soort situaties is voldoende kennis dit risico te beoordelen en niet een verbod van alle producten waar (bovengemiddelde) risico's mee samenhangen.

4. Ver van de reële economie

Tot slot het meest curieuze element in de redenering van de FSMA. De nu verboden producten zouden geen relatie met de reële economie meer hebben. Op zichzelf is dat een juiste constatering, maar als dat het criterium is voor verbod, kunnen we de hele financiële markten wel opdoeken.

Dit soort uitspraken van een toezichthouder zet bovendien beleggers op het verkeerde been. De niet ingewijde financiële consument zou daaruit kunnen afleiden dat de niet verboden producten wél een directe relatie met de economische realiteit hebben. De ervaren belegger weet wel beter!

Verplicht financieel rijbewijs

De beste bescherming van de consument tegen complexe en risicovolle producten is het opvoeren van kennis bij de consument, eventueel in combinatie met een verplicht financieel rijbewijs.

De gedragtoezichthouders moeten zich niet bezighouden met verboden, maar zorgen dat aanbieders transparant zijn, begrijpelijke en goede informatie geven en uiteraard integer handelen. Als dat niet het geval is, is een ontzegging van een dergelijke partij tot de markt natuurlijk een uitstekende maartregel.

Maar dat is wat anders dan de toenemende neiging van toezichthouders een beleid te entameren naar het verbieden van financiële producten.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie