Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Belasting op execution-only beleggen?

Uit een nieuw AFM rapport blijkt 32% van de beleggers suboptimaal gedrag vertoont. Maar dat lijkt Marcel Tak onzin. Dat risicovol (suboptimaal) gedrag zal in combinatie met de kans in financiële problemen te komen, erg meevallen.

Het is begin 2027 en de transactiekosten bij de brokers zijn opnieuw fors gestegen. Voor de aankoop van een pakketje Nederlandse aandelen is een belegger al gauw 2,5% kwijt. Dat was vorige jaar nog 1,75%.

Beleggers denken met weemoed terug aan het Walhalla van zes jaar geleden, toen de transactiekosten nagenoeg nihil waren. Die goede oude tijd komt niet meer terug sinds de overheid de transactiebelasting invoerde.

Eerst ging het nog om een verwaarloosbaar percentage van 0,1%, later werd dat verhoogd naar 0,5% en nu is het percentage dus al opgelopen tot 2,5%.

Vermaledijde belasting

Natuurlijk heeft de overheid op deze manier een mooie bron van inkomsten aangeboord. Maar dat was natuurlijk niet het officiële argument voor de invoering van de transactiebelasting.

Voor dat besluit lag een overtuigend onderzoek van toezichthouder AFM ten grondslag. Op 4 november 2021 publiceerde de AFM een rapport over het gedrag van de execution-only belegger.

Dat rapport legde de basis voor de vermaledijde belasting. Althans, zo zou het de komende jaren gemakkelijk kunnen gaan. Op allerlei gebied heft de overheid accijnzen om zo het gedrag van zijn burgers te beïnvloeden.

Beleggen kan slimmer

Een transactiebelasting past prima in het rijtje van belasting op sigaretten, benzine en bijvoorbeeld de wens een suikertax in te voeren. Wat is de link tussen het AFM rapport en de invoering van een transactiebelasting? Daar kom ik op terug.

Ik neem eerst het rapport van de toezichthouder met u door. En u weet, dan begin ik doorgaans met een complimentje. Dat doe ik nu ook en het betreft de titel van het onderzoek. Die is netjes neutraal: Beleggingsgedrag van execution-only beleggers.

Niet meteen een tekst die massaal tot lezen uitnodigt. Maar zo hoort dat, voor een toezichthouder. Helaas ben ik daarmee door mijn complimenten heen. AFM kan de verleiding niet weerstaan om op de website het onderzoek onder de aandacht te brengen met de kop: Beleggen kan slimmer: één op de drie handelt te vaak of neemt te veel risico.

Niet te vaak

Die conclusie, laat ik maar met de deur in huis vallen, lijkt mij op grond van het onderzoek onzin. Volgens het AFM rapport vertoont 32% van de beleggers suboptimaal gedrag. Wat wordt daaronder verstaan?

Suboptimaal gedrag betekent dat de belegger zijn aandelenposities te weinig spreidt, te veel handelt of te veel in crypto’s dan wel CFD’s handelt. Tja, zo kan ik ook tot een hoog percentage komen.

Bedenk nog meer handelswijzen die je als suboptimaal zou kunnen kenmerken, bijvoorbeeld een te beperkte valutaspreiding. Dat zal het percentage aan suboptimaal gedrag ongetwijfeld verder verhogen. Een belegger met een zeer goed gespreide portefeuille die te vaak handelt komt al in de 32%-kop van de AFM terecht.

Binnen de norm

Voor AFM is het aantal transacties van meer dan 50 per jaar “te veel”, maar bij een portefeuille van 10.000 euro of minder is de grens gesteld op 11 transacties. Dat lijkt mij een merkwaardige manier van meten.

Een belegger met een portefeuilleomvang van 9.000 euro met elf transacties handelt te veel, maar de belegger met een portefeuille ter grootte van 11.000 en 49 transacties valt kennelijk nog binnen de AFM handelsnorm.

In het rapport geeft de toezichthouder aan dat een ruime meerderheid van de beleggers één keer per week of vaker naar de waarde van zijn beleggingen kijkt. Dat wordt dan meteen al als suboptimaal gedrag gekarakteriseerd, omdat dit tot meer handelen zou kunnen leiden en daarmee een lager rendement.

Weinig spreiding?

Dat is wel heel kort door de bocht. Er is niets mis met een wekelijkse kijk op de behaalde resultaten en eventueel daaruit voortvloeiend acties te ondernemen.

In het onderzoek staat voorts de stelling dat beleggers vaak te veel risico nemen, bijvoorbeeld door te weinig te spreiden. Het gevolg daarvan is minder rendement. Inderdaad leidt te weinig spreiding tot meer risico, maar dat wil niet zeggen dat het rendement per se minder wordt.

Wel wordt de spreiding van de beleggingsuitkomsten groter, en het is goed mogelijk dat dit niet de bedoeling van de belegger is. Maar het kan ook wel zijn of haar intentie zijn. Om dan van suboptimaal beleggersgedrag te spreken gaat veel te ver.

Niet in de problemen

Even verderop in het rapport volgen cijfers waaruit ik concludeer dat, zelfs als je de criteria van AFM zou volgen, het prima gesteld is met de execution-only belegger. Van maar liefst 88% van de ondervraagden is het te verwachten dat zij niet in de financiële problemen komen door suboptimaal beleggingsgedrag.

Dat lijkt mij een heel mooi cijfer, maar de toezichthouder focust liever op de 12% die mogelijk wel in de problemen komt door suboptimaal beleggersgedrag.

AFM geeft halverwege het rapport aan dat ze gaat uitleggen hoe de conclusies tot stand zijn gekomen en welke vervolgstappen de AFM wil ondernemen. Heeft de toezichthouder ooit wel eens een rapport geschreven en geconcludeerd dat alles prima verloopt en aanvullende actie niet noodzakelijk is?

Niet alles opgeven

Uit het onderzoek blijkt verder dat de meeste beleggers een hoge opleiding hebben. Bijna 60% geeft aan een inkomen boven modaal te verdienen. Toch belegt meer dan de helft van de ondervraagden met minder dan 25.000 euro. Dit cijfer geeft mij wantrouwen in de uitkomsten van het onderzoek.

Ik kan mij heel goed voorstellen dat beleggers wel iets aan de AFM willen vertellen over hun beleggingsgedrag. Het is zelfs mogelijk dat zij de omvang van hun beleggingsportefeuille nauwkeurig opgeven.

Maar ik denk dat er een grote mate van waarschijnlijkheid is dat de ondervraagden eventuele andere (spaar)rekeningen verzwijgen. Dat betekent dat de conclusies over risicovol (suboptimaal) gedrag in combinatie met de kans in financiële problemen te komen wel eens heel erg kunnen meevallen.

Niet bijzonder

Echter, in het rapport staat aangegeven dat in werkelijkheid die 12% “probleembeleggers” juist hoger kan zijn, omdat beleggers niet alle vragen hebben beantwoord. Volgens mij betekent dit, zoals ik hierboven aangeef, dat het cijfer ook (nog) lager dan 12% kan zijn.

Maar die mogelijkheid ziet de toezichthouder kennelijk niet. AFM geeft aan te gaan kijken naar de oorzaken van het gevonden gedrag.

Alsof dat gedrag zo slecht en zo bijzonder is. Er zijn beleggers die wat meer handelen, die wat minder spreiden


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Outlook 2022