Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Heilige graal beleggingsanalyse

De redenering dat obligaties een goede investering zijn vanwege de relatief hoge reële rente kan naar het rijk der fabelen.

Vorige week las ik een provocerend artikel op de website van de Wal Street Journal, geschreven door Jason Zweig. Ik houd van provocerende artikelen. Hoe tegendraads ook, er is nagenoeg altijd wel een punt in de argumentatie waarmee je het eens kunt zijn.

Dat is in het artikel van Zweig echter niet het geval. De WSJ-analist geeft aan dat beleggen in obligaties aantrekkelijk is. De rentevergoeding is weliswaar laag, maar je moet dat in perspectief zien.

Zijn analyse gaat over de Amerikaanse markt, waar het rendement op staatsobligaties met een tienjarige looptijd gelijk is aan 1,6%. Dat betekent dat op een investering van 10.000 dollar de belegger jaarlijks zo'n 160 dollar ontvangt. Dat lijkt een lage vergoeding, maar volgens Zweig is dit beter dan in veel periodes uit het verleden.

Beter af dan in 2011

Hij wijst op de lage inflatie van circa 1%. Per saldo verdient de obligatiebelegger 0,5% met zijn belegging. Dat is meer dan bijvoorbeeld in 2011. Toen was de rente een veel mooiere 2,8%, maar de inflatie 3,0%. Een belegging in staatsobligaties leverde toen een negatief rendement op. De belegger is nu beter af dan in 2011 concludeert Zweig.

Dat is een merkwaardige redenering. Laten we eens kijken hoe beroerd de belegger in Treasuries het sinds 2011 heeft gedaan. Ik kijk naar twee ETF's op Amerikaanse staatsleningen, beiden van iShares. Eén van de ETF's volgt de index met obligaties met looptijden tussen zeven en tien jaar, de ander repliceert de obligaties met looptijden tussen tien en twintig jaar. De gemiddelde looptijd van obligaties in deze ETF's is circa elf jaar.

Tussen 2011 en 2016 maakten de twee indexfondsen gemiddeld, in dollars, een rendement van 33%, gelijk aan 5,8% op jaarbasis. Dat rendement komt natuurlijk niet alleen van de couponrente, maar bestaat voor 18% uit koersstijging van de obligaties, circa 3% per jaar.

Reële rendement

Het resultaat wordt er in reële termen alleen maar fraaier op doordat over dezelfde periode de jaarlijkse geldontwaarding afnam van 3% naar 1%. Gemiddeld bedroeg de inflatie over die periode een kleine 2%, zodat het reële rendement van de 2011 belegger in Amerikaanse tienjaars obligaties op circa 4% uitkwam.

Maar de beleger is in 2016 dus beter af dan die in 2011, althans volgens Zweig. Als dat zo is, moet de komende vijf jaar minstens een reëel rendement van 4% worden behaald. Dat betekent dat de Amerikaanse rente, bij gelijkblijvende inflatie, de komende vijf jaar moet dalen van 1,6% naar -0,6%.

Ik geef toe, gezien de ontwikkeling in de eurozone is dat niet geheel onmogelijk. Maar dat de 2016 belegger alleen vanwege de relatief gunstige reële rente nu beter af is dan de 2011 belegger is een flinke stap te ver.

Rentestijging

Onzinnig wordt de redenering van Zweig als hij het mogelijke scenario van een rentestijging in zijn analyse betrekt. Met de huidige lage renteniveaus ziet hij dat wel degelijk als gevaar. De analist geeft toe dat bij een 1% rentestijging de Barclays U.S. Aggregate Bond Index, om maar een 'willekeurig' voorbeeld te noemen, met 5,5% daalt.

Met deze index redeneert Zweig naar zich toe. Ten eerste bestaat de index voor de helft uit niet-overheidsobligaties. Een 1% rentestijging op Treasuries zou een sterkere rentestijging voor bedrijfsobligaties kunnen beteken, met een grotere koersdaling dan 5,5% als gevolg. Nog belangrijker, de index heeft een gemiddelde looptijd van 7,4 jaar, terwijl Zweig het over obligaties met een looptijd van tien jaar had. Als de rente 1% stijgt, zullen tienjarige Treasuries met 9% dalen in plaats van met 5,5%.

Maar de drogredenering die alle andere drogredeneringen overbodig maakt, is zijn argument dat bij een eventuele rentestijging de belegger nieuwe kansen krijgt obligaties tegen lagere koersen, dus met een hogere rente, te verkrijgen.

Heilige graal

Dit is de heilige graal der aandelen- en obligatie-analyses. Het resultaat is altijd goed. Bij een verder dalende rente geven obligaties een mooi rendement via koerswinsten, bij een stijgende rente geeft dat kansen op nieuwe laaggeprijsde obligaties. Trekt u het door naar aandelen dan ontstaat dezelfde situatie. Analyse is niet meer nodig, want u zit altijd goed. Heeft u de pech dat aandelenkoersen dalen, dan koopt u vervolgens (kennelijk met direct op voorhanden zijnd nieuw geld) de lager geprijsde aandelen.

De belegger die verwacht dat de inflatie nog heel lang laag blijft, en de rente verder gaat dalen, kan prima terecht in Treasuries. Maar dan wel op die specifieke visie. Als die niet uitkomt, kan flink koersverlies het gevolg zijn. Die afweging moet elke belegger maken.

Maar de redenering dat obligaties nu een goede investering zijn, zelf beter dan in het verleden, alleen vanwege de relatief hoge reële rente, verwijs ik naar het rijk der fabelen. Ik permitteer me dan ook een flauw grapje: Jason, Zweig!

 

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Alternatieve beleggingen