Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De (MSCI) wereld is klein

Ik analyseer indexfondsen/ETF’s op de bekende MSCI World Index. Let op, de wereld bestaat slechts uit 24 landen.

Met één transactie in de hele wereld beleggen. Dat lijkt met de indexfondsen/ETF’s op de bekende MSCI World Index mogelijk. Deze index bevat meer dan 1600 aandelen en door de koop van een indexfonds met de MSCI World als onderliggende waarde, zelfs als het een klein bedrag betreft, wordt blootstelling naar al deze aandelen verkregen. Maar let op, de wereld bestaat volgens MSCI uit slechts 24 landen.

En dat vertekent nog het beeld, want de aandelen uit de VS zijn voor meer dan de helft (52%) in deze index vertegenwoordigd. Tel daarbij de UK (10%), Japan (9%), Canada (5%) en Frankrijk (4%) en dan blijkt dat deze vijf landen 80% van de gehele index uitmaken! Maar goed, dat zal ook redelijk overeenkomen met de verdeling van de marktkapitalisatie over de regio’s. Belangrijker is te weten dat de opkomende economieën helemaal niet in de MSCI World Index zijn vertegenwoordigd.

Beleggers die een echt mondiale aandelenpositie in de portefeuille wensen, moeten dus ook één van de indexfondsen op de MSCI Emerging Markets aanschaffen. Deze fondsen onderzocht ik vorig jaar. Dit keer analyseerde ik zeven indexfondsen met de MSCI World index als onderliggende waarde. In onderstaande samenvattende tabel staan de belangrijkste resultaten.

ETF
STR1)TERWKnet WKbrutSpread
FO -0,50% - 0,73% -1,33%   0,07%
FO -0,35% - 0,80% -1,42% 0,38%
S -0,45% - 0,77% -1,39% 0,07%
S -0,38% - 0,33% -0,91% 0,22%
FO -0,40% - 0,16% -0,76% 1,98%
S -0,45% - 0,22% -0,83%  0,11%
F -0,50% - 0,40% -1,00%  NAV 2)

1) F = Fysiek; FO = Fysiek Optimised (niet alle aandelen uit index worden gekocht); S = synthetisch
2) Eén keer per dag (11:00 uur Ierse tijd) handel op basis van Net Asset Value (NAV)

Swaptransactie
Uit de tabel blijkt dat de verschillen tussen de opgegeven TER (total expense ratio) niet zo groot zijn, en varieert van 0,38% tot 0,50%. De werkelijke kosten (indexresultaat minus fondsresultaat) op basis van de netto return index (WKnet) lopen veel meer uiteen, en wel van 0,16% tot 0,80%. Het betreft de door mij berekende werkelijke kosten op basis van de index waarin het netto dividend is herbelegd. Onder WKbrut staan de werkelijke kosten op basis van het rendement van de index waarbij de bruto dividenden worden herbelegd. Uiteraard komen de werkelijk kosten vergeleken met het rendement van deze index hoger uit.

ETF’s en indexfondsen (overigens, ook beleggingsfondsen) vergelijken zich doorgaans met de netto index. Immers, het bruto dividend kan nooit helemaal herbelegd worden vanwege de direct ingehouden bronbelasting. Toch geeft dit cijfer goed aan hoeveel rendement de belegger verliest ten opzichte van de index zonder kosten én zonder belastingeffect. Uit de cijfers blijkt dat CS zeer goed scoort wat betreft lage werkelijke kosten.

Daar staat tegenover dat de handelsspread zeer hoog is, en deze ETF zich daardoor nauwelijks leent voor beleggers die regelmatig (willen) handelen. De Amundi en vooral de db-X ETF’s combineren lage kosten wél met een kleine handelsspread en zijn daarom geschikt voor de actieve belegger die op kosten let. Het zijn beide synthetische fondsen die door middel van een swaptransactie de onderliggende index volgen. Beleggers die de voorkeur geven aan een fysiek indexfonds zijn op basis van deze cijfers het best af met de Vanguard Global Stock Index Fund.

Risico op afwijkingen
Ook hier geldt een handelsnadeel. Het fonds is slechts één keer per dag verhandelbaar (Ierse beurs). Het voordeel is dat de transacties tegen intrinsieke waarde (NAV) worden afgewikkeld, zodat geen spreadkosten verloren gaan. De fysieke iShares MSCI World is goed en tegen een lage spread verhandelbaar, maar de werkelijke kosten vallen wat tegen. Dat heeft te maken met 2010, waar een aanzienlijk achterstand ten opzichte van de index is ontstaan. Wellicht is de oorzaak een niet volledige replicatie van de index (Optimised Sampling). Veel fondsen geven er de voorkeur aan om slechts een deel van de indexaandelen te kopen uit kostenoverwegingen.

Dat is begrijpelijk bij een index van meer dan 1600 aandelen. Het risico op afwijkingen (zowel positief als negatief) is dan echter groter. Vanguard is overigens het enige fysieke fonds dat alle onderliggende aandelen van de index in positie heeft. Op basis van de berekende werkelijke kosten concludeer ik dat ook nu weer dat een synthetische ETF op voorhand geen kostenvoordeel biedt ten opzichte van de fysieke variant.

De informatie die de fondsen over hun indexfondsen geven is redelijk tot zeer goed. iShares is de enige aanbieder die alle benodigde informatie geeft via een geheel op de Nederlandse belegger gerichte site. Ook Deutsche Bank (db-X) geeft uitstekende informatie, maar niet (allemaal) in het Nederlands. HSBC kan nog veel verbeteren aan zijn site om de informatie op het minimaal vereiste niveau te brengen.

Tot slot: In de afzonderlijke analyses zijn de rendementen soms in dollars en soms in euro’s berekend en gepresenteerd. De keuze is gemaakt op basis van de NAV (intrinsieke waarde) informatie die de aanbieder over het indexfonds geeft. Die is soms in dollars en soms in euro. Voor de berekende werkelijke kosten maakt de gehanteerde valuta niets uit.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Alternatieve beleggingen