Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Informatiedrama rondom beleggingsproducten

Prima initiatief, dat Essentiële Informatie Document (EID), maar de cijfers die aanbieders daarin moeten zetten, geven geen goed beeld van kosten en risico's. Beleggers hebben er dus helemaal niets aan, aldus Marcel Tak. Dat moet toch anders kunnen, AFM?

Enkele weken geleden schreef ik over de onbegrijpelijke maatregel van de AFM inzake de informatievoorziening over gestructureerde beleggingsproducten, ofwel Packaged Retail and Insurance-based Investment Products (PRIIPs).

Deze producten mogen niet meer aan Nederlandse beleggers worden aangeboden indien de vereiste documentatie niet (ook) in het Nederlands is opgesteld. Dat betekent in de praktijk dat buitenlandse markten waar deze producten worden verhandeld vanuit Nederland zijn afgesloten.

Ook al voldoet de informatie exact aan de door de lokale of Europese toezichthouders gestelde eisen. Kiene beleggers die zich op deze manier niet willen laten betuttelen, kunnen overigens gemakkelijk zelf een rekening in het betreffende land openen.

Verplicht document

Daarmee de ineffectiviteit van de regel anderszins duidelijk wordt. De afgelopen tijd kreeg ik veel vragen of het door mij beheerde BUFFERfund ook de dupe van deze maatregel was geworden. Dat fonds belegt immers in aan de Duitse beurs genoteerde gestructureerde producten.

Gelukkig zijn de toezichthouders (nog?) niet zover gegaan om ook professionele partijen de toegang tot deze producten te ontzeggen, dus voor ons fonds heeft de maatregel geen negatief effect. Maar het blijft ongelooflijk dat particuliere beleggers vanuit Nederland de toegang tot deze interessante markt wordt ontzegd.

De taalmaatregel van de toezichthouders stond overigens in de schaduw van andere regelgeving voor PRIIPs, namelijk de verplichte opstelling van een nieuw document. Het gaat om de Key Information Document (KID). Om te voorkomen dat particuliere beleggers deze column niet mogen lezen (sic), geef ik gelijk de vertaling: Essentiële Informatie Document (EID).

Dramatisch slechte eisen

De EID dient beknopte en heldere informatie over het beleggingsproduct te geven. Elk PRIIP moet voorzien zijn van dezelfde soort informatie in een identieke lay-out. De bedoeling is dat beleggers zo over eerlijke en goed vergelijkbare informatie beschikken.

Zij kunnen dan betere beslissingen nemen het product wel of niet aan te schaffen. Bovendien zijn de producten dan ook onderling goed vergelijkbaar. Ik vind het op zich een uitstekende maatregel van de toezichthouders om een dergelijk document voor elke PRIIP verplicht te stellen.

Dus chapeau, het is in principe prima Europese wetgeving. Maar daar houden mijn complimenten wel op. Want wat zijn de eisen die aan het EID worden gesteld dramatisch slecht. Ik ben van mening dat beleggers in veel gevallen door de EID niet goed worden geïnformeerd over kosten en risico’s en mogelijk zelfs zullen worden misleid.

Particulieren geen baat bij het KID

Met deze opvatting sta ik niet alleen. De European Fund and Asset Management Association (EFAMA), de organisatie van fonds- en vermogensmanagers dus, geeft in niet mis te verstane woorden aan dat particuliere beleggers geen baat hebben bij het KID (EID).

Zo stelt de organisatie dat de vereiste weergave van de kosten tot een volkomen verkeerd beeld aanleiding kan geven. Onder kosten verstaat de wetgever eenmalige kosten, incidentele kosten en vaste kosten. Onder de vaste kosten vallen de transactiekosten.

Dat is merkwaardig want dat is bij uitstek een variabele kostencomponent. Ernstiger is dat, in een poging de spreads als onderdeel van de transactiekosten van beleggingsfondsen opgenomen te krijgen, de regelgeving veel te ver doorschiet.

Te rooskleurig verleden

Transactiekosten moeten berekend worden door het verschil in de nettoprijs van de transactie en de middenkoers van de aankoop op het moment dat de order wordt ingelegd. Die gegevens moeten in principe over drie jaar worden verzameld.

Als de middenkoersen op de betreffende handelsdag niet meer beschikbaar zijn, mag ook de openingskoers worden genomen. Het is een bijna onmogelijke opgave die gegevens te verzamelen en bovendien kunnen marktbewegingen tot een enorme over- of onderschatting van de transactiekosten leiden.

Ander kritiekpunt van de EFAMA, waar ik het ook van harte mee eens ben, is de wijze waarop toekomstige scenario’s moeten worden weergegeven. Die scenario’s zijn gebaseerd op het verleden, waarin aandelen- en obligatiemarkten prachtige rendementen lieten zien.

Niet alleen volatiliteit 

De toekomstige scenario’s zullen dus relatief gunstig zijn. De particuliere belegger wordt op deze manier helemaal niet goed geïnformeerd over potentiële risico’s. Dat geldt des te meer omdat risico bijna helemaal wordt opgehangen aan volatiliteitcijfers.

Ik wil graag een voorbeeld geven met het BUFFERfund. Het fonds behaalde sinds de start in augustus 2016 een rendement van iets meer dan 10% bij een zeer lage volatiliteit van circa 2,5. Mooie cijfers en die laten we dus graag zien aan geïnteresseerde beleggers.

Maar we zullen het volatiliteitcijfer nooit sec gebruiken om over de risico’s van het fonds te communiceren. Het lage cijfer komt mede door de gehanteerde strategie, maar natuurlijk ook door de gunstige marktomstandigheden in de laatste jaren.

Begrijpelijke teksten kosten en risico's

De EID dwingt mij nu het volatiliteitcijfer te communiceren, zonder dat dit in een duidelijke context geplaatst kan worden. De EID dwingt mij op die manier een verkeerd beeld van de mogelijke risico’s van het fonds te geven.

We denken nog na over een oplossing, want het zo publiceren van een dergelijk cijfer is natuurlijk in niemands belang. De toezichthouders hebben in hun streven naar standaardisatie de verkeerde aanpak gekozen. Ze kozen voor een zo cijfermatig mogelijke benadering van risico, omdat de berekeningen dan voor iedereen gelijk zijn en vergelijken makkelijker wordt.

De uitkomsten van die berekeningen zijn echter nietszeggend en zullen vaak een verkeerd beeld geven van de werkelijke risico’s (en kosten). De toezichthouders hadden meer moeten inzetten op het verplicht publiceren van korte en begrijpelijke teksten over kosten en risico’s.

EID zwak ingevuld

Bijvoorbeeld door de PRIIP-ontwikkelaars te laten aangeven onder welke omstandigheden een groot verlies op het product te verwachten is, wanneer er gematigd wordt gepresteerd en onder welk scenario er bovengemiddelde rendementen te verwachten zijn.

Daar heeft de belegger meer aan dan verplichte standaardgetallen die de toekomst zullen weergeven als het spiegelbeeld van een rooskleurig verleden. De enige cijfers die wel belangrijk zijn mogen juist niet in de EID worden vermeld: het werkelijk behaalde rendement en het risico (volatiliteit) per kalenderjaar.

Dat is toch een gegeven waar beleggers op begrijpelijke wijze over de prestatie van het product kunnen worden geïnformeerd, zeker als die cijfers ook worden vergeleken met de doelstellingen van het product.

Het is bijzonder jammer dat een goed initiatief van een verplichte EID voor PRIIPs inhoudelijk zo zwak wordt ingevuld. Dat moet toch beter kunnen, AFM?

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

ETF's