Er is geen obligatiebubbel

Obligatiekoersen lopen op en er komen rentestijgingen aan. Toch zijn dit geen redenen om géén obligaties te kopen.

Obligatiebeleggers kijken om zich heen. Ze hebben de afgelopen jaren keurige rendementen kunnen maken, maar nu de koersen zijn opgelopen en er rentestijgingen worden verwacht, vraagt menigeen zich af of het tijd is om over te stappen. Maar waar naar toe? Met de huidige rente op je spaartegoed blijf je vechten tegen de inflatie en (voor zover van toepassing) vermogensrendementsheffing. Per saldo teer je in op je vermogen.

Aandelen zijn voor veel beleggers weer in beeld, maar dat hoeft niet het afscheid van obligaties te betekenen. Er zijn genoeg redenen om obligaties te kopen. En wat betreft de angst voor rentestijgingen – ik zou zeggen: die is onterecht. De rentes zullen wellicht stijgen, maar angst daarvoor is niet nodig. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de Italiaanse staatsobligatiemarkt: de curve is daar redelijk steil.

Dankzij de beschermende werking van het rolling down the curve-effect kun je de komende twaalf maanden een rentestijging aan van 80 basispunten, zonder geld te verliezen. Kortom: zolang de rente licht oploopt, hoeven er geen problemen te ontstaan.

Intussen lijkt een snelle rentestijging onwaarschijnlijk. De ECB doet er immers alles aan om de rente laag te houden, zodat er genoeg tijd is voor Europese banken om zich te herkapitaliseren, en voor overheden in de eurozone om structurele hervormingen door te voeren. Toen de Fed vorig jaar de afbouw van de monetaire verruiming aankondigde, waren de markten verrast en leidde dat tot een snelle stijging van rentetarieven.

Het is inmiddels duidelijk hoe belangrijk het is dat de markten worden voorbereid op zo’n maatregel. Andere centrale banken zullen zo’n fout niet zo snel meer maken. De Fed heeft de markten er al op voorbereid dat ze de rente ergens in het derde kwartaal van volgend jaar kan verhogen. Van de ECB worden voor het eind van 2016 geen renteverhogingen verwacht. Met andere woorden: een licht stijgende rente is beheersbaar, en een renteschok onwaarschijnlijk.

Angst voor een bubbel
Niettemin zijn de obligatiekoersen hoog. Er wordt wel gesproken van angst voor een obligatiebubbel. Is die angst onterecht? Het ligt eraan wat je onder een bubbel verstaat. Weliswaar hebben sommige obligatiekoersen all time highs bereikt – vooral Duitse staatsobligaties – maar ook weer niet alle: kijk naar opkomende markten, staatsobligaties uit de Europese periferie of obligaties uit Australië.

Maar wat ook geldt: de spreads zijn in veel markten nog niet op all time lows. De hoge obligatiekoersen worden dus door het absolute renteniveau veroorzaakt. Daardoor kan er bij het verkrappen van spreads nog ruimte ontstaan voor verdere stijgingen. Een ander kenmerk van een bubbel is dat er meer vraag is dan aanbod. Ook hiervoor geldt: hiervan is sprake in bepaalde categorieën, zoals bedrijfsobligaties, maar ook weer niet voor alle: denk aan de staatsleningen uit de periferie.

Ten derde wordt een bubbel geblazen op basis van leverage. Na de kredietcrisis zijn de leverageratio’s echter flink gezakt, vooral in Europa. Kortom, ik zou niet willen spreken van een bubbel – hooguit dat sommige segmenten van de obligatiemarkten duur zijn. 

Pieter Furnée is hoofd van Deutsche Wealth & Asset Management Nederland. Zijn columns op IEXProfszijn niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies.

De impact van het coronavirus