Nieuws

De grote beleggingsvoordelen van EM zijn een illusie

Volgens Nicolas Rabener zijn aandelen uit opkomende markten inmiddels net zo duur als westerse, zijn deze landen net zo vergrijsd en zijn aandelen uit opkomende markten geen goede hedge tegen Amerikaanse koerscorrecties.

Opkomende markten worden vaak geprezen vanwege hun hoge groei, jonge bevolking en relatief lage waarderingen van aandelen en obligaties. EM-effecten worden bovendien gezien als welkome aanvulling voor portefeuilles, omdat hun koersen weinig gevoelig zouden zijn voor koersbewegingen in de VS.

Fout, fout en nog eens fout, zegt Nicolas Rabener de ceo van FactorResearch. Volgens hem zijn veel van deze positieve argumenten voor EM achterhaald. Hij gaat ze een voor een af.

1. Demografie

Vergrijzing kan een economie op twee manieren pijn doen. Ten eerste komt er voor iedereen een moment dat de productiviteit afneemt, met als summum het pensioen. Ten tweede sterven er in een vergrijzend land meer mensen dan dat er geboren worden. Ook dat is negatief voor het bbp.

Europa kent veel landen met een ouder wordende bevolking. Hetzelfde geldt voor Japan. Van opkomende markten wordt daarentegen vaak gedacht dat ze jong en dynamisch zijn. Maar dat is een misverstand, zegt Rabener. Een heleboel opkomende markten hebben precies dezelfde problemen als het Westen. "In China daalde het aantal geboortes in 2020 bijvoorbeeld met 15%", zegt Rabener. De ooit ingevoerde een-kind-politiek heeft plaatsgemaakt voor een drie-kind-politiek en er zijn tal van prikkels die de geboortegraad moeten opkrikken.

Zuid-Korea en Taiwan – twee landen die erg belangrijk zijn voor EM-beleggers – hebben dezelfde problemen. Zelfs in landen met een nu nog relatief jonge bevolking, zoals India en Brazilië, wordt er volgens Rabener een grote bevolkingskrimp verwacht aan het einde van deze eeuw. De enige uitzonderingen bij de grote EM-landen zijn Mexico en Zuid-Afrika.

2. Waarderingen

Aandelen uit Westerse landen worden verhandeld tegen een premie ten opzichte van aandelen uit opkomende markten. Dat was altijd een extra reden om voor EM-effecten te kiezen. Het is alleen een bewering die nauwelijks klopt.

De aandelen uit de MSCI EM Index hebben een gemiddelde koers-winstverhouding van 19. Dat is weliswaar ruim onder het niveau van de Amerikaanse S&P 500 (32), maar vergelijkbaar met aandelen uit Europa of Japan.

3. Diversificatie

FactorResearch heeft onderzocht hoe groot de correlatie is tussen effecten uit opkomende markten en de VS. Bij aandelen blijkt de correlatie 0,8 te zijn en bij obligaties 0,6.

Dat zijn relatief hoge cijfers, wat het argument voor EM als goed diversificatiemiddel behoorlijk afzwakt. Daar komt bij dat de correlatie stijgt in jaren van crisis, als de behoefte aan diversificatie het grootst is.

 

4. Dollareffect

Een van de weinige argumenten die standhoudt in het voordeel van EM is de negatieve correlatie met de dollar. Als de dollar deprecieert dan is dat gunstig voor EM, en omgekeerd.

Dat heeft volgens Rabener te maken met de rol van de dollar als reservevaluta in de wereld. Veel EM-schulden zijn bijvoorbeeld genoteerd in dollars. Neemt de waarde van de dollar af, dan daalt de waarde van de schulden. Ook bijna alle grondstoffen worden verhandeld in dollars. Landen die netto-importeur zijn van grondstoffen, zoals China of India, kunnen daardoor profiteren van een dollardaling.

Een sterk argument voor EM-effecten vindt Rabener dat echter niet. Want het vereist een correcte dollarvisie, en dat is in het verleden vaak moeilijk gebleken.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

De impact van het coronavirus