Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013).

Nieuws

Zijn prestatiefees voor actieve fondsen de oplossing?

Fidelity International, Vanguard en AllianceBernstein hebben voor een deel van hun actieve fondsen prestatiebeloningen ingesteld. "Wij gaan delen in de voor- én tegenspoed van onze klanten." Goed idee?

Een flat fee, net zo laag als voor een courante ETF. Met daar bovenop een bonus, maar alleen als het fonds het beter doet dan de benchmark. Prestatiefees voor fondsen zijn de nieuwste wereldwijde trend in actief vermogensbeheer.

Het lijkt tevens het grootste taboe: Robeco, NN IP, Janus Henderson Investors en Nordea wilden niet aan dit verhaal meewerken, zonder opgaaf van redenen. Misschien omdat prestatiebeloningen ook controversieel zijn. Ze bereiken niet altijd hun doel: lagere kosten, dus hogere rendementen voor beleggers.

Toch rukken ze op. Fidelity International (FIL), dat ruim 265 miljard dollar beheert, introduceerde in maart 2018 prestatiebeloningen, in eerste instantie voor tien van zijn meest populaire fondsen.

Waardecreëren met actief

“Wij zijn en blijven overtuigde actieve beleggers,” zegt Paras Anand, Head of Asset Management Asia Pacific en een van de architecten van de nieuwe fee-structuur. “Dit is ons antwoord op de vraag hoe je waarde creëert met een actieve strategie.”

In april volgde AllianceBernstein, met 550 miljard dollar onder beheer. FIL verlaagde de basisfee voor zijn SICAV-fondsen van 0,80 naar 0,70% van het beheerd vermogen. Als een fonds het drie jaar lang beter doet dan zijn benchmark, komt daar maximaal 0,2 procentpunt bij.

Doet een fonds het juist slechter in die periode, dan gaat er maximaal 0,2% af. “Performance fees moeten symmetrisch zijn,” zegt Anand. “Wij gaan delen in de voor- én tegenspoed van onze klanten.”

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Lage basisfee

Passieve reus Vanguard, die wereldwijd 5,3 biljoen dollar beheert, hanteert al jaren een vergelijkbaar systeem. “Wij werken zowel met eigen als met externe beheerders voor onze ruim vierhonderd fondsen en mandaten,” legt Matthew Piro uit, Head of Product Review Europe bij Vanguard. “Veruit de meeste managers van onze actief beheerde fondsen ontvangen een prestatiebeloning.”

Vanguard hanteert een lage basisfee waarvan het percentage verder omlaag gaat naarmate het beheerd vermogen toeneemt. Het basisniveau van de basisfee hangt af van de complexiteit van de beleggingen: ultralaag voor wereldwijde aandelen, een hoger percentage voor aandelen emerging markets. De prestatiebonussen zijn een percentage van de basisfee.

Hoe hoog die percentages zijn, houdt Vanguard geheim. Maar ook bij Vanguard zijn ze symmetrisch. “Bij outperformance komt er wat bij, bij underperformance gaat er iets af,” zegt Piro. “Beide percentages zijn altijd gelimiteerd op hetzelfde niveau. De meetperiode voor hun berekening kan uiteenlopen van drie tot vijf jaar.”

Fee's van nul

De overwegend passieve marktleiders in het wereldwijde vermogensbeheer, zoals Vanguard en BlackRock trekken de bulk van de nettokapitaalinstroom naar zich toe. De minste instroom genereren de overwegend actieve subtoppers zoals Fidelity en AllianceBernstein. Met prestatiebeloningen proberen zij de opmars van passief nu te keren.

“Gedragsmatig en qua gelijkschakeling van belangen is het een goede ontwikkeling om een bonus en een echte malus te zien voor vermogensbeheerders bij prestatiebeloningen,” zegt Pim van Diepen van Cardano, gespecialiseerd in risico-analyses voor pensioenfondsen. “Daarnaast is er absoluut een race to the bottom gaande, zowel in actief als in passief.”

Fidelity Investments, de veel grotere voormalige Amerikaanse zuster van FIL, introduceerde in augustus de eerste twee trackers met een fee van nul. Dat leidde tot een onmiddellijke koersdaling van beursgenoteerde trackerreuzen als BlackRock en Invesco. Van Diepen: “Niet alleen de basisfees gaan omlaag. Ook de performance fees. Met name voor alternatives zoals hedgefunds.”

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Toch hogere kosten

Het is bekend dat de meeste actieve managers er niet in slagen hun benchmarks jaar in, jaar uit te verslaan. De ultralage kosten van ETF's bieden een betere weg naar hogere rendementen. Geen wonder dat ook institutionele beleggers massaal voor passief gaan.

Dan nog houden zij hun beleggingskosten maar moeizaam in de hand. Gemiddeld dalen die wel, maar in absolute zin nemen ze nog toe, zo bleek uit recent onderzoek van consultancy LCP onder Nederlandse pensioenfondsen. Hun totale beleggingskosten bedroegen in 2017 twee miljard euro, een stijging met liefst 30%.

Prestatiebeloningen waren de voornaamste oorzaak, denkt LCP-onderzoeker Jeroen Koopmans. Hij noemt de kostenstijging verrassend, te meer daar die gepaard ging met fors lagere rendementen.

Meer maatwerk

Gemiddeld verdienden de Nederlandse pensioenfondsen in 2017 5,7% op hun beleggingen, tegen 10,3% in het jaar daarvoor. Vaste én variabele performance fees zijn en blijven percentages van het beheerd vermogen, merkt Pim van Diepen op.

“En als dat pensioenvermogen in waarde toeneemt, zoals de laatste jaren als gevolg van quantitative easing, gaan de fees in absolute zin dus mee omhoog.”

Een andere oorzaak ziet Van Diepen in de search for yield. “Op zoek naar hogere rendementen beleggen pensioenfondsen steeds meer in alternatieve en illiquide beleggingen zoals private equity, infrastructuur, private debt en Nederlandse hypotheken. En daar liggen de kosten nu eenmaal wat hoger dan bij de meer liquide aandelen en obligaties.”

Strengere regels en duurzaam beleggen eisen meer maatwerk. Ook dat is duurder.

Samenklonteren

Pensioenfondsen worden wel steeds groter, door fusies en overnames. Wie miljarden heeft te beleggen, zou ook lagere kosten moeten kunnen afdwingen. Maar ook de vermogensbeheerders vergroten hun onderhandelingsmacht door samen te klonteren.

Wellicht verklaart dat waarom een working paper van De Nederlandsche Bank in juli 2017 geen enkel verschil constateerde in rendement tussen Nederlandse pensioenfondsen met en zonder prestatiebeloningen.

Bovendien blijken performance fees vaak een dekmantel om vooral de beloning van de fondsmanager te verhogen, ten koste van zijn klanten. In september refereerde Detlef Glow op IEXProfs aan een onderzoek van de Ierse centrale bank.

Fraudegevoelig

Sommige UCITS-fondsen schroeven hun performance fees kunstmatig op door verkeerde benchmarks als basis te gebruiken, of bruto- in plaats van nettorendementen. De Ierse onderzoekers noemden geen namen.

De Financial Times deed dat in juli 2017 wel. Het Absolute Insight fonds van Insight Investments, een boetiek van BNY Mellon, meldt in zijn Key Investor Information Document (KIID), Essentiële Beleggers Informatie in het Nederlands, een beleggingsdoel van cash plus 4%.

Verderop blijkt dat het fonds een prestatiebonus van 10% rekent over alle rendementen boven de driemaands pond-Libor minus 0,125%. Gezien de huidige rentestand niet echt een torenhoge horde. De KIID van het Absolute Return Fund van Janus Henderson, dat 2,1 miljard pond beheert, rept van een performance fee van 20% onder bepaalde voorwaarden, zonder die te specificeren.

Race naar de bodem

Beleggers moeten diep in het prospectus duiken om de horde te vinden die deze bonus triggert: de basisrente van de Bank of England, thans een adembenemende 0,75%. Volgens Fitz Partners, een consultancy, hanteert 6% van de Europese actieve aandelenfondsen zulke ultralage cash-benchmarks voor zijn prestatiebeloningen.

“Dat zou niet moeten mogen,” vindt Hugues Gillibert, de CEO van Fitz. In de race naar de bodem blijven vermogensbeheerders kennelijk vooral gefocust op zelf zoveel mogelijk geld verdienen, zo lang ze daarmee kunnen wegkomen (zie grafiek).

Nederlandse pensioenfondsen beleggen al jaren fors in liability driven investments (LDI), gespecialiseerde portefeuilles die zijn ingericht op de dekking van hun langjarige verplichtingen, niet op de hoogste rendementen. Ook daarvan komen de kosten naar beneden.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Volledig transparant

“Nog niet zo lang geleden boden diverse grote vermogensbeheerders LDI-fondsen aan tegen vijftig basispunten,” weet Van Diepen. “Bij deze rente en rendementen houdt de belegger dan bijna niets over.” LDI-fondsen kosten inmiddels gemiddeld twintig basispunten, en LDI-mandaten op maat kennen steeds vaker een vaste fee.

“Wij juichen dat toe,” zegt Van Diepen. “De kosten zijn dan volledig transparant en pensioenfondsen betalen een stabiel bedrag.” Nederlandse pensioenfondsen zouden het liefste performance fees betalen op basis van absolute prestaties, zo meldde het FD in het bericht over het LCP-onderzoek.

“Maar dat is nog niet gebruikelijk. Pogingen om ook een malus in te voeren, waarbij fondsen geld kunnen terughalen bij beleggers die ondermaats presteren, zijn tot nog toe mislukt.”

Minder slecht dan de benchmark

Dat mag verbazingwekkend heten: grote beheerders als FIL en Vanguard, zo blijkt, hanteren immers fee-systemen waarbij de beheerder ook meebloedt bij underperformance. Maar niet helemaal.

Fidelity’s nieuwe kostenstructuur geeft ook recht op een performance fee wanneer de belegger geld verliest – namelijk als zijn FIL-beheerder het minder slecht doet dan zijn benchmark.

Het zal overigens nog even duren voordat FIL’s nieuwe symmetrische fees zichtbaar zijn in de KIID’s van de betreffende fondsen, zoals het American en het European Fund. “De nieuwe fees zijn wel ingevoerd, maar eerst moet de performance helder worden,” aldus een woordvoerder.

“En die wordt berekend over een langere periode: meer dan de acht maanden sinds de introductie.” De KIID’s worden eens per jaar geactualiseerd.

Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van het boek De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM (Prometheus, 2009). Over beleggen schreef hij eerder een wekelijkse column in NRC Handelsblad (2011-2013). De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Brexit