Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

De informatie in het KID is een foutenfestival

Het Key Information Document geeft vaak onvoldoende en foute informatie. Maar goed, toezichthouders zijn gedekt omdat ze weer prachtige allesomvattende regels hebben bedacht, aldus Marcel Tak.

Europese toezichthouders hebben in al hun wijsheid besloten dat banken en brokers geen producten aan EU-beleggers mogen aanbieden als er geen Key Information Document (KID) beschikbaar is.

De AFM heeft als additionele eis dat dit document in het Nederlands dient te zijn opgesteld. Dat betekent concreet dat Nederlandse beleggers geen positie kunnen innemen in bijvoorbeeld de iShares S&P500 ETF, die genoteerd staat in de VS.

De AFM vindt namelijk dat beleggers met dit product, zonder Nederlandse KID, het risico lopen de werking ervan niet te doorgronden. Dat deze ETF niet anders doet dan de prestatie van de belangrijkste aandelenindex ter wereld volgen en zelfs zonder uitgebreid begeleidend document voor de gewone belegger prima te begrijpen is, doet niet ter zake.

Zeer uitgebreide informatie

Dat de belegger die toch uitgebreide informatie wenst, een kijkje kan nemen op de Amerikaanse site van de fondsaanbieder, is ook niet belangrijk. Terwijl de informatie op die site zeer uitgebreid is.

Maar goed, de AFM en de andere toezichthouders houden vast aan hun KID-beleid. Laat ik eens kijken of de KID de belegger wel zo goed op de hoogte stelt van alle risico’s en rendementskansen van het betreffende product. Ik heb al eens een inzicht gegeven in de bizarre informatie die de KID van diverse hefboominstrumenten, zoals turbo’s, geeft.

Daaruit bleek dat bij dezelfde turbo de ene uitgever in een ongunstig scenario een negatief rendement van 39% aangaf, terwijl de andere uitgever de belegger waarschuwde voor een negatief rendement van 13.387% op jaarbasis…. Ik concentreer mij nu op producten zonder hefboom.

Onjuiste rendementen

Het valt op dat verschillende KIDs veel fouten bevatten. Het BNP Paribas Rendement Certificaat op ASML (ISIN: NL0012987242) vermeldt onder zowel een gematigd als een gunstig scenario een uitbetaling van 12.543,91 euro.

Dat is onjuist, want het moet, conform de voorwaarden van het product, iets meer dan 13.000 euro zijn. In dit geval krijgt de belegger dus meer dan staat aangegeven, maar fout is het wel.

Ik kijk voorts naar de KID van het Rendement Certificaat op de AEX ISIN: NL0012494470), ook weer van BNP Paribas. De toezichthouder wil dat beleggers op een gemakkelijke manier risico’s kunnen bepalen, bijvoorbeeld met de verplichte risicometer.

Stress inderdaad

Het risico staat op een niveau van vijf (op de schaal van zeven). Hetzelfde soort product van Commerzbank (ISIN: NL0012795140), met hetzelfde risico (in beide producten ontstaat verlies bij een AEX onder 480 punten), krijgt van de Duitse bank een risico van vier. Dat is toch vreemd.

Misschien komt het omdat Commerzbank in de KID aangeeft dat in het stressscenario de belegger zo’n 40% verlies lijdt. Over een periode van drie maanden (de resterende looptijd) zou dat een val van de AEX met 30% naar circa 400 punten betekenen.

Dat is inderdaad stress. BNP Paribas geeft echter aan dat met hetzelfde product in een stressscenario de belegger 100% per jaar kwijt is. Toch houdt deze belegger van een investering van 10.000 euro in het stressscenario 5.864 euro over. Dat is een verlies van ruim 41%, ongeveer gelijk aan het Commerzbankproduct.

Negatief beeld

Hoe komt de bank aan 100%? BNP heeft er overigens een handje van de voorwaarden van zijn producten negatief voor te stellen. Zo geeft de bank aan dat de kosten voor de resterende vier maanden van het jaar 4,8% op jaarbasis zijn. Dat kan toch niet waar zijn, waar de bank zelf aangeeft dat de productkosten 0,75% op jaarbasis zijn. 

Vervelend is dat de potentiële belegger in Besi Click, uitgegeven door Société Générale, na het lezen van de KID denk in een gunstig scenario 19% rendement te kunnen behalen na aftrek van alle kosten. Maar bij inschrijving via (enige) distributeur Wilgenhaege worden 4% kosten gerekend, zodat die 19% niet gehaald wordt.

Nog vreemder is dat aangegeven wordt dat de impliciete kosten in het product ruim 20% bedragen. Dat lijkt mij ongelooflijk hoog en wordt nergens toegelicht. Als het cijfer waar zou zijn, betekent dit dat de belegger bruto bijna 40% in een jaar kan behalen, maar dat door alle kosten slechts 15% resteert. De belegger mag uitzoeken wat hier van klopt.

KID in alle talen

Nog een paar voorbeelden van foutieve informatie via de verplichte informatiedocumenten. De Zweedse aanbieder XBTProvider heeft een aantal cryptocurrency-ETF’s uitgegeven. De belegger kan kiezen tussen de Bitcoin- en Ether-ETF.

De aanbieder is zo slim om de KID in alle EU-talen te produceren. Voor AFM is daarmee aan de voorwaarden voldaan en kan de belegger zonder voorbehoud in deze ETF beleggen. Gelukkig wordt uit de KID duidelijk dat in een stressscenario 100% van de inleg verloren kan gaan.

In dit geval gaat het ook echt om een eindsaldo van nul euro. Maar volgens de aanbieder behaalt de belegger in een ongunstig scenario 9% rendement (in euro). Een gematigd scenario levert 194% rendement op en mocht zich het komende jaar een gunstig scenario voordoen, dan verdient de belegger in deze ETF 683%.

Flauwekulcijfers

Zeg AFM, moet de belegger op basis van deze flauwekulcijfers echt een gefundeerde beslissing nemen te “beleggen” in Bitcoin of Ether? Dat de Ether ETF in euro dit jaar inmiddels 67% van zijn waarde heeft verloren, duidt er op dat we inmiddels al aardig in het stress scenario geraken. De belegger kan dat echter niet zien, want de nieuwe KID mag geen rendementen uit het verleden vermelden…

Dat is anders met het oude Essentiële Beleggers Informatie (EBI), dat nog tot 2020 gebruikt mag worden door reeds bestaande fondsen. Zoals bijvoorbeeld het Active Leverage Brazil fonds van Intereffect. Het fonds meldt in de EBI als doelstelling het behalen van vermogensgroei.

Het fonds is in april 2011 opgericht en heeft sindsdien een negatief rendement behaald van bijna 91%. Tja, daar sta je dan met je mooie doelstelling. Anders dan bij de KID kan de belegger in de oude EBI tenminste nog controleren in hoeverre de doelstelling realistisch is omdat in dit document de resultaten uit het verleden juist verplicht vermeld moeten worden. In de nieuwe KID wordt de belegger over een eventuele (wan)prestatie in relatie tot de doelstelling niet geïnformeerd.

Een wat voor derivaat?

Met de gedachte dat de KID de belegger zodanig moet informeren, dat het gehele product begrepen kan worden, lees ik de informatie van ABN Amro over een vijfjaars Swaption. Het is volgens de bank een over the counter derivaat.

Zo, dat is duidelijk voor alle niet-ervaren beleggers… Het document meldt verder dat de gepresenteerde gegevens waarschijnlijk niet gelijk zijn aan de overeenkomst die de belegger met ABN Amro heeft gesloten. Wat heeftu dan aan deze informatie?

Verder lees ik in het document dat het product het hoogste risico (zeven) heeft op de risicometer. Voor de zekerheid meldt de bank daarbij dat, door mogelijk tegenvallende marktprestaties, de gehele inleg verloren kan gaan.

Meten met andere maten

Oef, ik kijk gauw naar de verschillende scenario’s. Wat blijkt, onder elk scenario, van stress tot gunstig, behaalt de belegger een negatief rendement (-4,86%). Het goede nieuws is dat de inleg kennelijk nooit verloren kan gaan.

Het slechte nieuws is dat onder geen enkel scenario de belegger iets aan het product heeft. In ieder geval niet volgens de KID. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Het Discount Certificaat van Vontobel op de Eurostoxx50 index, met 23 euro als maximale aflossing en afloop in juni 2019, heeft een stressverlies van 47,31%.

Hetzelfde certificaat met afloop december 2019 heeft een kleiner stressverlies van 43%. Die twee verliezen ontstaan onder dezelfde marktomstandigheden. In alle andere scenario’s geven die producten een kleine winst. Toch heeft het product met onder dezelfde omstandigheden het grootste verlies een risico van een, terwijl het tweede product, met een kleiner negatief scenarioverlies, een risicofactor twee heeft.

Risicocijfer klopt niet

Waarbij het daarnaast de vraag is of een product waarbij onder een stressscenario de helft van de inleg verloren gaat, wel het laagste risicocijfer van een kan hebben. En wat te denken van het KID-feit dat als het product een jaar wordt aangehouden, het verlies bijna de helft is terwijl als het tot de einddatum in bezit blijft (september 2019, toch ook een jaar) het verlies slechts 12% bedraagt.

De informatie in de KID is een foutenfestival, wordt opgesteld conform standaardprocedures en geeft vaak onvoldoende en verkeerde informatie. Maar goed, de toezichthouders zijn gedekt omdat ze weer prachtige allesomvattende regels hebben bedacht.

Dat de belegger niets aan deze informatie heeft, en zelfs niet meer in interessante producten kan handelen, is kennelijk niet maar van belang. Het klantbelang is in de financiële sector verder weg dan ooit…

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Duurzaam beleggen