Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Verwarrende turbotaal

Marcel Tak laat met een simpel voorbeeld met turbo´s zien hoe misleidend het voor beleggingsproducten vereiste Essentieel Informatie Document is.

AFM heeft een succes geboekt. Na een aantal keren door de rechter te zijn teruggefloten bij pogingen binaire opties te verbieden, is het nu toch gelukt. De European Securities and Market Authority (ESMA) heeft maatregelen genomen om, zoals AFM het stelt, de retail beleggers te beschermen tegen risicovolle beleggingsproducten.

Dat betekent dat binaire opties zijn verboden en aan Contracts for Difference (CfD) verkoopbeperkingen worden gesteld. Het is de onlangs herbenoemde AFM-voorzitter Merel van Vroonhoven die leiding heeft gegeven aan het proces om tot deze maatregelen te komen. Van Vroonhoven is dan ook trots op het resultaat, zoals zij op een blog op de eigen website van de toezichthouder schrijft. In die blog stelt zij dat er met de maatregelen in Europees verband geschiedenis is geschreven.

De Europese toezichthouders schrijven inderdaad geschiedenis. Maar dat wil nog niet zeggen dat geschiedkundigen een positief oordeel over de nieuwe regelgeving zullen hebben. Ik heb dat in ieder geval niet.

Casino's ook sluiten

Natuurlijk is het waar dat binaire opties niet als degelijke beleggingsinstrumenten kunnen worden gezien. Maar de argumentatie voor een complete ban van deze producten is vreemd. Zo wordt gesteld dat de informatie en marketing (concreet: gebrek aan transparantie) problemen oplevert. Daarnaast is er een onevenwichtigheid in verlies en winstkans, veroorzaakt door de hoge kosten.

Dat leidt er toe dat op langere termijn bijna alle deelnemers aan het binaire optiespel verliezen, nog steeds volgens de toezichthouder. Als dat laatste een doorslaggevende overweging is, zou het consequent zijn de casino’s in ons land ook per direct te sluiten. Maar dat terzijde. Indien het gaat om een gebrek aan informatie en de te hoge kosten als grondslag voor het verbod, ligt het dan niet meer voor de hand harde eisen te stellen aan deze zaken.

Met name met betrekking tot het geven van goede informatie kan er veel gedaan worden om financiële ongelukken te voorkomen. Maar op het gebied van informatie-eisen hebben de toezichthouders een opmerkelijke reputatie. Het beleid is uiteraard gericht op het geven van zodanige informatie over financiële producten dat beleggers duidelijk wordt gemaakt wat de kansen en de risico’s van het product zijn. Echter, de uitvoering van het beleid leidt tot merkwaardige situaties.

Nederlandse info

Zo heeft AFM onlangs besloten dat Nederlandse beleggers de beschikking moeten hebben over Nederlandstalige informatie bij beleggingsproducten. Logisch, als het producten zijn die in Nederland worden aangeboden. Maar het verbod voor brokers om deze producten aan te bieden geldt ook voor in het buitenland genoteerde producten en fondsen.

Door het beleid van de toezichthouders zijn Amerikaanse ETF’s, vaak zeer goedkoop, uiterst liquide en voorzien van uitstekende informatie, niet meer beschikbaar voor Nederlandse beleggers. Ik vind dat bizar. Vreemd is dat in Amerika genoteerde opties wel gewoon verhandeld mogen worden. Dat betekent dat beleggers (deep in the money) putopties op Amerikaanse ETF’s kunnen schrijven. Als deze worden uitgeoefend, kan de Nederlandse belegger op die manier toch Amerikaanse ETF’s in bezit krijgen.

Een ander voorbeeld van mislukt informatiebeleid van de toezichthouders betreft het tegenwoordig voor alle beleggingsproducten vereiste gestandaardiseerde Essentieel Informatie Document (Eid). Dat document is bedoeld voor de retailbelegger die het product aan de hand van de gestandaardiseerde informatie goed moet kunnen begrijpen, een goed inzicht moet krijgen in de risico’s en kansen van het product en de verschillende producten van verschillende aanbieders goed met elkaar kan vergelijken.

Verschillende benamingen

Oordeelt u zelf of dat gelukt is als het om de standaardinformatie voor turbo’s gaat. Ik heb het Eid van de zes aanbieders bekeken van een turbo met de AEX als onderliggende waarde met financiering en stoploss niveau van 510 punten. De stand van de index was 528 punten.

Het begint al met het soort product. Société Générale (SG) spreekt van een warrant, net zoals Goldman Sachs (GS). Commerzbank (CB) heeft het over een obligatie aan toonder, terwijl BNP Paribas (BNP) spreekt over een certificaat. ING en Binck tenslotte spreken over een product. Nou ja, over deze verschillen in benaming van de turbo (sprinter) valt nog wel heen te stappen.

In de risicoparagraaf van de Eid hebben alle aanbieders de turbo’s ingedeeld in risicoklasse zeven. Dat lijkt me geen discussiepunt. Grappig is dat elke aanbieder een door de toezichthouder verplicht zinnetje heeft opgenomen: “Als wij u niet kunnen betalen wat u verschuldigd is, zou u uw gehele inleg kunnen verliezen.” Tjonge, dat is een eyeopener van de eerste orde. Het is van het niveau geld lenen kost geld. Het is zo’n zinloze en krachteloze waarschuwing, dat het de hele risicoparagraaf ondergraaft.

Resultaten na een dag

Nu naar de informatie over de verlies- en winstkansen in de vorm van scenario analyses. Dat is toch de belangrijkste informatie voor de belegger. Er worden vier scenario’s onderscheiden: stress, ongunstig, gematigd en gunstig. De scenario’s gelden voor een periode van …. een dag! Dat is de aanbevolen periode van bezit van de turbo.

Onderstaande tabellen geven de resultaten zoals deze door de verschillende uitgevende instellingen worden gepresenteerd. De eerste tabel is het resultaat in procenten, de tweede laat het resterende bedrag zien na een investering van 10.000 euro.

Resultaat in procenten na een dag

Scenario

ING

Binck

BNP

CB

GS

SG

Stress

   -100%

 -36.500%      

-36.500%

     -100%

-100%

-36.500%

Ongunstig

     -81%

 -11.725%

-13.832%

     -100%

  -39%

-12.761%

Gematigd

      +4%

   -3.398%

  -4.283%

  +1.227%

    -1%

  -1.559%

Gunstig

    +86%

>+1.000%

 +5.359%

+12.510%

 +32%

   8.433%

Resterend bedrag investering van 10.000 euro na een dag

Scenario

ING

Binck

BNP

CB

GS

SG

Stress

         0

         0

         0

     266

         0

         0

Ongunstig

  1.904

  6.788

  6.210

  6.966

  6.057

  6.504

Gematigd

10.420

  9.069

  8.825

10.336

  9.890

  9.573

Gunstig

18.587

11.189

11.468

13.427

13.224

12.310

SG, Binck en BNP geven aan dat met de turbo in een stress scenario 36.500% verloren kan worden! Op jaarbasis, wel te verstaan. De uitgevers gaan uit van een verlies van 100% in één dag. Over 365 dagen kom je dan uit op het waanzinnige, geannualiseerde percentage. ING, GS en CB passen er voor om te annualiseren en presenteren het verliespercentage over één dag.

Verschillende scenario's

GS geeft netjes aan dat de cijfers niet op jaarbasis zijn en daarmee niet te vergelijken zijn met de Eid-cijfers van andere aanbieders. ING en CB vermelden die toevoeging niet. CB moet terug naar de rekenles, want ondanks het restbedrag van 266 euro (tabel 2) geeft de Duitse bank aan dat er sprake is van 100% verlies in het stressscenario (tabel 1).

Zelfs in het ongunstige scenario, als 6.966 euro resteert van een investering van 10.000 euro, geeft de bank aan dat de belegger 100% verliest… In het gunstige scenario geeft ING het rendement niet op jaarbasis en komt uit op een rendement van 86%.

Dat lijkt weinig vergeleken met de duizenden procenten van de andere producten in het gunstige scenario. Maar die 86% is op jaarbasis 31.390%, verreweg het hoogste percentage van alle aanbieders. Let wel, onder een gelijk scenario van de AEX zouden alle producten ongeveer even goed of slecht moeten scoren. Nog een leuk rijtje in de Eid: de kosten, zoals in onderstaande tabel aangegeven.

Aanbieder

Kosten (euro per 10.000)

Effect op rendement

ING

n.b.

1,63% per jaar

Binck

1047

>1.000%

BNP

370

  1.349%

CB

28

     142%

GS

464

         5%

SG

420

  1.532%

Bij SG, BNP en Binck betaalt de belegger voor de turbo meer dan 1000% kosten op jaarbasis, terwijl ING slechts 1,63% per jaar in rekening brengt. Van die cijfers klopt natuurlijk niets en heeft alles te maken met verschillende rekenmethodes, al dan niet op jaar of dagbasis.

Mijn conclusie is dat AFM en de andere toezichthouders zich veel meer moeten concentreren op echt goede informatievoorziening betreffende beleggingproducten. De gekozen weg van verboden is verkeerd en leidt tot ongewenste keuzebeperking voor de Nederlandse belegger. Ik vraag mij zelfs af of het verbod op buitenlandse producten stand zou houden bij de rechter.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Fintech