Goed moment inflatie-obligaties Zijn inflatie gerelateerde obligaties interessant nu de inflatie naar verwachting op zal lopen? Iets voor Dijsselbloem? 10 januari 2017 08:45 • Door Marcel Tak Ik ga terug in de tijd. Het is eind december 2006, precies tien jaar geleden. U kunt beleggen in een gestructureerd beleggingsproduct dat met betrekking tot het rendement gekoppeld is aan de inflatie in de komende tien jaar. Daarnaast kan er extra rendement worden behaald als in een mandje van 125 onderliggende bedrijfsobligaties slechts een beperkt aantal creditevents zal plaatsvinden. Er zijn veel beleggers die dit product, de Bonus Inflatie Obligatie uitgegeven door en met hoofdsomgarantie van Rabobank, aanschaften. Ik was zelf ook enthousiast en gaf de constructie een zeer hoge 8,8 als eindcijfer. Gewone obligatie beter Indien beleggers op dat moment hadden geweten dat we aan de vooravond stonden van een grote kredietcrisis, waarbij het hele financiële stelsel zou wankelen, hadden zij zich nog wel twee keer bedacht om in een dergelijke obligatie te stappen. Zeker als u op dat moment ook had geweten dat de inflatie, en daarmee de rentevergoeding, de daarop volgende jaren steeds verder zou dalen. Een gewone obligatie tegen zo’n 5% vaste couponrente, had een veel betere keuze geleken. Uit het gerealiseerde rendement van de Bonus Inflatie Obligatie blijkt dat voorkennis ook niet alles is. Want wie op grond van de wetenschap van de kredietcrisis en dalende inflatie de obligatie links liet liggen, ontzegde zichzelf een hoop rendement. Lees ook: Ideeën voor als de koersen dalen Toch een toprendement Eind december 2016 werd de aflossing van de obligatie vastgesteld en deze kwam uit op 190,5%. Het maximaal haalbare was 200% als geen enkele van de onderliggende bedrijfsleningen in de problemen was gekomen. Naast deze aflossing ontvingen beleggers van het eerste uur jaarlijks gemiddeld 1,6% aan inflatievergoeding. Alles bij elkaar betekent dit een jaarrendement van een kleine 8%. Niet slecht voor een obligatie die qua rendementsvoorwaarden een perfect storm moest doorstaan. In dit opzicht is het jammer dat Rabobank zich nagenoeg geheel heeft teruggetrokken van de markt van (openbaar uit te geven) gestructureerde producten. Net als veel andere grote Nederlandse partijen. Belangstelling pensioenfondsen Met deze beleggingsproducten, mits goed geconstrueerd, kunnen beleggers veel beter hun risico- en rendementsdoelstellingen nastreven dan met een volledige overgave aan de grillen van de markt. Het zijn niet alleen de grote financiële instellingen die zich afzijdig houden van de uitgifte van producten waar behoefte aan bestaat. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse overheid. Ik doel dan met name op een type leningen waar vast en zeker veel vraag naar zal zijn: de inflatie gerelateerde obligaties. Uiteraard zal een dergelijke lening er anders uitzien dan die van Rabobank, met de koppeling aan de bedrijfsleningen voor extra rendement. Maar een obligatie waarbij een reële rente wordt gegeven en daarnaast de komende inflatie wordt vergoed, kan zeker bij pensioenfondsen op grote belangstelling rekenen. Is een dergelijke lening ook voordelig voor de staat zelf? Lees ook: Volatiliteit is goede vriend van beleggers Hogere inflatieverwachting Momenteel worden inflatieobligaties uitgegeven door Duitsland, Frankrijk en Italië. Als ik kijk naar de reële rente op deze obligaties, dan ligt die voor Frankrijk, met afloopdatum 2024 op -0,93%. Een vergelijkbare obligatie met vaste couponrente rendeert 0,28%. Dat betekent dat de gemiddelde inflatieverwachting tot en met 2024 ongeveer 1,21% bedraagt. Dat is iets hoger dan de 1% inflatieverwachting die de afgelopen maanden werd genoteerd. Hoe hoger de verwachte inflatie, hoe interessanter het kan worden om inflatieobligaties uit te geven. De actuele inflatie in de eurozone, zo werd recent bekend, bedraagt 1,1%. Een simpel rekensommetje leert dat voor de staat het voordeliger is een indexlening uit te geven in plaats van een reguliere lening met vaste coupon, als de gemiddelde inflatie tot en met 2024 niet boven de 1,2% uitkomt. Niet speculeren Gezien de recent opgelopen inflatieverwachtingen en het streven van de ECB de geldontwaarding richting 2% te brengen, lijkt een dergelijke uitgifte nu niet verstandig. Echter, het financieringsbeleid van de Nederlandse staat is niet gebaseerd op een rentevisie en ook niet op een inflatievisie. Dat zou speculeren zijn met een bedrag van 363 miljard aan staatschuld. Er is echter een andere reden waarom de Nederlandse overheid (nog) niet met inflatiegerelateerde obligaties komt. Inflatieobligaties zouden te veel onrust geven in de begroting. Immers, de kosten van dergelijke leningen staan vooraf niet vast, terwijl de cashflow van een lening met vaste coupon vooraf exact bekend is. Dat argument gold al in de tijd dat ik nog bij het Agentschap van Financiën werkte. Geen rentevisie Het contra argument aangaande inflatiegerelateerde obligaties is geheel gebaseerd op de nominale beoordeling en waardering van de begroting en staatsschuld. Een oplopende inflatie leidt bij dergelijke leningen zeker tot hogere (nominale) rentekosten, maar daar staat tegenover dat de begrotingsopbrengsten ook toenemen. In reële termen leveren inflatieobligaties juist een bijdrage aan een stabiele begroting. De belangstelling van met name pensioenfondsen voor dergelijke leningen kan bovendien tot een extra lage reële rente leiden. Wat betreft de verwachting dat de inflatie de komende jaren gaat stijgen en een obligatie met vaste rente beter zal uitpakken. Als minster van Financiën zou ik mij daar maar niet te veel op baseren. De ervaringen met de Bonus Inflatie Obligatie leert dat lenen met een (rente)visie maar beter achterwege kan blijven. Met de finish van het ministerschap in zicht toch maar eens een inflatie-obligatie overwegen, meneer Dijsselbloem? Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via:
Impactbeleggen 09 feb Van greenwashing naar greenhushing ESG- en Impactspecialist Judith Sanders van ABN AMRO MeesPierson ziet de duurzaamheidsinspanningen van bedrijven gewoon doorlopen. Wel worden deze inspanningen niet langer prominent uitgedragen.
Impactbeleggen 05 feb "Duurzaam beleggen is in het afgelopen jaar fundamenteel veranderd" Volgens Holly Turner, klimaatspecialist van Schroders Capital, hebben politieke polarisatie en macro-onzekerheid de discussie over impactbeleggen niet stilgelegd maar juist aangescherpt. Aan impactbeleggers de taak om te laten zien wat ze doen, waarom ze dat doen, en vooral, wat het oplevert.
Impactbeleggen 04 feb Natuurlijk kapitaal: van gratis goed naar serieuze beleggingskans Gautier Quéru, wereldwijd hoofd Natural Capital bij de Franse duurzame vermogensbeheerder Mirova, onderdeel van Natixis. Quéru beschouwt beleggingen in natuurherstel als een even noodzakelijke als kansrijke stap naar een veerkrachtige economie.
Impactbeleggen 02 feb De groeiende waarde van schaarser wordende Europese landbouwgrond Wie in landbouw investeert, koopt geen abstract rendement maar een stukje werkelijkheid. BNP Paribas AM laat zien hoe voedselproductie, biodiversiteit en kapitaal onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De beleggingscase is ijzersterk.
Impactbeleggen 30 jan Hoe pensioenvermogen het positieve verschil maakt Private equity, private debt, duurzame vastgoed en landbouw en social bonds helpen alle op hun eigen manier om gezondheid, kansengelijkheid en de leefkwaliteit te verbeteren. De specialisten van Achmea IM schetsen de voor- en nadelen van de verschillende beleggingsvormen.
Impactbeleggen 22 jan Amundi's 6 duurzame beleggingsconvicties van 2026 Het Franse Amundi schetst de zes belangrijkste ontwikkelingen in het duurzame beleggingslandschap.