Nieuws

Olie geeft groei-impuls van 1,5%

De lage olieprijs geeft volgens LGIM de wereldeconomie een groei-impuls van 1,5%. Consumenten zijn de grote winnaars.

Consumenten zijn de grote winnaars van de extreem lage olieprijzen. Centrale bankiers voelen zich hoogst ongemakkelijk bij de nog lagere inflatie die daardoor ontstaat, maar consumentenbestedingen varen er wel bij, stelt James Carrick, econoom bij Legal & General. De lage olieprijs geeft de wereldeconomie een groei-impuls van 1,5%.

Carrick zet de positieve en negatieve kanten van de sterk gedaalde energieprijzen op een rij. In combinatie met een los monetair beleid betekenen de goedkopere energieprijzen een impuls voor de wereldwijde groei, ondanks de druk van lagere kapitaalinvesteringen in de energiesector. 

Sommige analisten wijten de daling aan een structureel tegenvallende vraag van de wereldeconomie en beschouwen olie dan als de kanarie in de kolenmijn. Maar volgens Carrick zingt die kanarie nog uit volle borst. Hij wijt de oorzaak aan een prijsoorlog.

Impact op groei

Volgens Carrick veroorzaakt de val van de olieprijs een vergelijkbare shock als de piek tijdens de oliecrisis van 1974. De geschiedenis leert dat dit soort schokken grote macro-economische effecten hebben. 

Uit macro-modellen blijkt dat een daling van 10 dollar per vat de groei van het bbp van de wereldeconomie stuwt met 25 basispunten. Een val met 60 dollar betekent dan dat de wereldeconomie 1,5% extra kan groeien. Consumenten zijn hierbij de grote winnaars, omdat zij meer te besteden hebben dankzij een lagere inflatie. Hogere consumentenbestedingen geven een impuls aan het vertrouwen, de kapitaalbestedingen en de werkgelegenheid.

Negatieve neveneffecten

Negatieve effecten zijn er ook. LGIM wijst daarbij op vier belangrijke gebieden:

  • energieproducenten buiten de Opec
  • import van Opec-landen
  • schulden van oliebedrijven en credit condities
  • deflatie

Het is onduidelijk wat het effect van de lage olieprijs op de schalie-olieproductie is. Risico’s signaleert Carrick met name in ollieproducerende landen als Rusland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Brazilië. Europa is juist meer gevoelig voor een zwakkere export richting Opec en Rusland. 

Er bestaat een risico voor de schuldposities van oliebedrijven. Wanbetalingen in die sector kunnen effect hebben op banken, waardoor de creditcondities krapper worden. 

De inflatie was toch al laag, de lage olieprijzen kunnen de inflatieverwachtingen nog verder onder druk zetten, waarbij deflatie op de loer ligt. Het gevaar is dat centrale bankiers de rente te lang laag houden.

Carrick ziet als opvallende winnaar de sector consumentengoederen, die dankzij de ijskoude inflatieverwachtingen en de nog langere lage rentetarieven de plek is waar beleggers zich verdringen.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Duurzaam beleggen