Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Zijn bonussen toch goed?

De AFM heeft onderzocht in hoeverre financiële instellingen het klantbelang ook daadwerkelijk voorop stellen. Marcel Tak nam het rapport door en plaatst enkele kritische kanttekeningen.

Een AFM-er is ook een mens. Dit verhelderende inzicht kwam tot mij via Wijf met Bedrijf. Voor u zich afvraagt of ik nu volledig de weg ben kwijtgeraakt, het genoemde bedrijf is eigendom van voormalig toezichthouder bij AFM, Evelien Vlastuin. In een gesprekje met website Accountancy van morgen kwam zij tot de treffende kwalificatie van de medewerkers bij de toezichthouder.

Nu nog lijkt de uitspraak van Vlastuin niet gewaagd. Maar als de technologische ontwikkelingen in dit tempo doorgaan, met name op het gebied van kunstmatige intelligentie, zal een ex-AFM medewerker over twintig jaar waarschijnlijk de website halen met de quote: Een AFM-er wás eens een mens.

Voorlopig is het echter nog niet zover. De AFM is namelijk meer dan één mens. Volgens het laatste jaarverslag is het aantal arbeidsplaatsen in 2019 ten opzichte van het voorgaande jaar toegenomen met 38, tot een totaal van 695. De hele organisatie, met al zijn werkzaamheden, kost jaarlijks een kleine 100 miljoen euro, opgebracht door de ondernemingen die onder toezicht staan. Voor dat geld mag je wel het één en ander verwachten.

Het geval Wirecard

Ik denk, eerlijk gezegd, dat de AFM per saldo geen slecht werk aflevert. Je kunt kritiek hebben op allerlei elementen in het beleid, en dat heb ik, grote financiële ongelukken zoals recent in Duitsland met Wirecard, hebben hier niet plaatsgevonden. 

"Ik denk, eerlijk gezegd, dat de AFM per saldo geen slecht werk aflevert"

Duitsland zit lelijk in zijn maag met de fraudeaffaire. Het fintechbedrijf was in eerste instantie 1,9 miljard euro kwijt om vervolgens te constateren dat het bewuste bedrag er nooit geweest is. De accountant EY lijkt wat steekjes te hebben laten vallen.

Hetzelfde geldt voor de Duitse toezichthouder BaFin, die kennelijk niet in staat was de fraude in een vroeg stadium te signaleren. Verzachtende omstandigheid is dat het toezicht deels is uitbesteed aan Deutsche Prüfstelle für Rechnungslegung (DPR), een private toezichtorganisatie met slechts vijftien mensen in dienst.

Een DPR-er is natuurlijk ook maar een mens, maar ze waren kennelijk met onvoldoende in aantal om de criminaliteit binnen Wirecard te achterhalen. Een paar journalisten van de Financial Times hadden blijkbaar wel voldoende intelligentie en wilskracht om te doorzien wat er bij het betaalbedrijf gaande was. Al in januari 2019 berichtten de journalisten van de krant dat de boekhouding van Wirecard niet op orde leek.

Nietszeggend rapport

Natuurlijk moet de hele affaire en de rol van alle spelers nog goed onderzocht worden. Maar het lijkt erop dat toezichthouders zich soms wat gemakkelijk laten verleiden om allerlei zijpaden te betreden waardoor hun core business uit het oog wordt verloren. Hopelijk laat de AFM het niet zover komen.

Maar een kenmerkend voorbeeld van onnodige werkzaamheden vind ik het rapport van AFM over de relatie tussen het beloningsbeleid en de wijze waarop het klantbelang wordt gediend. Het betreffende rapport, Bewust belonen en waarderen, staat vol met nietszeggende onderzoeksvragen met uitkomsten die niet anders hadden kunnen uitvallen dan u logischerwijs had kunnen verwachten.

Zoals bekend is de financiële sector verplicht een beheerst beloningsbeleid te voeren. De financiële crisis van 2008 is mede door verkeerde beloningsprikkels ontstaan, zo stelt ook het rapport. AFM heeft nu onderzoek gedaan hoe het gesteld is met het beloningsbeleid.

Einde onderzoek

Waarom doet de toezichthouder dergelijk onderzoek? De AFM geeft het aan: "Om ondernemingen richting te geven bij de risico-inventarisatie van het beloningsbeleid en de kansen ter verbetering die daaruit voortkomen."

Of dit helemaal correct Nederlands is, laat ik in het midden. Maar het komt erop neer dat de toezichthouder financiële instellingen wil helpen bij het opzetten van een goed beloningsbeleid. Mooi, maar volgens datzelfde onderzoek is dat nergens voor nodig.

Op de vraag in welke mate schadelijk gedrag binnen de betreffende financiële instelling voorkomt, antwoorden de meeste medewerkers nooit of nauwelijks schadelijk gedrag in hun werkomgeving mee te maken. Ik zou zeggen: einde onderzoek. Maar dat geldt niet voor de toezichthouder die, samen met de Universiteit Utrecht, een jaar nodig heeft de onderzoeksresultaten, die dateren van eind 2018/begin 2019, te publiceren.

Bonus toch goed?

Dergelijke rapporten beginnen gewoonlijk met het intrappen van wijd openstaande deuren. Zo wordt gemeld dat gedrag dat beloond wordt, ook meer door medewerkers wordt vertoond. Ik citeer: “Wanneer het behalen van commerciële targets beloond wordt (met een bonus of promotie naar een hogere schaal) of gewaardeerd wordt door het (top)management van een onderneming (bijvoorbeeld met complimenten, status, ontwikkelmogelijkheden of erkenning), dan richten medewerkers zich daar sterker op”.

Tja, logisch, zou je zeggen. Toch zit er een opmerkelijk constatering in bovenstaande citaat. Een bonus kan helpen (goed) gedrag te stimuleren. Dat is toch wel in tegenspraak met het idee bonussen in de financiële sector sterk te beperken.

Volgens dit rapport zou met een bonus juist succes in goed gedrag kunnen worden behaald, als de bonus maar wordt gerelateerd aan gewenst gedrag.

"Een bonus kan helpen (goed) gedrag te stimuleren. Dat is toch wel in tegenspraak met het idee bonussen in de financiële sector sterk te beperken"

Grote verschillen

Kijken we naar de resultaten van het onderzoek, dan constateert AFM dat de verschillen in uitkomsten tussen de achttien onderzochte bedrijven groot zijn. Zo geeft een meerderheid van de respondenten aan niet of nauwelijks gedrag van medewerkers of managers te hebben meegemaakt die het lot van klanten niet echt aantrekken.

Mooi, maar er zijn volgens de AFM grote verschillen tussen ondernemingen, want bij de slechtst scorende verzekeraar zegt 43% dit slechte gedrag soms tot heel vaak te herkennen en bij een andere verzekeraar is dat 25%.

Op zich een behoorlijk verschil, maar het is vreemd dat soms tot heel vaak één categorie vormt. Als slecht gedrag heel vaak voorkomt, dan is dat inderdaad een probleem, maar als dit soms voorkomt, ligt dat anders.

Geen slechte score

Splitsen we de categorieën soms en heel vaak op, dan zien we dat slecht gedrag soms 20% voorkomt en heel vaak 3%. Omdat de categorieën niet en nauwelijks op 77% uitkomt, noemt in totaal 97% van de respondenten niet, nauwelijks of slechts soms dit slechte gedrag waar te nemen.

Dat lijkt mij geen slechte score en de AFM had op basis hiervan ook kunnen concluderen dat er in dat opzicht geen probleem in de financiële sector is.

Zo ver gaat de toezichthouder niet. Nee, de AFM verwacht op basis van het onderzoek dat "financiële ondernemingen bewust omgaan met belonen en waarderen, zodat gedrag gestimuleerd wordt dat gericht is op een zorgvuldige behandeling van klanten en op lange termijn waardecreatie van de onderneming."

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus