Column

Wil de echte, actieve manager opstaan?

Wanneer is een actief fonds zijn kosten waard? Detlef Glow van Lipper kijkt naar veel maatstaven, maar juist niet naar active share.

Een veelbesproken onderwerp in de Europese fondsensector zijn actief beheerde fondsen, die simpelweg een index lijken te volgen. Deze fondsen, ook wel bekend als indexhuggers of closet trackers, voegen geen extra waarde toe maar brengen wel de kosten in rekening die gepaard gaan met actief management. 

Ik ben geen fan van indexhuggers. Actieve fondsen moeten waarde aan beleggers toevoegen, hetzij door minder risico te nemen dan de markt, hetzij door hun benchmark te verslaan. Ik ben er dus een voorstander van dat deze manier van beleggen momenteel door de autoriteiten van verschillende Europese landen wordt onderzocht. Beleggers, met name particuliere beleggers, moeten in bescherming worden genomen.

Maar waar ik het niet mee eens ben, is de manier waarop actief management in deze onderzoeken wordt gemeten. Men heeft ervoor gekozen om dat te doen aan de hand van active share, ofwel door te kijken naar het verschil tusen de posities in het fonds en die in de respectievelijke index. Hoe groter het verschil, hoe beter.

Manipulatie

Ik kan me niet vinden in deze methodiek. De gekozen maatstaf is sterk afhankelijk van de index die voor het onderzoek wordt gebruikt. Een fondsverkoper kan de onderzoeksresultaten eenvoudig beïnvloeden door een andere index te volgen dan de onderzoekers in het vizier hebben. Dan lijkt een fonds een grote active share te hebben, terwijl het nog altijd een index kopieert. 

Bovendien is een grote active share geen garantie voor outperformance of een lager risico. Sterker, hoe actiever een fondsmanager opereert, hoe groter de kans dat de resultaten juist tegenvallen. Voor elke transactie moet immers een vergoeding worden betaald, die ten koste gaat van het uiteindelijke rendement.

Beter dan active share

Zelf ben ik meer gecharmeerd van fondsen met een relatief lage actieve share die hun benchmark weten te verslaan, dan fondsen die met een hoge active share een lager rendement, of zelfs een negatief rendement, boeken. Mij verbaast het dat een hoge active share nog altijd synoniem wordt gesteld met een bovengemiddelde kans op outperformance.

Wat dan wel goed meetinstrumenten zijn om de kwaliteit van actieve fondsen te meten? Ik raad beleggers, adviseurs en autoriteiten aan meer te gaan kijken naar, zoals de informatie- of Sharpe-ratio, en de algehele prestaties van een fonds in de beoordeling mee te nemen. Pas dan kan worden bepaald of een fonds zijn kosten echt waard is.

Detlef Glow is hoofd research EMEA bij Lipper, een onafhankelijk fondsbeoordelaar. Glow heeft een MBA Financial Services van de University of Wales/Cardiff en een BA in Business Administration. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Fintech