Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Overgeleverd aan Kifid en ACM

ACM heeft regels opgesteld voor productrecensies op websites. Laat het duidelijk zijn: ik geef hier altijd gratis mijn oordeel.

Zou IEX al gebeld zijn door de Autoriteit Consument & Markt (ACM)? Ik heb in ieder geval nog niets van de Autoriteit vernomen. De ACM heeft namelijk regels opgesteld voor websites die recensies voor consumentenproducten aanbieden.

Mijn recensies van ETF’s en gestructureerde beleggingsproducten zullen daar toch ook wel onder vallen? Voordat de redactie in allerijl de ACM-regels gaat implementeren, wijs ik er op dat er geen haast geboden is. ACM heeft gezegd voorlopig niet handhavend op te treden.

Maar belangrijker, de regels stellen niet veel voor. Zo moeten positieve en negatieve recensies zoveel mogelijk gelijk worden behandeld. Wat is dat voor een rare nuancering, de toevoeging zoveel mogelijk? Het laat alle ruimte om je als website niet aan deze regel te houden.

Gratis of betaald?

Als je al regels wilt opstellen, maak ze dan duidelijk en geef geen ruimte er (substantieel) van af te wijken. Een regel die mij als enige relevant lijkt, is dat moet worden aangegeven of de reviewer gratis mocht testen of betaald wordt door het betreffende bedrijf wiens product wordt gerecenseerd.

Dat is inderdaad relevante informatie, en het moge duidelijk zijn dat in mijn geval daar geen sprake van is. Ik mag de gestructureerde producten alleen gratis op een excelsheet testen en dan mijn oordeel vellen…

Natuurlijk is het belangrijk of bij recensies en andersoortige beoordelingen de onafhankelijkheid gewaarborgd is. Als er sprake is van één of andere vorm van belangenverstrengeling is het gedaan met de geloofwaardigheid.

Imagoprobleem

Dat brengt mij op een andere organisatie die de afgelopen week in het nieuws was: het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Het klachteninstituut heeft een imagoprobleem.

Dat heeft in eerste instantie als oorzaak dat het instituut in het leven is geroepen door de financiële dienstverleners en ook geheel door hen wordt gefinancierd. Dat is opmerkelijk voor een organisatie waarvan de uitspraken juridisch bindend zijn.

Aan de andere kant zijn er reglementen en statuten die worden gecontroleerd door de minister van Financiën. Ook de benoeming van bestuurders en voorzitters van de Geschillencommissie van het instituut moet door de minister worden goedgekeurd.

Weinig verbetering

Die overheidsbemoeienis versterkt wel weer het onafhankelijke element van Kifid. Wat dat betreft is er weinig verschil met de Autoriteit Financiële Markten. Deze waakhond wordt ook geheel gefinancierd door de financiële dienstverleners zelf.

De AFM heeft echter minder last van het imago niet voor de consument in plaats van voor de financiële sector te zijn. De cijfers zoals Kifid onlangs naar buiten bracht, dragen niet bij aan het verbeteren van het imago.

Van de ruim drieduizend zaken waar de Kifid Geschillencommissie een uitspraak over deed, kreeg de consument in minder dan 10% van de gevallen zijn gelijk. In een interview met het FD nuanceerde Kifid-voorzitter Eveline Ruinaard dat percentage, omdat volgens haar veel zaken worden geschikt.

Toch niet objectief

In die gevallen krijgt de klagende particulier op zijn minst een beetje gelijk. Naar mijn mening is het lage percentage van door particulieren gewonnen zaken inderdaad geen bewijs of zelfs indicatie dat de Geschillencommissie niet objectief tot zijn oordeel zou komt.

Het is heel goed mogelijk dat de aangeklaagde financiële dienstverlener het alleen tot een uitspraak van de Geschillencommissie laat komen als het echt overduidelijk is dat het juridische gelijk aan hun zijde is. Zodra er ook maar enige twijfel is over het juridische gelijk, kiest de financiële dienstverlener kennelijk voor een schikking.

Dat hoge percentage schikkingen vind ik eerder zorgelijk en mogelijk een indicatie voor het feit dat de consument bij het Kifid de onderliggende partij is. Van de schikking zelf, en de aanleiding tot de schikking, komt niets naar buiten.

Hoe is op deze manier te controleren of de klagende particulier voldoende recht is aangedaan en dat het Kifid in het conflict een onpartijdige rol heeft gespeeld? Een goede stap zou zijn de schikkingen, net als de uitspraken van de Geschillencommissie, ook openbaar te maken.

Gelijk speelveld

Natuurlijk willen de financiële dienstverleners dat niet. De geheimhouding is juist de reden om voor deze afhandeling van het conflict met de particuliere klager te kiezen.

De Kifid-voorzitter kiest voor een andere weg het imago van het instituut te verbeteren, namelijk door een betere uitleg te geven “ook als de andere kant van de tafel drie Zuidas-advocaten meeneemt”. Dit vind ik een voorbeeld dat het Kifid nog een lange weg te gaan heeft.

Wat heeft een particulier aan goede uitleg als toegestaan wordt dat hij met zo’n zware advocatendelegatie wordt geconfronteerd? Ruinaard zegt te streven naar een gelijk speelveld voor particulier en financiële dienstverlener.

Daarbij kan ze mijns inziens beter zorgen voor evenwichtig aan de onderhandelingstafel dan het zo goed mogelijk uitleggen van juridische haarkloverij.

Wat vindt u?

Tot slot geef ik een zaak waar de Geschillencommissie Kifid recent een uitspraak over heeft gedaan. De klagende partij werd in het kader van een beleggingsverzekering onder andere het Verre Oosten Fonds geadviseerd.

Nu blijkt dat het fonds voor meer dan 50% is belegd in Australië, een continent dat niet behoort tot de regio Verre Oosten. De klant was wel geïnformeerd door de verzekeraar dat Australië meer dan 50% onderdeel van het fonds uitmaakte.

Volgens de klager is er, doordat niet geheel in het Verre Oosten is belegd, 2000 tot 4500 euro minder rendement gemaakt. De beleger eist een vergoeding voor de geleden schade. Wat is, volgens u, de uitspraak van het Kifid? Het antwoord geef ik later op de dag in het reactiedeel onder de column.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Vastgoed