Nieuws

Jonge beleggers nemen te weinig risico, oudere juist teveel

Beleggers van middelbare leeftijd nemen over het algemeen meer risico dan goed voor ze is, jongeren nemen te weinig risico. Hier ligt een schone taak voor financieel adviseurs, zegt Joachim Klement.

In theorie doen jonge beleggers er verstandig aan veel risico te nemen omdat dit op de lange termijn de beste resultaten oplevert. Ouderen kunnen daarentegen beter wat voorzichtiger aan doen als ze hun vermogen willen uitgeven tijdens hun pensioen.

Dat klinkt logisch, maar strookt niet met de praktijk, zegt beleggingsexpert Joachim Klement in zijn blog Loss aversion across the ages. In de praktijk zijn jongeren tot en met 24 jaar heel voorzichtig omdat ze weinig te besteden hebben.

Daarna - met de eerste goede baan - neemt de risicobereidheid geleidelijk toe. Het hoogtepunt wordt pas bereikt tussen de 35 en 54 jaar als mensen het meest werken en verdienen.

Klement vindt het belangrijk dat beleggingsadviseurs zich hier bewust van zijn. Aan hun de schone taak om beleggers te leren dat ze best wat eerder meer risico mogen nemen. Voorzichtigheid is iets voor later als het pensioen nadert.

Vertaling van de blog

“Risk aversion” (het vermijden van risico) en “loss aversion” (het vermijden van koersverliezen) zijn twee van de belangrijkste beleggingsprincipes. Beleggers die risicoavers zijn, beleggen doorgaans minder in risicovolle activa zoals aandelen en hebben daardoor later in hun leven een lager pensioen.

Risicoaversie hangt af van verschillende factoren zoals geslacht, inkomen en persoonlijkheid, maar één factor steekt er bovenuit die toch vaak wordt genegeerd door beleggingsadviseurs: de leeftijd.

Ik heb het niet over de klassieke manier om de leeftijd van iemand te verwerken in de beleggingsstrategie: Hoe ouder iemand is, hoe minder die persoon in risicovolle activa moet beleggen.

Waar ik op doel is de persoonlijke houding van mensen van verschillende leeftijden tegenover het nemen van risico.

City University

David Blake van City University London heeft samen met collega’s een onderzoek gedaan onder 4.000 Britten van alle leeftijden om hun risicoaversie en hun verliesaversie te meten.

Om verliesaversie vast te stellen, gebruikte hij een bekend experiment waarbij gevraagd wordt een muntje op te gooien. Als het kop is verliezen ze 500 dollar, bij munt winnen ze een bepaald bedrag. Het bedrag waarvoor mensen bereid waren de munt op te gooien, bepaalde de omvang van de verliesaversie. 

Uit eerdere experimenten van Amos Tversky en Daniel Kahneman weten we dat de verhouding tussen de vereiste winst en het vereiste verlies gemiddeld ergens tussen de 2 en 3 ligt. En inderdaad, het gemiddelde van de 4.000 Britten toonde een verliesaversie van 2,4. Alles volgens het boekje dus.

Maar als er vervolgens naar de leeftijden van de deelnemers gekeken wordt dan wordt het interessant. Jongeren tussen 18 en 24 jaar hebben een verliesaversiecoëfficiënt tussen 3 en 4 (erg risicoavers), net als mensen van 65 jaar en ouder. Maar mensen die midden in hun carrière zitten (tussen 35 en 54 jaar) hebben een veel lagere verliesaversie, tussen 1 en 2.

Beleggingsadvies

Het gebruikelijke advies aan beleggers is om op jonge leeftijd zoveel mogelijk in risicovolle activa te beleggen en vervolgens geleidelijk het risico te verminderen als zij ouder worden. Maar uit het experiment van David Blake blijkt dat dit advies lijnrecht in gaat tegen de intuïtie van beleggers.

De natuurlijke neiging van jonge beleggers is juist om defensief te beleggen, omdat zij lagere inkomens hebben en minder spaargeld. Ze hebben het gevoel dat zelfs kleine verliezen grote impact kunnen hebben op hun financiële veiligheid.

Naarmate beleggers ouder worden en meer vermogen opbouwen, neigen ze ernaar meer risico te nemen en zijn bereid meer verliezen te accepteren. Pas als ze de pensioengerechtigde leeftijd naderen, worden ze meer afkerig van verliezen.

Opvoeden

Ik zeg niet dat beleggingsadviseurs altijd moeten doen wat de klant wil en hun risicoaversie klakkeloos moeten accepteren. De klant heeft niet altijd gelijk.

Maar adviseurs moeten zich er wel bewust van zijn dat hun adviezen soms ingaan tegen de natuurlijke wens van particuliere beleggers. Er is vaak meer voorlichting nodig om jonge klanten zover te krijgen dat zij een riskantere portefeuille accepteren dan zij normaal zelf zouden samenstellen.

Het positieve voor adviseurs is dat de studie aantoont dat er veel werk te doen is voor hun. Sommige dingen zijn voor een adviseur niet te beïnvloeden zoals de hoogte van het inkomen, spaargeld of carrière van hun klanten.

Maar wat ze wel kunnen doen, is beleggers voeden met de juiste informatie zodat ze keuzes maken die het best bij hun leeftijd passen. Daar zit de meerwaarde van een financieel adviseur: mensen helpen om betere beleggers te worden.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie