Nieuws

Negen beursmythes doorgeprikt

Vermogensbeheerder Ben Carlson is dol op beurswijsheden. Het leukste is om aan te tonen dat ze niet kloppen. Negen mythes op een rij.

Over de beurs zijn genoeg mythes en beleggingswijsheden te vertellen. “Sell in May and go away, but remember to come back in September,” is een bekende, net zoals het gezegde dat in januari wordt bepaald wat er de rest van het jaar gebeurt.

De Amerikaanse vermogensbeheerder Ben Carlson is dol op dit soort mythes en hij vindt het prachtig om ze door te prikken. In zijn nieuwste blog neemt hij negen mythes op de hak. 

1. Slechte timing is killing

Instappen als de beurs laag staat, is natuurlijk beter dan kopen op de top. Maar veel belangrijker is om niet in paniek te verkopen. Carlson geeft het voorbeeld van Bob, de slechtste timer ooit. Bob begint te werken in de jaren '70 en spaart vlijtig.

Aandelen laat hij links liggen, tot hij in 1980 besluit 8.000 dollar te investeren in het Amerikaanse indexfonds van Vanguard. Wat volgt, is een enorme bearmarkt die tot 1982 zou duren.

Bob is gedesillusioneerd. Hij verkoopt zijn aandelen niet, maar koopt ook niks bij. Pas in 1987 laat hij zich weer aansteken door een nieuwe beurshausse. Dit keer investeert hij 16.000 dollar. Helaas pindakaas, een maand later is Black Monday en keldert de S&P 30% in een week. 

Dit keer is hij echt geschrokken, maar verkoopt niks. Het is vanaf nu weer sparen geblazen tot hij in 1999, net als de rest van de wereld, in de ban raakt van internet en de nieuwe economie. Het kan niet misgaan, denkt Bob, dus hij investeert 54.000 dollar. Maar de nieuwe economie blijkt een farce. De internetluchtbel spat uit elkaar en Bob verliest veel geld.

In 2007 probeert Bob het nog een laatste keer. Dit keer met 50.000 dollar. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht, maar als Lehman Brothers omvalt, zakken de hele beurs en huizenmarkt als een pudding in elkaar.

In 1999 gaat de arme Bob met pensioen en hoeveel zijn zijn aandelen waard? Toch nog 1,1 miljoen dollar! Lang niet slecht voor een loser die altijd op het verkeerde moment instapt.

2. It’s the economy, stupid

Beleggers kunnen zich beter afzijdig houden als het economisch bergaf gaat, luidt een bekend advies. Maar de afgelopen twee jaar was dat een vrij domme strategie en ook in andere jaren was het juist lucratief om te beleggen als het somberheid troef was.

Carlson vergelijkt historische werkloosheidscijfers met de beursprestaties. Wat blijkt? Voor de VS geldt sinds de Tweede Wereldoorlog dat hoe hoger de werkloosheid was, des te beter de S&P presteerde.

Een goed voorbeeld was maart 2009, toen de beurs zijn dieptepunt bereikte ruim voor de werkloosheid piekte. Voor de huizenprijzen zou het nog bijna drie jaar duren voor de bodem werd bereikt. De aandelenkoersen waren toen al 100% gestegen.

3. Wachten op normaliteit

Veel beleggers klagen aan de lopende band over een gebrek aan normaliteit. Die vervelende centrale banken met hun ruime monetaire beleid, de hoge energieprijzen en de huizenprijzen die de pan uitstijgen.

Maar wat is normaal? In de VS ligt de inflatie nu boven de 7%. In de jaren '70 was dat de normaalste zaak van de wereld. En wat deed de beurs? Aandelen leverden dat decennium gemiddeld gewoon 5,9% per jaar op en obligaties rendeerden 5,4%.

Volgens Carlson zijn er geen normale tijden, alleen veranderende tijden.

4. Veilig met hoog dividend? 

Het aantrekkelijke van waarde-aandelen zit voor een groot deel in het hoge dividend, wordt wel eens gezegd. Helemaal mooi is het als het dividendrendement stabiel is over een groot aantal jaren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het Amerikaanse AT&T met een gemiddeld dividendrendement van 5% over de afgelopen 20 jaar. Maar was het daarmee ook een goede belegging?

Nee, want de koers van AT&T is gekelderd. Het geeft aan dat het dividendrendement op zichzelf niks zegt. “Het enige wat telt, is het totaalrendement.”

5. Records verkopen

Als de beurs een nieuw record bereikt, wordt het tijd winst te nemen. Hoezo? Records op de beurs zijn net zo normaal als wereldrecords in de sport. Het kan altijd beter en hoger.

Carlson heeft de laatste 100 jaar bekeken en 1 op de 20 dagen leverde een nieuw slotrecord op. Het was een waardeloze strategie om op die dagen te verkopen.

6. Het is gokken

Als er in talkshows wordt gesproken over aandelen, dan valt al snel het woord gokken. Vooral in turbulente beursjaren wordt beleggen gelijk gesteld aan een bezoekje aan het casino. Maar dat is helemaal niet zo.

Als iemand voor de lange termijn belegt in een diverse mandje aandelen, dan is beleggen zo safe als een huis, misschien nog wel veiliger. Het eerdere voorbeeld van Bob geeft aan dat het vrijwel onmogelijk is om verlies te lijden.

7. Risico is meetbaar

Voor analisten is het dagelijkse kost om inschattingen te maken over risico’s. Banken hebben daar ingewikkelde modellen voor en soms kan het zeker helpen.

Maar Brown waarschuwt voor het teveel leunen op kwantitatieve methoden. Er zit ook een kwalitatief aspect aan beleggen en de toekomst is nou eenmaal niet in modellen te vatten. 

Buffett once said, "Risk comes from not knowing what you’re doing"

8. Complexe oplossingen niet nodig

Complexe problemen vragen om complexe oplossingen. Dat is vaak de boodschap van hedgefondsen in hectische tijden. Maar de afgelopen decennia hebben bewezen dat indexproducten ook prima resultaten opleveren.

Beleggers hoeven helemaal niet zo ingewikkeld te doen. Voor een mandje van aandelen en obligaties zijn geen ingewikkelde modellen nodig.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie