Nieuws

Negen vervelende feiten over de aandelenmarkt

Op de lange duur zijn aandelen de beste belegging. Maar dat doet niks af aan het feit dat er ook lange fases kunnen zijn van underperformance, soms zelfs jaren.

2020 was een gek beursjaar, met een verrassend sterk herstel in de periode maart-december. Deze rally was zo krachtig dat die van na de kredietcrisis van 2007-2008 werd overtroffen.

Fantastisch zou u zeggen, maar volgens Ben Carlson kan het ook valse verwachtingen wekken. Aandelen zijn niet zaligmakend. Op de lange termijn leveren ze meer op dan obligaties, cash en goud.

Maar pas op. De periodes waarin dit niet het geval is, kunnen heel lang zijn.

In A Wealth of Common Sense geeft hij een aantal voorbeelden uit het verleden voor de VS:

  1. Een van de slechtste periodes ooit voor aandelen was tussen 1929 en 1954. Een hele lange periode dus, van 25 jaar, waarin de koersen onderwater stonden. Zelfs als het dividend wordt meegeteld, duurde het veertiende jaar voor beleggers weer een positief rendement maakten.

  2. Wat recenter - gedurende de boom-and-bust van de internetluchtbel - moesten beleggers in de twaalf jaar tussen maart 1997 en maart 2009 genoegen nemen met een schamel totaal rendement van 5% (inclusief dividend).

  3. Veel beleggers zullen het niet geloven, maar tussen maart 1969 en februari 2009 waren staatsobligaties een betere belegging dan aandelen. 

  4. Tussen 1969 en 1981 was het de inflatie die aandelenbeleggers de das omdeed. S&P-aandelen leverden weliswaar een totaal rendement op van 105%, maar dat was te weinig om de inflatie van 160% bij te benen.

  5. Er zijn hele lange periodes geweest waarin goud het beter deed dan aandelen. Een extreem voorbeeld zijn de jaren zeventig met zijn torenhoge inflatie die de goudprijs deed opveren met 1300% tegenover een rendement van slechts 78% voor de S&P-500. In de periode 2000-2009 was er nog zo’n fase met een stijging van 280% voor goud, terwijl de S&P 9% daalde. 

  6. De afgelopen 93 jaar (sinds 1928) waren er 30 jaar waarin spaargeld meer opleverde dan aandelen. 

  7. Wall Street is lang niet altijd het crème de la crème onder de aandelenbeurzen. Een goed voorbeeld zijn Japanse aandelen in de jaren 70 en 80 met een rendement dat het zesvoudige bedroeg van Amerikaanse aandelen. Tussen 1970 en 1989 leverden Japanse aandelen een rendement op van 6000%, tegenover 790% voor de VS. Daarna moest je overigens wel wegwezen, want de Japanse beurs heeft het hoogtepunt van toen nog steeds niet overtroffen.

  8. Crashes zijn geen zeldzaamheid. Sinds 1928 is de beurs 21 keer met meer dan 20% onderuit gegaan. In zes gevallen was het zelfs 40% of meer. Dat betekent minstens een op de vijf jaar een correctie.

  9. Het slechtste jaar ooit was in 1932 toen de beurs 43% van zijn waarde verloor.

Niet bang zijn

Carlson wil beleggers met deze cijfers geen angst aanjagen. Integendeel zelfs. Als je alle statistieken op een hoop gooit dan rollen aandelen er nog altijd als beste uit met een gemiddeld rendement van grofweg 10% per jaar.

Maar dat doet niks af aan het feit dat het ook altijd een kwestie van tijd is voor de volgende correctie komt. Wanneer dat dit keer zal zijn, weet niemand.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

China; opnieuw lieveling van beleggers?