Nieuws

Beleggen met total return-doelstelling

NN Investment Partners wint dit jaar wederom de Lipper Group Award voor beste grote mixfondsenhuis.

NN Investment Partners wint dit jaar wederom de prijs voor beste grote mixfondsenhuis. Ewout van Schaick en Ronald Sminia leggen uit wat het huis doet om die prijs te kunnen winnen. Er zijn niet zo heel veel fondsen die year-to-date zwarte cijfers schrijven. Tot deze selecte groep behoren het First Class Multi Asset Fund en First Class Multi Asset Premium Fund van NN Investment Partners.

Vorig jaar won NN IP de Lipper Group Award Mixed Assets Large. Dit jaar eveneens. De twee First Classfondsen volgen de strategie waarmee NN IP ook in 2017 en 2018 zou kunnen winnen. “Ze hebben geen benchmark,” legt Ewout van Schaick uit, hoofd Multi-Asset Strategies bij de eerste vermogensbeheerder van Nederland, die wereldwijd 187 miljard euro belegt. “Alleen een total returndoelstelling. Voor het gewone First Class-fonds is dat cash plus drie procentpunten, voor het Premium-fonds cash plus vijf.”

Sinds hun lancering – respectievelijk in 2011 en 2014 – behaalde ‘gewoon’ een gemiddeld bruto jaarrendement van 5% en Premium zelfs 12%. Cash rendeerde in die periode rond de 0%.

Dynamisch genoeg?

“Momenteel geeft total return een beter resultaat tegen grofweg hetzelfde risico, en dezelfde lage kosten,” zegt Van Schaicks collega Ronald Sminia. “Dat blijkt uit onze performance, dus wij kunnen dat ook uitleggen aan de particulier.” Sminia is directeur van FitVermogen. NN IP’s platform voor particuliere beleggers drijft op de Dynamic Mix Funds I tot en met V – de Romeinse cijfers staan voor een oplopende risicograad, van 10% aandelen en 90% obligaties tot precies het omgekeerde daarvan.

Gemaksfondsen heten ze bij FitVermogen: professioneel beheer waar de particulier geen omkijken naar heeft, zo verklaarde Van Schaick deze term vorig jaar in IEXProfs magazine, toen hij zijn eerste Lipper Award ontving. Maar de marktomstandigheden zijn intussen drastisch veranderd. Plat gezegd: zijn NN’s traditionele mixfondsen wel Dynamic genoeg?

“Ze zitten conform risicoprofielen in vaste verhoudingen van vastrentend en aandelen.,” zegt Sminia. “En vanwege deze profielen kunnen de fondsmanagers maar beperkt afwijken van deze percentages.” Bij de First Class-fondsen hebben ze veel meer vrijheid en dat betaalt zich vooral uit voor het riskantere deel van de mix. Behalve in aandelen kunnen ze dat ook beleggen in grondstoffen, valuta’s en indirect vastgoed.

Mix variëren

“Dankzij onze schaalgrootte kunnen wij in die hoek nog echt meerwaarde creëren,” zegt Van Schaick. “Als de markt verschuift, variëren wij onze mix door bijvoorbeeld Duitse rente-futures te verkopen en futures op de S&P en EuroStoxx aan te schaffen. Dat kan binnen een kwartier, tegen lage kosten. De grootbanken met hun modelportefeuilles moeten aandelen- en obligatiefondsen gaan kopen en verkopen. Dat kost meer geld en meer tijd – één tot drie dagen.”

Kennelijk begint de particulier die voordelen ook te zien. In First Class gewoon zit inmiddels 750 miljoen euro, in Premium 150 miljoen – bij elkaar bijna evenveel als in de vijf Romeinen. Ze kosten grofweg hetzelfde: jaarlijks 0,50% voor gewoon en 0,60% voor Premium, tegen 0,55 tot 0,75% voor de Dynamic Mix-familie.

En daar krijgt een particuliere belegger veel voor terug, benadrukt Van Schaick: “Welke grootbank beschikt nog over twintig specialisten, alleen voor multi asset-beleggen? Nou, ik dus wel.”

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Alles over de rente