Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs.

Hij is sinds 2001 actief in de financiële journalistiek met een uitgebreid freelance-verleden en een lange geschiedenis bij IEX. Hij is ook de bedenker en samensteller van de IEX Fonds 40 en de IEX Defensieve 30

. Sinds 2015 is Van Kleef chief editor Investment Writing & Translations bij Robeco.
Nieuws

Werk aan de winkel

Klopklopklop. Tiktiktik. Wat is dat geluid toch? De financiële sector werkt aan zijn toekomst. Een betere toekomst.

Schikkingen, boetes, ze komen nog met de regelmaat van een Zwitsers uurwerk voorbij, maar wanneer hebt u voor het laatst iets gehoord over het zelfreinigend vermogen van de financiële sector? De term was een tijdje hip, zo vlak na de financiële crisis van 2007-2008, maar lijkt een stille dood gestorven.

Hoewel, er gebeurt wel degelijk iets in de industrie van het grote geld. En niet alleen aan de voorkant van banken en vermogensbeheerders, waar het onder het oog van het grote publiek gebeurt. Nee, ook aan de achterkant wordt aan de winkel gewerkt.

Het van oorsprong Amerikaanse CFA Institute timmert nog steeds aan zijn weg, waarbij grondige kennis wordt gepaard aan een stevige dosis ethiek. Maar er is ook in ons eigen land een initiatief dat de moeite van het vermelden waard is. Waar de CFA-opleidingen zich richten op iedereen die werkzaam is in de front office van banken en vermogensbeheerders, biedt CIP een alternatief voor de nog grotere groep werknemers in de financiële industrie die werkzaam is in de back office.

Ook daar is kennis en opleiding nodig, en dus springt Certified Investment Professionals in dat gat, met een opleiding en certificaat voor beleggingsprofessionals aan de achterkant van banken en assetmanagers.

Oog voor het proces
Mark Lamers, directeur CIP, stond in 2007 aan de wieg van het initiatief waarvan pas de laatste twee jaar de kinderschoenen bij de tenen beginnen te knellen, met een groeivoet van 60% in 2012 en 2013. “CFA bedient de front office-medewerkers, maar er was niemand die naar de mid- en back office-medewerkers keek. Het besef is de afgelopen jaren gegroeid dat ook daar kennis en educatie nodig is. En CFA is daar niet echt voor geschikt. CIP richt zich wel specifiek op operations: clearing & settlement, asset servicing.”

Volgens Lamers zijn daar van oudsher typische hands on-mensen werkzaam. De opleiding richt zich daar specifiek op. Ook omdat de werkomgeving in back offices snel verandert. Er wordt veel werk uitbesteed. Daardoor verandert het werk van heel taakgericht je eigen ding doen, naar meer oog hebben voor het hele proces. En dat vergt andere vaardigheden.

“Bij CIP wordt niet alleen kennis opgedaan, die moet ook praktisch kunnen worden toegepast door de kandidaten en de opleiding eindigt met een thesis die ook nog gepresenteerd moet worden. Die combinatie van kennis, toegepaste kennis en presentatie is uniek en is op maat gesneden voor het type mensen dat in de back office actief is.”

De CIP-opleiding bestaat uit twee levels en een thesis, waar het eerste level vooral basiskennis (van kapitaalmarkten, portefeuillebeheer, clearing & settlement en financiële mathematiek) oplevert en de tweede meer diepgang, op gebieden als derivaten, treasury, asset servicing en risicobeheer.

Studenten kunnen kiezen uit zelfstudie of klassikaal de materie consumeren. In dat geval duurt de gehele opleiding, inclusief examens 27 maanden. De kosten zijn te overzien, zo’n 1.000 euro per level. “Bij steeds meer bedrijven wordt Level 1 verplicht gesteld.”

Loopt het storm? Nou, er is in elk geval gezonde groei van het aantal studenten van zo’n 60% per jaar, sinds 2012. Er zijn inmiddels 60 gecertificeerde CIP’ers en 250 studenten volgen de opleiding nu. CIP is inmiddels uitgebreid naar zeven landen en wil het groeitempo van vier nieuwe internationale vestigingen per jaar de komende jaren volhouden. Lamers: “Binnen drie jaar willen we 1.000 studenten hebben die de opleiding volgen.” Zelfreinigend vermogen De toenemende druk op de sector om transparanter te worden en enige mate van zelfreinigend vermogen te tonen, helpt CIP zeker een handje, erkent Lamers.

De urgentie bij banken en vermogensbeheerders om ‘iets te doen’ is groter dan voor de financiële crisis. Maar de vraag komt vooral voort uit het feit dat risico weer helemaal op de kaart staat en financials beseffen dat werknemers ook een risico kunnen vormen. Operationeel risico staat op de agenda en alle beetjes helpen daarbij.

CIP is volgens Lamers niet concurrerend met, maar complementair aan CFA omdat het net die andere helft van de werknemers in de sector aanspreekt. “De CFA-opleiding biedt een hoger kennisniveau en vooral veel meer leerstof. CIP is wat pragmatischer.”

In tegenstelling tot CFA roemt Lamers zich niet in een laag percentage studenten dat de opleiding met succes afrondt. Dat percentage ligt nu rond de 65%, terwijl bij CFA slechts één op de drie studenten met een certificaat naar huis gaat. Ook CFA biedt inmiddels een opleiding voor back office-medewerkers, Claritas, maar dat betitelt Lamers als een CFA Light voor mensen die bij Operations werkzaam zijn. “Qua niveau heb je CFA bovenaan, dan CIP in het midden en daaronder Clari “CFA bedient de mensen in de front offices, maar er was niemand die naar de mid- en back office- medewerkers keek.”

Opvallend met CIP is dat de deelnemers niet alleen bij back offices van banken en financials vandaan komen, benadrukt Lamers nog. “Ook it’ers, accountants en consultants melden zich aan. “Een grote assetmanager heeft de opleiding recent verplicht gesteld voor alle it’ers, omdat zij de financiële modellen moeten bouwen en onderhouden. Kennis van de materie en processen is daarbij van groot belang.”

Dat duidt toch echt op een stukje oudhollands zelfreinigend vermogen en laat zien dat er echt iets gedaan wordt om de kennis in de sector te verbeteren en daarmee vertrouwen terug te winnen. Hilko de Brouwer, voorzitter van CFA Society in Nederland, denkt dat de schelp waarin de financiële sector zichzelf had opgesloten, langzaam opengaat.

De kritiek van wetgevers en vanuit de maatschappij heeft daarbij zeker een rol gespeeld. Maar ook vanuit de sector en vanuit individuen in de sector is het besef gaan leven dat een breder draagvlak nodig is. Zo stelde de CFA Society zichzelf open voor een breder publiek, breder dan het selecte groepje professionals dat zich chartered financial analyst mag noemen. “We hebben onze missie uitgebreid. Naast het eigen belang van professionals, dragen we nu ook het belang van de sector.”

Het programma van CFA Institute was van oudsher specifiek toegespitst op analisten en portefeuillebeheerders. “Nu kijken we verder en bedienen we met Claritas ook de mensen die bij financials werken in ondersteunende functies. Het is bedoeld als een laagdrempelige, maar zinvolle aanvulling op de educatie van de medewerkers bij sales, operations of risk management. De educatie wordt breder getrokken.”

Klantbelang en ethiek
Voor een deel komt de vraag vanuit de sector zelf, mensen die vanwege de moeilijke arbeidsmarkt de behoefte hebben zichzelf te onderscheiden. “CFA is voor veel van die mensen geen optie. Dat vergt academisch niveau en veel van de leerstof is niet relevant voor mensen in ondersteunende functies.” Met Claritas kunnen ze toch een certificaat halen (dat vergt zo’n honderd studie- uren) en het helpt volgens De Brouwer om alle mensen binnen een bank of vermogensbeheerder “dezelfde taal te laten spreken en het klantbelang centraal te stellen.”

Omdat Claritas een loot aan de CFA-stam is, staat ethiek centraal. Het niveau ligt een stuk lager dan CIP, denkt De Brouwer, wat Claritas laagdrempelig maakt. In die zin is het certificaat niet vergelijkbaar met de CIP-studie die een hogere barrière heeft. “Claritas helpt vooral om de basiskennis in ondersteunende afdelingen naar een hoger niveau te tillen.”

Hoewel Claritas al in 2010 in de Angelsaksische wereld werd gelanceerd, zag het in Nederland pas dit jaar het licht. Volgens De Brouwer kijken partijen als AllianzGI en UBS er met interesse naar. “De grote assetmanagers en banken zijn de voor de hand liggende doelgroep. Vaak hebben die natuurlijk al opleidingsprogramma’s, maar we verwachten zeker interesse.”

Commitment van de sector om het personeel over de hele linie op te leiden is groot, al ziet De Brouwer het nog niet snel verplichte kost worden. “Het is niet ondenkbaar, maar zover zijn we nu nog niet.” Met name binnen HR-programma’s ziet hij kansen. “Het is makkelijk te implementeren. En klantbelang en ethiek zijn van toenemend belang.”

Ondertussen groeit CFA Society zelf gestaag door. Ook deze zomer bogen weer 1.200 kandidaten zich in Amsterdam over hun examenopdrachten. Inmiddels hebben 750 Nederlanders CFA op hun visitekaartje staan. “We gaan langzaam richting de 1.000.” 


Boete doen voor gemaakte fouten

Hans Janssen Daalen, voorzitter van Dufas, de branchevereniging van Nederlandse vermogensbeheerders, was in november op een bijeenkomst van Ernst & Young iets minder te spreken over de opgelegde veranderingen in de sector. Het imago van de financiële sector is zo zwaar ingedeukt dat het negativisme bij consumenten over financiële dienstverleners nog nauwelijks is geluwd.

De politiek en toezichthouders spelen daarbij een belangrijke rol, vindt Janssen Daalen. “Het heeft misschien te maken met onze calvinistische inslag. Er moet kennelijk ‘boete worden gedaan’ voor gemaakte fouten.” De maatregelen waar dat zich in uit worden door hem gemengd ontvangen. “Met het provisieverbod geeft Nederland, samen met het Verenigd Koninkrijk, het goede voorbeeld. Maar zo’n eenzijdig strenge maatregel als de bonuscap tot 20% van het jaarsalaris knaagt wat mij betreft aan de fundamenten van ons vestigingsklimaat. In andere landen is dat 100% of zelfs 200%.”

Het zal niet stimulerend werken op de Nederlandse vermogensbeheerindustrie, die toch al zware tijden doormaakt, zegt Janssen Daalen. “Het aantal particuliere beleggers in Nederland is gedaald van 1,5 miljoen voor de crisis tot zo’n 750.000 nu. Dat is al wel weer iets meer dan een jaar geleden, toen naar schatting 650.000 mensen belegden. Ook het bedrag dat in Nederlandse fondsen is belegd is gedaald. Retailbeleggers hebben 23 miljard euro in Nederlandse fondsen zitten, tegen 40 miljard institutioneel geld.”

Janssen Daalen vindt dat dit aanmerkelijk meer zou kunnen zijn en geeft aan dat er in Europa kansen liggen voor alerte marktpartijen. Daarbij is de relatieve voorsprong die Nederland en Groot-Brittannië hebben ingenomen door het invoeren van het provisieverbod een handig hulpmiddel. “In Europa zie je dat Nederland en Groot- Brittannië nu als eerste de new school of asset management hebben omarmd. In de rest van continentaal Europa domineert de old school nog."

Die oude school kenmerkt zich volgens de Dufas-voorman vooral door politieke inertie en een markt die wordt gedomineerd door een gesloten verzekeringswereld, die vernieuwingen tegenhoudt. En dat zorgt er weer voor dat steeds meer beleggers richting het moeras van execution only worden geduwd, “an accident waiting to happen”, volgens Janssen Dalen. De oplossing? Een aanbod van evenwichtige en begrijpelijke totaaloplossingen voor beleggers, concludeert de Dufas-topman. Naast het bijscholen van personeel in alle geledingen moet er daarom ook worden ingezet op innovatie en verbetering van het aanbod.

Dit artikel is eerder verschenen in IEXProfs magazine nummer 27, 2014.

 

Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Alles over de rente