Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

Kiezen tussen economie en inflatie?

Worden de Fed en de ECB gedwongen om te kiezen tussen economie of inflatie? Half december weten we meer over de aanpak van centrale banken, aldus Edin Mujagic. En over het verloop van de nieuwe virusvariant.

De omikron-variant van het coronavirus houdt de gemoederen bezig. Voorlopig is er vooral veel wat we níet weten. Wetenschappers zijn druk bezig meer over de nieuwe variant te leren.

Het gaat daarbij om drie belangrijkste vragen:

  1. Is de nieuwe variant besmettelijker dan de Delta-variant?
  2. Is de kans op ziekenhuisopname of zelfs overlijden groter?
  3. Is de nieuwe variant beter bestand tegen vaccins?

De komende maanden zullen maanden van relatief grote onzekerheid zijn. En daardoor zal er wellicht meer volatiliteit op de markten zijn. Dat verandert pas wanneer de wetenschappers antwoorden hebben.

Als het antwoord op een van de vragen bevestigend is, dan kunnen de centrale bankiers in 2022 in een nachtmerrie belanden; een situatie waarin een factor de economische groei omlaag en een factor de inflatie omhoog stuwt.

Meer logistieke problemen

Als ja het antwoord is op één of meer vragen, dan moet er gevreesd worden voor nieuwe lockdowns en beperkingen van internationaal verkeer. Dat zou een knauw betekenen voor de economische groei.

Het zou ook logistieke problemen - die al enige tijd verantwoordelijk zijn voor de zeer hoge inflatie - verergeren en daarmee de inflatie langer zeer hoog houden, verder aanjagen of allebei.

De OESO noemt de onzekerheid over de nieuwe coronavariant in de nieuwe ramingen voor economische groei en inflatie een bedreiging. De club van rijke landen verwacht dat de inflatie in 2022 in de eurozone op 2,7% zal uitkomen. Eerder gingen de OESO-economen nog uit van 1,5% geldontwaarding in euroland.

Stoppen of doorgaan

Omikron als wind tegen voor de groei, maar wind in de rug wat inflatie betreft, zal de centrale banken zoals de Fed en de ECB kunnen dwingen te gaan kiezen tussen monetaire instrumenten inzetten om de economie een handje te helpen of inzetten om de inflatie te beteugelen.

Het eerste vereist op zijn minst niet stoppen met het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties, zo niet het opvoeren van die aankopen. Het tweede verlangt juist een versnelde afbouw van die aankopen en gepraat over renteverhogingen in de niet zo heel verre toekomst.

Het mag duidelijk zijn dat beiden tegelijk niet kan. Kiezen dus en daarmee kleur bekennen.

Bluffen

De ECB zegt al heel lang dat ze in actie zal komen als de inflatie te hoog lijkt te worden op middellange termijn. Tot nu toe had de bank de luxe dat de economische situatie zodanig was dat niemand kon zeggen of de ECB wel of niet aan het bluffen was. Dat kan in 2022 dus veranderen.

Een complicerende factor voor de bank is dat ze zich al min of meer gebonden hebben aan het stoppen met PEPP in maart volgend jaar.

Als ze nu terugkrabbelen riskeren ze dat beleggers de ECB als onbetrouwbaar en onvoorspelbaar gaan zien. En dat wil geen een centrale bank.

Husselen met programma's

Op 15 december vergadert het ECB-bestuur en de kans is groot dat het een vergadering met nogal wat vuurwerk zal zijn. Enerzijds omdat ze bekend zullen maken of ze nog steeds van plan zijn te stoppen met de PEPP.

Anderzijds omdat de eerste ramingen voor inflatie in 2024 gepubliceerd worden, net als de bijgewerkte ramingen van 2022 en 2023.

Als die hoger uitpakken, dan wordt het lastig voor de ECB om vol te houden dat een krapper monetair beleid niet nodig is. Het kan ook zijn dat de bank besluit PEPP te beëindigen, maar de niet opgemaakte ruimte van dat programma toe te voegen aan het reguliere opkoopprogramma, de APP.

Terug naar de kapitaalmarkt

Nu is 20 miljard euro per maand gemoeid met de APP. Van de 1850 miljard euro die de ECB voor PEPP geoormerkt heeft, blijft in maart naar verwachting tussen 100 en 200 miljard over.

Dat toevoegen aan het reguliere opkoopprogramma, zou dat al gauw verdubbelen. En dan is er nog iets waar nergens over gesproken wordt, maar wat wel belangrijk is.

Ik heb het over herinvesteringen, ofwel de regel dat de ECB alle gelden die de bank krijgt als eigenaar van de opgekochte obligaties (rentebetalingen en aflossingen) linea recta terugsluist naar de kapitaalmarkt.

Aandelen evengoed aantrekkelijk

In het verleden ging het om tussen tien en vijftien miljard euro per maand, maar omdat de ECB sinds de coronapandemie veel meer schuldpapier heeft opgekocht, komt er meer geld binnen uit renteontvangsten en aflossingen.

De ECB zelf verwacht dat dat in 2022 gemiddeld om iets meer dan 20 miljard euro per maand zal gaan. Al met al zou het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties door de ECB volgend jaar op zo’n 60 miljard euro per maand kunnen uitkomen.

Een gevolg daarvan kan zijn dat langetermijnrentes in de eurozone meer moeite zullen hebben verder te klimmen, iets wat op zijn beurt de aandelenkoersen aantrekkelijker zou maken, ceteris paribus, om een favoriete uitdrukking van economen aan te halen.

Spannende maand

Op financiële markten zijn de verwachtingen over renteverhogingen door de Fed en de ECB in 2022 al gekortwiekt. Het snoeiwerk met betrekking tot die verwachtingen hoeft nog niet voorbij te zijn.

Het is nu wachten op 15 december; niet alleen de ECB vergadert die week, ook het rentecomité van de Fed komt bij elkaar. En op een nog onbekend datum waarop virologen met antwoorden op de drie vragen zullen komen.

December belooft een spannende maand te worden.


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie