Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

CPB geeft brevet van onvermogen af

Het Centraal Planbureau wil dat Nederlandse burgers meer geld achter de hand hebben om tegenvallers op te vangen. De adviezen kunnen bij Marcel Tak op weinig instemming rekenen. "Allemaal leuk en aardig die maatregelen, maar het zal geen zoden aan de dijk zetten."

Het gebeurt niet vaak dat een onderneming zijn klanten wijst op producten van een concurrent. Er moet dan wel iets heel bijzonders aan de hand zijn. Dat is inderdaad het geval. ING is een bank en de basisactiviteit van een dergelijke instelling is overtollige financiële middelen van consumenten als spaargeld aan te houden. Het zal voor het eerst in de geschiedenis van de bank zijn dat de klant er specifiek op wordt gewezen dat de spaarrente bij andere banken wellicht hoger is dan bij ING.

Klanten kunnen dan ook overwegen hun spaargeld (deels) over te brengen naar een andere bank. Het is niet vergelijkingssite Independer of de Consumentenbond die een dergelijk advies geeft, maar ING zelf. Meer illustratief kan de overspannen situatie op de rentemarkt, voor een belangrijk deel veroorzaakt door het beleid van de ECB, niet zijn.

ING wil al het spaargeld dat maar in omvang groeit en groeit helemaal niet meer hebben. Spaargeld is voor de bank een kostenpost geworden en die hete aardappel schuift de bank met plezier door naar de collega’s.

Nederlander moet (nog) meer sparen

Arme ING. Vorige week verscheen er een rapport van het CPB waarin werd aangegeven dat Nederlanders te weinig (liquide) vermogen achter de hand hebben. Eén van de adviezen van het planbureau is om via een aantal maatregelen de Nederlander meer te laten sparen. Daarbij gaat het met name om huishoudens met een laag inkomen. Dus dat gaat dan net om dat kleine beetje spaargeld waar de banken waarschijnlijk nooit een negatieve rente over zullen rekenen en dus verlies op lijden.

Het genoemde rapport van het CPB, Sturen naar vermogen: De vermogensopbouw bezien vanuit de levensloop, bevat een aantal interessante punten maar er is zeker een aantal kritische opmerkingen te maken.

Rijk x arm

Het rapport geeft aan dat er een groep Nederlanders is met weinig vermogen, mede vanwege lage inkomsten. Daarnaast zijn er veel huishoudens die behoorlijk wat vermogen hebben, maar dat voor een groot deel illiquide is. Dan gaat het met name om opgebouwde vermogens in huizen en in pensioenen. Het CPB komt met verschillende beleidssuggesties om het probleem op te lossen. Het gaat dan om maatregelen op de volgende terreinen:

  • Woningmarkt
  • Pensioenen
  • Sparen

Huurders x huizenbezitters

Wat betreft de woningmarkt constateert het planbureau dat er grote verschillen zijn in vermogenspositie tussen huurders en huiseigenaren, ook als er sprake is van eenzelfde inkomen. De voorgestelde maatregelen worden mede vanuit deze constatering geïnitieerd. Zo stelt het CPB voor de waarde van de woning net zo te belasten als andere vermogenstitels, wat een veel zwaardere belasting van het huis zou betekenen. Op deze manier worden huishoudens niet gestimuleerd “onproductieve investeringen” te doen, zoals de koop van een huis wordt betiteld.

Ook oppert het CPB het idee om eigenaren niet meer te stimuleren (te veel) op hun huis af te lossen. En als ze wel aflossen, zouden die huiseigenaren minder pensioenpremie behoeven te betalen. Immers, hun toekomstige woonlasten worden door de aflossing lager. Tot slot zou er betere informatie moeten komen over verzilverproducten, waarbij een deel van de waarde van de woning kan worden ‘opgegeten’.

De koppeling tussen aflossen en pensioenpremie vind ik problematisch. Aflossen is niet (veel) anders dan sparen of beleggen. Een sparende of beleggende huurder zou dan ook recht moeten hebben minder pensioenpremie af te dragen. De suggestie dat door het aflossen huiseigenaren veel meer vermogen opbouwen dan huurders, is onterecht. Het veel hogere vermogen van huiseigenaren ten opzichte van huurders komt door de enorme waardestijging van woningen in de afgelopen decennia.

"De koppeling tussen aflossen en pensioenpremie vind ik problematisch"

Huizenprijzen op recordhoogte

Feitelijk hebben huiseigenaren, doorgaans met geleend geld, geïnvesteerd in een beleggingscategorie die het zeker zo goed heeft gedaan als aandelen. Ja, dan wil het wel goed gaan met de vermogensopbouw. Het is echter de vraag of een dergelijk rendement ook is weggelegd op een actuele investering in een woning.

Door de enorme schaarste en de ultra lage rente staan de huizenprijzen op recordhoogte en deze lopen misschien de komende jaren nog verder op. Maar wat is de situatie over tien jaar, als de schaarste (mogelijk) is weggewerkt en de rente (weer) op een veel hoger niveau, bijvoorbeeld 5%, staat? Het is niet onwaarschijnlijk dat de huizenprijzen helemaal geen spectaculaire positieve ontwikkeling laat zien. Misschien is er zelfs sprake is van fors gedaalde prijzen.

"Het is niet onwaarschijnlijk dat de huizenprijzen helemaal geen spectaculaire positieve ontwikkeling laat zien"

Onvoorziene consequenties

Mede in dit licht is het voorstel dubieus de waarde van het huis fiscaal gelijk te behandelen ten opzichte van andere financiële activa. Een dergelijke gelijkstelling heeft nogal wat consequenties. Ten eerste zullen dan ook de kosten van het in stand houden van de waarde van de woning aftrekbaar moeten worden, net zoals in het verleden het geval was. Daarnaast zal dan bij een waardedaling van het huis sprake moeten zijn van belastingteruggave. Dat voorstel van het CPB kan de overheid in de toekomst nog wel eens een flinke duit kosten. Tot slot leidt een dergelijke belasting tot nog minder liquide vermogen, precies wat het CPB juist als probleem analyseert.

Dit fiscale voorstel van het planbureau kan voor de huidige starter op de woningmarkt, die veel betaalt voor zijn woning, van het CPB niet (veel) meer hoeft af te lossen en mogelijk te maken krijgt met hogere rentes, en dan ook nog met extra belastingen, de probleemgroep van de toekomst maken.

Het voorstel met betrekking tot het pensioen behelst, naast de premieverlaging voor aflossen door huiseigenaren, een lagere premie voor jongeren (met het risico op een lager pensioen) en een voor alle groepen meer flexibele pensioenpremie, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Met deze voorstellen lijkt mij helemaal niets mis, evenals het idee dat hogere inkomens minder pensioenpremie zouden behoeven te betalen. Zij kunnen zelf immers al genoeg sparen en/of beleggen.

Sparen zonder geld

Tot slot de CPB voorstellen om sparen te stimuleren. ING kan gerust zijn, de plannen zullen niet tot een nieuwe vloedgolf aan spaargeld leiden. Het CPB ziet vooral dat lagere inkomens te weinig spaargeld hebben. Het zal geen lange studie hebben gevergd om te constateren dat deze groepen te weinig geld overhouden om te sparen.

"De plannen zullen niet tot een nieuwe vloedgolf aan spaargeld leiden"

Het CPB adviseert grenzen te verhogen waarop spaargeld kan worden aangehouden zonder dat er bijstand en of kwijtschelding van de belasting wordt geriskeerd. Daarnaast wordt voorgesteld financieel advies voor deze groepen goedkoper en toegankelijker te maken. Ook kan spaargedrag door banken (niet de ING) en werkgevers worden aangemoedigd.

Allemaal leuk en aardig die maatregelen, maar het zal geen zoden aan de dijk zetten. Als een te laag inkomen de reden is dat deze groepen te weinig spaargeld hebben, helpt geen enkele stimulerende maatregel. Behalve dan het verhogen van die lage inkomens, maar daar wil het CPB in dit rapport geen uitspraak over doen.

Flexibiliteit is inderdaad de oplossing

Een algemene opmerking is dat ik naar mijn mening het rapport te veel uitgaat van de mogelijkheid te kunnen sturen op de “optimale vermogensopbouw”. Zoals de schrijvers zelf al aangeven, zijn er veel aannames om die optimale vermogensopbouw te definiëren.

In werkelijkheid wijken de voorkeuren (bijvoorbeeld over risico of consumptiewensen) zo veel van elkaar af, dat elke generieke maatregel weer tot nieuwe problemen leidt. Het enige dat mij echt aanspreekt in het rapport, zowel op gebied van sparen, pensioenen en de woningmarkt, is flexibiliteit. Regel de zaken zo, dat een ieder zelf zijn keuzes kan maken welke vermogensopbouw het best bij hem/haar past.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

China; opnieuw lieveling van beleggers?