Wie is er bang voor valuta-oorlog?

Mocht er een valuta-oorlog uitbreken, dan zal die minder schadelijk zijn dan in 1931-1933. Gavyn Davies legt uit waarom.

Wacht de wereld een debacle als in 1931-1933, toen landen de Grote Depressie verdiepten en verergerden door met elkaar een valuta-oorlog aan te gaan? Dat is wat veel commentatoren vrezen nu zelfs de Bank van Japan zich aansluit bij het kamp van de monetaire stimuleerders. De devaluatie van de yen die daarvan het onvermijdelijke gevolg zal zijn, dwingt Japans concurrenten ook hun munten in waarde te laten dalen waardoor een neerwaartse spiraal op gang komt.

Dat laatste gebeurde tachtig jaar geleden, zo roept Gavyn Davies in herinnering in zijn column in de Financial Times. Toen verliet Engeland als eerste de gouden standaard, het equivalent van de moderne muntunies. Het pond devalueerde en de Britse export leefde weer op, ten koste van Frankrijk en andere industrielanden. Die reageerden met importtarieven en -quota en met beperking van de deviezenhandel om hun eigen economieën te beschermen.

Maar daardoor droogde ook de wereldhandel op. Die kromp met 20% binnen zes jaar, terwijl de industriële productie op aarde vrijwel gelijk bleef. Het zou duren tot ver na de Tweede Wereldoorlog voordat deze kloof weer was gedicht. Ook nu kampt de wereldeconomie met onderbezetting van het productie-apparaat. Die verklaart ten dele waarom de geldpomperij door de centrale banken, gevoegd bij aarzelend economisch herstel, nog niet heeft geleid tot gierende inflatie. 

Nu hebben landen veel meer belang bij vrije wereldhandel

Volgens Davies moet de kans op een nieuwe valuta-oorlog zeker niet worden uitgesloten, maar zijn de omstandigheden wel heel anders dan tijdens de Grote Depressie. De wereldhandel heeft een veel grotere vlucht genomen en veel meer landen hebben een eigen belang bij de instandhouding daarvan. Dankzij verdragen en instituten als de Wereldhandelsorganisatie kunnen zij zich ook niet meer zo gemakkelijk onttrekken aan hun verplichtingen jegens andere landen. 

Bovendien hebben landen geleerd van hun fouten in 1931-1933. Frankrijk had destijds hetzelfde kunnen doen als Engeland: de gouden standaard verlaten en de franc vrij laten zweven zonder de vrije handel te belemmeren. De schade van toen ontstond vooral door de beperking van import en deviezenhandel. Concurrentie tussen valuta's als zodanig hoeft niet schadelijk te zijn, mits devalueerders ook hun inflatie laten oplopen, aldus Davies. 

 

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

De impact van het coronavirus