Nieuws

Yale is niet voor ieder weggelegd

Het 'Yale Model' werkt erg goed bij de universiteit, bij anderen minder. Voor hen blijft passief beleggen over.

 

Tijd om het Yale-model weer eens onder de loep te nemen. Het is een beleggingsmethode waarbij een zo breed mogelijke diversificatie wordt gezocht en gebruik te maken van risicopremies bij illiquide beleggingen met een lange tijdshorizon. Het blijkt erg goed te werken bij Yale, bij andere helaas minder, constateert Bob Seawright, die al regelmatig over dit thema heeft geschreven.

De universiteit presenteerde recent de laatste cijfers en opnieuw blijkt de strategie van David Swensen goed gewerkt te hebben. Het rendement kwam uit op 12,5% en overtrof daarbij de branchegenoten. Zou Yale zijn kapitaal in een traditionele 60:40 portefeuille hebben gestoken, dan was het kapitaal sinds 1988 nu slechts aangegroeid tot 9,11 miljard in plaats van de 20,78 miljard dollar die nu op de balans prijkt.

Seawright heeft zich al meermaals afgevraagd of de aanpak is ingehaald door zijn eigen succes. Maar de resultaten van dit jaar tonen aan dat er nog voldoende alpha te behalen valt. Maar het ligt niet voor iedereen voor het oprapen. Het succes van Yale heeft te maken met de toegang tot de beste fondsbeheerders, voor de beste prijs, met een weloverwogen beleid.

Voor beleggers die later op deze rijdende trein wilden springen, zijn de vooruitzichten minder gunstig. De alpha is minder goed toegankelijk voor hen. Bijvoorbeeld de beleggingen in vastgoed brengen een dermate hoge drempel met zich mee, dat dit te hoog gegrepen is voor doorsnee beleggers. Het dure spel van actief beheer à la Yale garandeert mislukking voor de gewone belegger, waarschuwt Seawright.

Yale zelf geeft toe dat het risico van een gemiddelde ‘endowment’ veel hoger ligt dan menige gewone belegger kan dragen. In het nieuwe jaarverslag waarschuwt Yale beleggers die niet tot de universiteit behoren. Weinig institutionele beleggers en nog minder particuliere beleggers kunnen het risicogewogen rendement behalen dat voor Yale toegankelijk is.

Swensen is rechtuit in zijn mening. Aan het actieve eind van het beleggingsspectrum zijn een paar institutionele grootheden zoals Yale en andere universiteiten, die de beschikking hebben over hooggekwalificeerde beleggingsteams. Aan het passieve eind van het spectrum bevinden zich de beleggers die tot de conclusie zijn gekomen dat zij over onvoldoende middelen beschikken om actief te zijn. Die passieve groep is nog niet zo groot als die zou moeten zijn. Bijna iedereen moet aan die kant zitten, meent Swensen.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Impact investing