Interview

De risicoradar van Lukas Daalder

Lukas Daalder, de nieuwe Chief Investment Strategist van BlackRock, hoopt in zijn nieuwe kantoor in de Amsterdamse Rembrandttoren in de praktijk te brengen wat hij tijdens Azië-, dotcom- en kredietcrisis heeft geleerd.

Lukas Daalder kocht zijn eerste Amsterdamse huis in 1999, tijdens een van de ergste hittegolven op de Nederlandse woningmarkt. “Overbiedingen van vele tienduizenden guldens boven de vraagprijs waren in die tijd heel gewoon,” herinnert hij zich. Als goed econoom en huisvader had Daalder samen met zijn vriendin een limiet afgesproken.

De meeste andere kandidaat-kopers, die elkaar tijdens de kijkdagen verdrongen, bleken aanzienlijk roekelozer. “Bij onze eerste pogingen werden we echt weggelachen,” vertelt Daalder. Pas de negende keer was het raak. “Die ervaring heeft mij wel aan het denken gezet,” zegt de kersverse Chief Investment Strategist van BlackRock.

“Als econoom was ik mij terdege bewust van de risico’s, maar ik vroeg me sterk af of dat gold voor de andere bieders. Het gemak waarmee je zo’n enorme schuld aangaat, die zo’n bepalende invloed kan hebben op de rest van je leven … Ik vond dat een ongezonde situatie.”

Arts worden

De vraag die Daalder deze ontboezeming ingaf, luidde: “Je bent nu 21 jaar lang professioneel actief op de financiële markten. Ben je pessimistischer of optimistischer over de toekomst dan toen je begon?” Vorig jaar werd hij uitgeroepen tot Dutch Investment Influential nummer één, de meest invloedrijke Nederlandse belegger van 2017. Verder geniet hij bekendheid vanwege zijn columns in het FD.

Daalder is geboren en getogen in Amsterdam. Eerst aan de Pieter Calandlaan in Nieuw-West, toen in Uithoorn, vervolgens aan de Bredeweg in Oost. De wederopbouw na de oorlog, de trek naar de tuinsteden, het verval van de oude binnenstad in de jaren 1970-1990: elke plek uit zijn Amsterdamse jeugd staat voor een bepaalde fase in zijn eigen leven én dat van de hoofdstad.

Zijn ouders waren allebei leraar. Vader gaf biologie aan het Pieter Caland College, moeder Engels aan de mavo in Uithoorn. “Ik groeide op in een links nest zonder al te veel liefde voor banken en bankiers,” zegt Daalder. Maar ook over hun eigen beroep hadden zijn ouders bedenkingen. “Ze zeiden altijd tegen mij: "Lesgeven is een mooi vak, maar ook een fuik waar je nooit meer uit wegzwemt.”"Op het Montessori Lyceum Amsterdam wilde Lukas eerst arts worden.

Goede economieleraar

“Totdat ik mij realiseerde dat geneeskunde evengoed een fuik is.” Wat ook een rol speelde, was de passie van zijn leraar economie. “Met zijn meeslepende lessen wekte hij mijn belangstelling voor economie, dat ik van huis uit absoluut niet had meegekregen.” De docent organiseerde ook af en toe weekends, waar zijn leerlingen gezamenlijk, onder zijn leiding, hun huiswerk konden maken.

“Menig klasgenoot van mij is dankzij die leraar economie gaan studeren”, zegt Daalder. Tot hen behoort Raoul Leering, tegenwoordig Head of International Trade Research bij ING Bank en daarvoor acht jaar ambtenaar bij Economische Zaken. Daalder koos voor een vergelijkbaar gevarieerde loopbaan. “Met economie kun je wél alle kanten op, realiseerde ik mij op het Montessori.”

Dat werd dan ook zijn faculteit, aan de Universiteit van Amsterdam. “Ik heb klassieke economie gestudeerd,” vertelt hij. Macro-economie, monetaire economie, internationale economische betrekkingen. Veel theorie, veel minder praktijk. In 1992 studeerde hij af, toen de economie in een dip zat. “Zeven maanden lang heb ik vergeefs gesolliciteerd. En dat terwijl ik stage had gelopen bij De Nederlandsche Bank en student-assistent was geweest.”

“Met economie kun je wél alle kanten op, realiseerde ik mij op het Montessori”

Verkeerde maat

Bij de achtste vacature was het raak: macro-econoom bij de Stafgroep Economisch Onderzoek van de Rabobank. “Op vrijdag ontving ik een brief dat ik op maandag op gesprek moest komen. Ik had geen pak. Nooit gehad ook. Halsoverkop ben ik een C&A binnengelopen en heb ik een pak aangeschaft.” Bij thuiskomst bleek het veel te ruim. “De broek kon ik alleen ophouden door hem aan de achterkant bijeen te binden met een veiligheidsspeld.”

Eenmaal in Utrecht trof de jonge sollicitant Wim Boonstra aan de andere kant van de tafel. “Doe je jasje toch uit,” maande Rabo’s latere Chief Economist vriendelijk. “Nee, dankjewel,” stotterde Daalder. “Het gaat prima zo!” Bij Rabobank ging hij na een jaar of vier werken voor Bernard Walschot, destijds hoofd van de research-afdeling op de dealingroom. Dat was andere koek dan macro-onderzoek.

“Wat ik voor Bernard moest doen, had directe en ingrijpende financiële consequenties. Dat vond ik heel spannend.” Daalder ging ook op bezoek bij klanten. Vooral bij pensioenfondsen en grote bedrijven. “Maar ook centrale banken, want Rabo was toen nog de enige commerciële bank op aarde die van alle kredietbureaus een AAA-rating kreeg.” In 1999 stapte hij over naar Amstgeld, een broker waar hij zich onder meer specialiseerde in Philips en ASML.

Survival of the fittest

“Ik werd chef-strateeg, maar op eigen verzoek mocht ik daarnaast ook aandelenresearch doen. Vooral om weer iets nieuws te leren. Discounted cashflow bijvoorbeeld, zeker toen dé manier om de toekomstige waarde van beursgenoteerde bedrijven te voorspellen.” Ondanks zijn populariteit had discounted cashflow slechts beperkte waarde, zo ontdekte Daalder al snel. “Die methode kent teveel onstabiele variabelen om een betrouwbare voorspelling te kunnen doen.”

Al na een jaar liet hij zich weglokken door IMC’ers die het oude Oyens & Van Eeghen nieuw leven wilden inblazen. Daalder begon daar als Hoofd Research. Een weidse benaming: hij was tevens de enige researcher. Maar al spoedig kreeg hij gezelschap van een groot team van salesmensen. En toen volgde de dotcomcrash (2000-2002).

“Toen die net was begonnen, zeiden veel van mijn collega’s: Ik eet mijn hoed op als dit nog een jaar duurt! Een jaar later waren ze die uitspraak natuurlijk allang weer vergeten.” Hoe opwindend ook, de dealingroom van Rabo viel in het niet bij die van IMC. “Daar zitten de allerbeste handelaren in derivaten. IMC is echt een fantastisch bedrijf. Ieder jaar namen ze daar destijds twintig nieuwe rekenaars aan, van wie er heel wat spoedig weer afvielen. Het was een beetje survival of the fittest. De overblijvers zijn echt extreem goed.”

"Werken bij IMC Het was een beetje survival of the fittest"

Specialist in de delta-niche

Daalder werd specialist in een delta-niche: het managen van IMC’s dividendposities. De koper van opties op dividendaandelen betaalt voor dat dividend, ook als het later wordt verlaagd of niet uitgekeerd.

“Het aandeel daalt dan in waarde, je hebt dan eigenlijk teveel betaald voor de optie.” Bij sommige beursfondsen is dat risico minimaal, omdat het zeer trouwe dividendbetalers zijn. “Maar ik moest het in kaart brengen voor de hele straat, ofwel de complete AEX.”

Bij Oyens en IMC werkte hij van 2000 tot en met 2009. Toen stapte hij over naar Robeco. Eén jaar na de kredietcrisis.

Aziëcrisis

“Bij Rabo had ik de Aziëcrisis meegemaakt. Ik herinner mij dat een analist van Morgan Stanley toen riep: Dit is het einde van de wereld! Een half jaar later stonden aandelen weer op een alltime high.”

Tijdens de val van Lehman Brothers ging de roemruchte uitspraak this time is different voor één keer op. “We begonnen al in 2007 in de gaten te krijgen dat er iets goed mis zat in de markten, maar werden overrompeld door de omvang van de implosie. Wat ik in 2008 heb geleerd? De betrekkelijkheid van liquiditeit! Wij professionele beleggers gaan er maar voetstoots vanuit dat we alles dat we kopen, ook weer kunnen verkopen. Dat is dus niet zo.”

"Wat ik in 2008 heb geleerd? De betrekkelijkheid van liquiditeit" 

Jonge organisatie

Bij Robeco werd Daalder eerst strateeg voor klanten, later Chief Investment Officer bij Robeco Investment Solutions. “Daar kreeg ik alle multi-assetproducten onder beheer, zowel voor retail- als institutionele beleggers. Van Robeco One tot de grote pensioenfondsen.” Dat bleek een mixed blessing. “Bij Robeco zat de groei in die tijd bij high yield-credits. Het team daar was echt heel goed. En bij factorbeleggen, met name in low vol. Robeco was een van de eerste met een eigen low vol-fonds, al in 2007. Maar het beheerd vermogen in multi-assetproducten groeide nauwelijks, ofschoon wij een goede performance behaalden. Robeco koos voor groei in andere markten.”

Sinds augustus werkt hij voor de grootste vermogensbeheerder op aarde, die wereldwijd 6.300 miljard dollar aan kapitaal belegt. “Ik heb een mooie functie hier. Een Chief Investment Strategist heeft BlackRock in Europa verder alleen in Duitsland en Italië. En binnen deze onderneming doen zich de meest interessante ontwikkelingen voor, waar de meeste beleggers geen benul van hebben. Zo zijn ze hier al dertig jaar bezig met de analyse van big data-marktsignalen.”

BlackRock heeft een relatief jonge organisatie, omdat de firma pas dertig jaar bestaat. In zijn nieuwe kantoor in de Amsterdamse Rembrandttoren hoopt Daalder in praktijk te brengen wat hij tijdens Azië-, dotcom- en kredietcrisis heeft geleerd.

Japanners denken niet aan beleggen in aandelen

“De hardnekkig lage inflatie zorgde vorig jaar voor een schisma onder economen. Maar ik heb geleerd dat je nooit naar één markt moet kijken, of naar één factor. Je moet altijd de samenhang tussen vele markten en grootheden in de gaten blijven houden.” Hij geeft een voorbeeld.

“Amerika wint altijd. Dat is een gevoel dat nu heel sterk leeft onder beleggers, wereldwijd. Maar het gewicht van Amerikaanse aandelen in de wereldmarkt is vele malen groter dan de omvang van de Amerikaanse economie rechtvaardigt. Dat gaat goed totdat de dollar sterk in koers gaat stijgen. En dan kan het héél hard de andere kant op gaan. Kijk naar Japan. Dat zit al twintig jaar in een balance sheet recession. Geen Japanner dénkt nog aan beleggen in aandelen.”

De samenhang die Daalder probeert te blijven volgen, leert hem dat het nu over andere thema’s gaat dan koers-winstverhouding en debt ratio’s. “Werknemers profiteren veel te weinig van het beetje economische groei dat er nu is. Hun lonen moeten omhoog. Pas dan zullen we weer echte groei beleven.”

"Geen Japanner dénkt nog aan beleggen in aandelen"

Optimist met zorgen

Hij mag dan optimist zijn gebleven, zijn kijk op de toekomst is de afgelopen 21 jaar wel degelijk veranderd. Inmiddels heeft hij vier kinderen, in de leeftijd van negen tot vijftien jaar, en woont hij in zijn tweede koophuis in de hoofdstad.

“Ik heb het geluk gehad dat ik altijd een goed salaris heb verdiend, en dat ik mijn eerste huis met winst heb kunnen verkopen. Maar dat was puur geluk. Als mijn kinderen het slechter treffen in het leven, eveneens door omstandigheden die buiten hun macht liggen … waar moeten zij en al die andere minder gelukkige mensen dan het geld voor een huis vandaan halen? Van huis uit ben ik optimist, maar over die kwestie breek ik mij regelmatig het hoofd.”

Fintech