Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

Aankomende deflatie is voor centrale bankiers code rood

Grote kans dat de wereld binnen afzienbare tijd te maken krijgt met deflatie. Voor centrale bankiers is dat een schrikbeeld. Deflatie is immers dodelijk voor economische voorspoed. Monetair econoom Edin Mujagic is er minder bang voor, zo leert hem de geschiedenis.

Nadat een groot deel van de wereldeconomie sinds de zomer van 2021 overspoeld werd door een inflatietsunami trekt het water zich inmiddels terug. Overal waar we kijken, zien we berichten over dalende inflatie. Begrijp me niet verkeerd, de geldontwaarding is nog steeds aan de hoge kant en ik acht de kans groot dat de inflatie nog lang, lees komende jaren, de gemoederen bezig zal blijven houden.

Hoewel de prijzen nog steeds met een behoorlijk tempo klimmen, komen we de laatste tijd een woord tegen dat je in die omgeving niet snel zou verwachten: deflatie, het tegenovergestelde van inflatie, een situatie waarin het prijsniveau dáált.

De laatste tijd duikt de term regelmatig op. Enerzijds doordat de Chinese economie vorige maand te maken had met een lager prijsniveau. Anderzijds omdat de manier waarop we inflatie berekenen (namelijk prijsverandering ten opzichte van 12 maanden eerder) en de sterke daling van de energieprijzen ervoor zorgen dat de kans heel groot is dat ook Europa en Amerika in de herfst met, tijdelijk, dalende prijsniveaus te maken zullen krijgen.

Economische sloophamer

Voor centrale bankiers betekent deflatie code rood. Zij beschouwen deflatie zo ongeveer als het ergste wat een economie kan overkomen. Eerder omschreef ik het als een epidemie, overstroming en aardbeving tegelijkertijd.

Het grote publiek en studenten economie wordt al decennialang verteld dat deflatie dodelijk is voor economische voorspoed. De redenering is simpel: als de prijzen almaar dalen, dan zal de consument zijn aankopen uitstellen. Alleen is diezelfde consument ook een werknemer. Bij dalende prijzen en afnemende vraag zien bedrijven omzetten en winsten dalen. Vroeg of laat gaan ze daardoor minder produceren en mensen ontslaan. Stijgende werkloosheid zorgt voor meer concurrentie op de arbeidsmarkt, waardoor de loonstijgingen afvlakken en lonen kunnen dalen. Ook komt de vraag verder onder druk te staan. Het eindresultaat is weinig groei, recessie en massawerkloosheid.

"Het grote publiek en studenten economie wordt al decennialang verteld dat deflatie dodelijk is voor economische voorspoed"

Verkeerde voorstelling van zaken

De redenering klinkt behoorlijk plausibel. Er is maar één klein probleempje: er bestaat heel weinig tot geen historische rechtvaardiging voor het bovenstaande verhaal. Moderne beleidsmakers gebruiken de economische historie heel erg selectief als we het over deflatie hebben. Ze nemen uitsluitend de Grote Depressie uit de jaren 30 van de vorige eeuw als voorbeeld. Zo is ongeveer het enige desastreuze voorbeeld van deflatie uit het verleden gepromoveerd tot de standaard voorstelling van zaken als het om deflatie gaat.

Dat is, met alle respect, simpelweg een onjuiste voorstelling van zaken. Als gevolg van bijvoorbeeld de Eerste en later de Tweede Industriële Revolutie daalden de prijzen aanhoudend, jarenlang. Hetzelfde gebeurde in de Nederlandse Gouden Eeuw. Volgens een studie van het Internationaal Monetair Fonds stéég toen het welvaartsniveau voor bijna iedereen. Dat de prijzen voor de Grote Depressie daalden en de welvaart juist toenam, wordt voor het gemak ook vergeten, net als dat veel landen in de jaren 30 hun heil zochten in protectionisme, wat een milde recessie veranderde in een depressie.

Nee, schulden zijn het probleem

Afijn, het voorkomen van prijzendalingen tegen elke prijs is daardoor zelfs verankerd in de wet. Vanaf 1990 is het streven naar een zeker percentage van inflatie per jaar namelijk de wettelijke taak van elke moderne centrale bank.

"Het voorkomen van prijzendalingen tegen elke prijs is daardoor zelfs verankerd in de wet"

"Maar kennen de huidige centrale bankiers die geschiedenis van deflatie dan niet?", vraagt u zich nu wellicht af. Natuurlijk kennen ze die wel. Toch blijft men deflatie demoniseren. Waarom? Dát heeft alles te maken met hoe onze moderne economieën werken, namelijk op almaar hogere schulden. Dat mechanisme vereist aanhoudende inflatie en loopt vast bij deflatie! Bij deflatie gaan schulden, in reële termen, immers steeds zwaarder wegen; bij inflatie juist steeds lichter.

Een duidelijk keerpunt

Maar, zeg ik met mijn linguïstische pet op, dat betekent níet dat deflatie een probleem is maar die hoge en steeds hogere schulden! Het koste wat kost voorkomen van deflatie, iets wat al decennialang actief gebeurt, heeft ons beroofd van veel welvaart, ervoor gezorgd dat vele huishoudens nauwelijks rond kunnen komen met twee inkomens, en heeft onder meer geleid tot toenemende ongelijkheid.

Wanneer is dit allemaal begonnen? Daar kunnen we heel specifiek over zijn: om 21:00, op zondag 15 augustus 1971. Voor de liefhebber: ik heb er een heel boek over geschreven, Keerpunt 1971. Volgende week dinsdag is het 52 jaar geleden dat de wereld kennismaakte met een nieuw monetair beleid. We voelen de gevolgen tot op de dag van vandaag.


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie