Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

Hoge inflatie is de prijs voor de milde recessie in 2020

Dit is geen normale recessie, maar eentje waarbij de overheid flink steunde. Daardoor kopen consumenten evengoed nog veel, wat prijzen opdrijft. En dat zorgt voor die tijdelijke inflatie, waar centrale banken het over hebben, aldus Edin Mujagic.

De inflatie in Nederland bedraagt ruim 5%, net als in Duitsland. In de eurozone als geheel kwam de geldontwaarding net iets lager uit en in de VS verwachten analisten bijna 7% hogere prijzen dan een jaar geleden.

De exacte cijfers zijn dan anders, maar de gemeenschappelijke noemer is wel dat de inflatie in decennia niet zo hoog is geweest.

Het is daarom goed voor te stellen dat dit het begin is van een periode van zeer hoge inflatie. Dat is de prijs voor het zeer ruime monetaire beleid van de afgelopen jaren.

Inflatie gaat echt omlaag

"Zie je wel," klinkt het dan. Ook ik waarschuw al enige tijd voor de gevolgen van het beleid van de centrale banken. Maar ik behoor niet tot de groep beleggers die denkt dat de hoge inflatie langdurig is. 

Ik ga meer uit van tijdelijk. En nee, dan heb ik het niet over het deel dat door de berekeningswijze van komt. Er is een ander, opmerkelijk fenomeen dat de conclusie rechtvaardigt dat de hoge inflatie mettertijd lager zal worden.

Als de economie krimpt, bij een recessie dus, loopt de werkloosheid doorgaans behoorlijk op. Consumenten zien daardoor hun inkomen dalen. Omdat de rekeningen niet of nauwelijks lager worden, wordt er vaker ingeteerd op spaargeld.

Aanbod bijbenen

Die buffer wordt zo kleiner. Wanneer de krimp omslaat in herstel, daalt de werkloosheid weer omdat er weer banen te vergeven zijn. Huishoudens geven hun weer gestegen inkomen echter niet meteen uit.

Eerst vullen ze hun spaartegoeden aan en daarna gaat de hand pas van de knip. Het gevolg is dat de stijging van de vraag zodanig is dat het aanbod dat bij kan benen.

De verhouding tussen vraag en aanbod raakt dus niet (erg) uit balans en de prijzen lopen ook niet te hard op. De recessie van 2020 is echter een opmerkelijke en niet alleen omdat die vrijwel elk land in de wereld trof of door een pandemie werd veroorzaakt.

Andere situatie

Die recessie is ook opmerkelijk te noemen omdat de werkloosheid maar mondjesmaat is toegenomen, bijvoorbeeld in de eurozone. Daar steeg het werkloosheidspercentage van 7,6% in 2019 naar 7,9% in 2020.

Mede daardoor zagen relatief weinig inwoners hun inkomen dalen. Hun loon werd, vaak door de overheid, doorbetaald. Toen het economisch herstel begon, leidde dat tot een volkomen andere situatie dan bij een herstel na een normale recessie.

Er was geen noodzaak buffers op te bouwen, immers daar is nauwelijks beroep op gedaan. Sterker nog, veel gezinnen zagen hun spaarsaldi stijgen.

Snelle stijging vraag

Niet omdat ze meer wilden sparen maar omdat, door de lockdowns, er veel minder gelegenheid was geld uit te geven. Toen het herstel begon, zorgde dat daarom voor een enorme en pijlsnelle stijging van de vraag naar allerlei producten.

Die stijging van de vraag was van zodanige orde dat het aanbod het niet kon (en kan) bijhouden. De verhouding tussen vraag en aanbod raakte volkomen uit de balans met stijgende prijzen als gevolg.

Je kunt dus zeggen dat we met de hoge inflatie de rekening voor een opmerkelijk milde recessie in 2020 betalen. Letterlijk.

Te weinig productie

En de producten die wij kopen worden deels of volledig gemaakt in verre landen, vaak in Azië. Maar dat gaf ook problemen. Enerzijds omdat de productie daar geleidelijk aan op gang kwam en anderzijds omdat de spullen die werden gemaakt door logistieke problemen niet snel getransporteerd konden worden.

En áls ze eenmaal waren aangekomen, waren er vaker niet dan wel voldoende vrachtwagens en chauffeurs om ze naar winkels te brengen. Tekortschietende productie, logistieke problemen en razendsnelle stijging van de vraag zorgen zo voor hoge inflatie.

Dit betekent óók dat het te verwachten is dat die hoge inflatie op termijn inderdaad voor een belangrijk deel weer zal verdwijnen, zoals de centrale banken verwachten.

Energie op rantsoen

Het tempo waarmee de vraag stijgt zal, mede door die hoge inflatie, vertragen. Logistieke problemen zullen langzaamaan oplossen en productie in de fabriek van de wereld (Azië), zal ook wel op het pre-corona niveau uitkomen.

Alleen kan dat best nog een tijdje duren, langer in mijn optiek dan waar de centrale bankiers op rekenen. Neem die productie in Azië.

Die ondervindt nu weer hinder door de hoge energieprijzen en tekorten, waardoor in China energie op rantsoen is. Bedrijven en winkeliers in de eurozone hebben inmiddels zo lang te maken met tijdelijk hogere kosten, dat ze die proberen door te geven naar de consument.

Hoger niveau

Als dat lukt, zal een deel van de tijdelijke inflatie permanente trekjes kunnen krijgen. Als ze er niet in slagen, dan zullen de bedrijfswinsten de klap moeten opvangen.

Het is te verwachten dat dat doorberekenen voor een significant deel zal lukken. Dus als e tijdelijke factoren wegvallen, zal de jaarlijkse inflatie naar een niveau terugzakken dat aanmerkelijk hoger zal liggen dan pre-corona.

Naar welk niveau? Blijkt dat rond 2% te zijn, dan zal de druk op de ECB behoorlijk toenemen het monetaire beleid voelbaar minder ruim te maken.

Stabiliseert de inflatie onder die magische grens, dan za de ECB voldoende ruimte hebben het monetaire beleid zeer ruim te blijven houden. Alleen al daarom belooft 2022 een zeer spannend zo niet spectaculair jaar te worden.

En daarmee een jaar van hoge onzekerheid, wat zomaar tot meer volatiliteit op de beurs kan leiden.


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie