Column

Duurzame fondsen deden het veel beter, maar ...

Was 2020 het droomjaar voor actieve fondsmanagers? Hevige volatiliteit is immers in het voordeel van flexibele beleggers met verstand van zaken. Detlef Glow van Lipper zocht het uit, waarbij hij speciaal lette op de prestaties van duurzame fondsen.

Door de gigantische volatiliteit in 2020 hebben actieve fondsmanagers meer dan in andere jaren kunnen laten zien wat ze waard zijn. Bijvoorbeeld door meer in cash te zitten tijdens marktturbulentie, en meer te beleggen in aandelen met een hoge bèta bij een opleving van de markt. Dit lukte zeker niet tijdens de marktdaling in het eerste kwartaal van 2020, aangezien 55,4% van de actieve fondsen toen slechter presteerde dan hun benchmark.

Maar hoe waren de prestaties over het hele jaar? Wisten actieve beleggers wel te profiteren van de grote opleving in de maanden na de sell-off? Dat hebben we onderzocht. Daarbij is extra gelet op de prestaties van ESG-fondsen. Zorgt de keuze voor duurzaamheid inderdaad voor betere rendementen?

In het onderzoek zijn alle actieve fondsen, die na 31 december 2019 zijn gelanceerd, uitgesloten, doordat hun trackrecord te kort is om een degelijke prestatie-analyse te kunnen maken. Uiteindelijk zijn 14.801 aandelenfondsen tegen het licht gehouden. Aangezien de analyse fondsen uit alle delen van de wereld omvat, is de basisvaluta voor alle berekeningen de Amerikaanse dollar.

Sterke outperformance ESG-fondsen

Het goede nieuws is dat 7.574 fondsen (51,17%) een outperformance hebben geleverd, terwijl 7.227 (48,83%) ondermaats presteerden ten opzichte van de zelf gekozen benchmark. Voor ESG-fondsen is de outperformance groter.  57,17% (1.088) deed het beter dan hun benchmark, terwijl 42,83% (815)  het slechter deed.

Om het succes van actief beheerde fondsen te evalueren is het niet voldoende om de fondsen te tellen die beter of slechter hebben gepresteerd dan hun respectievelijke benchmarks. Het is ook belangrijk te bepalen met welke marge. De totale gemiddelde outperformance van conventionele fondsen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 bedroeg 2,15%, terwijl ESG-fondsen het gemiddeld 3,78% beter deden.

"ESG-fondsen lieten een hogere gemiddelde outperformance zien van 3,78%"

ESG-fondsen lieten niet alleen een betere gemiddelde outperformance (11,75%) zien in vergelijking met hun conventionele tegenhangers (11,45%), maar ook een lagere underperformance (-6,83% versus -7,25% voor conventionele fondsen). Deze resultaten kunnen erop wijzen dat actief beheerde ESG-fondsen betere resultaten boeken dan hun conventionele tegenhangers en meer veerkracht tonen in moeilijke marktperioden.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Bijzondere marktomstandigheden

Toch is het te vroeg om deze conclusies in marmer te beitelen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat 2020 echt een uitzonderlijk beleggingsjaar was, waardoor het een meteen ook een lastige vergelijkingsmaatstaf is. Sommige factoren die van invloed zijn geweest op de prestaties van conventionele en duurzame producten, kunnen eenmalige gebeurtenissen zijn geweest.

Een voorbeeld hiervan is de daling van de olieprijs, die een enorme negatieve impact heeft gehad op veel conventionele fondsen, terwijl ESG-fondsen daar weinig last van hadden, aangezien deze niet in oliegerelateerde bedrijven zitten.
Een andere belangrijke rendementsfactor was de tendens van beleggers om zwaar in techaandelen te beleggen. Ook dit speelde ESG-strategieën in de kaart, omdat veel techaandelen tot de favorieten van ESG-beleggers horen. Techbedrijven boeken vaak betere ESG-prestaties dan industriële bedrijven of andere bedrijven uit de oude economie.

Ofwel, een deel van de superieure prestaties van ESG-fondsen moet worden toegeschreven aan de specifieke marktomstandigheden in 2020. Mochten beleggers weer de voorkeur geven aan waarde-aandelen, die vaak te vinden zijn in sectoren die bekend staan om hun hoge verbruik van fossiele energiebronnen, dan kan de prestatieslinger even snel de andere kant opslaan. Om die reden is het nog steeds niet duidelijk of duurzame strategieën het structureel beter doen dan een conventionele beleggingsaanpak.

Meer sturen op absolute prestaties

Wat betreft risicobeheer wil ik graag nog een extra opmerking maken. De meeste fondsmanagers meten de prestaties van hun portefeuilles nog altijd ten opzichte van hun benchmark. Dat betekent dat een negatieve prestatie als een succes wordt beoordeeld, zolang de benchmark het nog slechter deed.

Voor de beleggers in fondsen werkt dat anders. Voor hen is een negatief rendement een slecht resultaat. Daarom zou het logisch zijn als fondshuizen de belangen van beleggers beter afstemmen met de doelstellingen van hun portefeuillebeheerders door meer te sturen op een absolute dan op een relatieve performance.

Ik weet dat er in de beleggingssector verschillende meningen over dit onderwerp bestaan. Daarom laat ik dit onderwerp voor een volgende discussie.


Detlef Glow is hoofd research EMEA bij Lipper, een onafhankelijk fondsbeoordelaar. Glow heeft een MBA Financial Services van de University of Wales/Cardiff en een BA in Business Administration. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus