Hein Praats is eigenaar van mediabedrijf L'AUROIS. Hij heeft zich, met een financiële handelsachtergrond van twintig jaar, gespecialiseerd als freelancer in – onder meer – financieel tekstschrijven.

Interview

Han de Jong: klimaat blijft zonnig voor risky assets

Han de Jong, chief economist bij ABN Amro, constateert gunstige marktomstandigheden voor risicovolle beleggingen.

Maar hij vindt dat toezichthouders niet moeten doorslaan in het volledig uitbannen van risico’s door iedereen maar achter benchmarks te laten aanhuppelen. “Passiviteit leidt tot minder nadenken, dat lijkt me niet de bedoeling.”

U bent uw werkende carrière ooit begonnen als leraar; wat heeft u daar aan bagage van meegenomen?

“Om na mijn afstuderen onder militaire dienst uit te komen, begon ik aan een proefschrift. Die periode bekostigde ik door economie te onderwijzen op een HBO. Dat was eigenlijk nooit de bedoeling, maar daar heb ik achteraf veel aan gehad. Als leraar moet je de stof beter begrijpen dan wanneer je leerling bent en op een HEAO is het niveau van dien aard dat ik daar inhoudelijk veel heb geleerd. Daarnaast werd ik als schuchter iemand toentertijd gedwongen om de schroom voor een groep van me af te werpen.”

Wat moet een goede hoofdeconoom nog meer in zich hebben?

“Naast het feit dat een econoom goed in de economische theorie moet zitten; ook de moed en persoonlijkheid om een visie te ontwikkelen en in staat zijn dit op alle niveaus te communiceren. Zowel naar bankbestuurders als naar klanten toe die er wat minder van begrijpen. Verder vind ik dat een goede econoom bij voortduring zelfkritisch moet blijven.”

Waar houdt u zich als chief economist bij ABN Amro vooral mee bezig?

“Wij maken macro-economische analyses, die worden ingezet op vele fronten: intern voor de strategiebepaling, het balansbeheer, het budgetproces en de risicotaxaties voor de bank. Daarnaast mag ik meestemmen over het beleggingsbeleid zoals de bank dat voor klanten voert of adviseert.”

“Extern publiceren wij veel stukken voor zowel institutionele en zakelijke relaties als private banking-cliënten. Tevens worden klanten regelmatig bezocht om onze visies en het beleggingsbeleid toe te lichten. Al gebeurt dat laatste tegenwoordig minder.”

Waarom is dat?

“Klanten willen vooral in moeilijke tijden duiding hebben. De crisis ligt alweer een tijdje achter ons, waardoor de roep om begeleiding is afgenomen. Onze rol is de laatste jaren onveranderd gebleven, er heeft alleen een verschuiving van besproken onderwerpen plaatsgevonden. Het ging na 2008 vooral over de invloed van de crisis op de financiele markten, tegenwoordig gaat het vaker over bijvoorbeeld ons pensioenstelsel, de Nederlandse huizenmarkt of protectionistische neigingen in de wereld.”

“Je moet assets ook relatief waarderen en dan zijn obligaties nog altijd duurder dan aandelen”

 

Waar wordt u bij de bank eigenlijk op afgerekend?

“Handelaren worden afgerekend op winst en verlies, de afdeling distributie onder meer op het aantal deals met klanten. Resultaten van een econoom zijn minder kwantificeerbaar. Vanwege mijn senioriteit word ik formeel afgerekend op de prestaties van de bank als geheel. Maar ik leg juist graag verantwoording af over onze analyses: hebben die bijgedragen tot betere beslissingen? Daarnaast wordt door onderzoek naar klant- en medewerkertevredenheid vastgesteld hoe tevreden men over ons is.”

“Ook binnen mijn eigen team beoordeel ik achteraf altijd of we het bij het rechte eind hebben gehad. Wanneer we miszitten baal ik daar gigantisch van, terwijl ik merk dat collegae daar wat minder zwaar aan tillen. Dat probeer ik bij hen te veranderen.”

Financiële markten reageren tegenwoordig meer op het beleid van centrale banken en politieke keuzes dan op fundamentals. Hoe moeilijk maakt dat uw werk?

“Het exceptionele monetaire beleid van centrale banken na de crisis volgde een andere logica dan daarvoor. Dat maakt het volgen van centrale banken nog belangrijker dan vroeger, maar ik vind wel dat er een duidelijke systematiek in hun beleid zit.” “Ook de marktreacties vorig jaar na de Brexit en de uitverkiezing van Trump, waren begrijpelijk met een eerste, kortstondige, negatieve reactie. Maar vrij snel ging de markt, net als wij, om. Artikel 50 moest nog in werking treden en de – langdurige – onderhandelingen over uitreding van het Verenigd Koninkrijk nog beginnen. Feitelijk veranderde er economisch niet veel.”

“Bij Trump was de marktreactie hetzelfde; initieel afkeurend, maar snel genoeg werd nagedacht over eventuele positieve impulsen van zijn beleid voor de Amerikaanse economie. Kortom, de markt vraagt tegenwoordig meer flexibiliteit, ook van economen.”

Over flexibiliteit gesproken: hoe heeft u de transitie ervaren van ABN Amro onder Groenink naar een consortium met Fortis, RBS en Banco Santander eind 2007?

“Mijn eerste zorg was een veilige plaats voor mijn afdeling. Ik wist meteen dat wij niet bij RBS terecht moesten komen; dan zouden we snel worden opgedoekt. Ik ben vanaf dag één steun gaan zoeken – binnen afdelingen van de bank die onze diensten gebruikten – om ons overeind te houden.”

“Gelukkig werd er door diverse clubs gehoor gegeven door het beschikbaar stellen van funding voor behoud van onze afdeling. Ik ben in het proces helaas wat mensen kwijtgeraakt, maar dat er zoveel waardering was voor ons werk deed me goed.”

“Dat DNB pensioenfondsen er sterk toe aanzet om passief te beleggen, vind ik compleet onbegrijpelijk”

 

En extern? Is de markt door de jaren heen veranderd?

“Zeker. Vooral door de verscherpte regelgeving van toezichthouders sinds de crisis, waardoor bijvoorbeeld proprietary trading nog maar door weinigen wordt gedaan. Bij ons in ieder geval zeker niet. De risicobereidheid is dus enorm afgenomen. Maar dat komt ook vanuit bankbestuurders zelf, die zonder overzichtelijke risico’s zeperds niet meer kunnen uitleggen. Daarom is de beweging van actief naar passief beleggen van bijvoorbeeld pensioenfondsen wel te begrijpen, al ben ik er geen voorstander van. Voor kleine beleggers is daar nog wel wat voor te zeggen, maar dat DNB pensioenfondsen als het ABP er sterk toe aanzet om passief te beleggen, vind ik compleet onbegrijpelijk.”

“Ingegeven door miskleunen in de financiële sector tijdens de crisis, moeten toezichthouders nu niet doorslaan in het volledig uitbannen van risico’s door iedereen maar achter benchmarks te laten aanhuppelen. Ik vind dat vooral grote beleggers hun verantwoordelijkheid moeten mogen en kúnnen nemen in het prijsvormingsproces, dat bij passief beleggen door anderen wordt gedaan. Bovendien leidt passiviteit in de directe zin van het woord tot minder nadenken. Dat lijkt me niet de bedoeling.”

Wat kunt u dan nog toevoegen aan een passieve beleggingswereld?

“Of iemand nu actief of passief belegt; iedereen hecht eraan om een visie te horen. Actieve beleggers eisen dit op frequentere basis en dagen uit tot goed onderbouwde visies. Passieve beleggers willen eens in de zoveel tijd worden bijgepraat over thema’s die in de financiële markten spelen.”

Wat zijn die hot items momenteel?

“Mondiaal, zeker Europees gezien, laat de economie best redelijke groei zien, waar ik voorlopig geen verandering in zie komen. Ik denk dat de inflatie laag blijft door desinflatoire druk vanuit de aanbodkant door technologische ontwikkelingen. Centrale banken gaan hun beleid op geleidelijke wijze normaliseren, waardoor het beleggersklimaat goed blijft voor risky assets.”

“Ik hoor mensen praten over een aanstaande bubbel in de Amerikaanse aandelenmarkt, maar dat zal zo’n vaart niet lopen. Met de jarenlange lage rente is het voor mij logisch dat aandelen wereldwijd wat hoger genoteerd staan – op basis van normale maatstaven als koerswinstverhoudingen – dan in het verleden. Maar je moet assets ook relatief waarderen en dan zijn obligaties nog altijd duurder dan aandelen. Ik heb liever Amerikaanse aandelen in portefeuille dan vijfjarige Duitse staatsobligaties met negatieve yield.”

“China blijft, vanwege het belang voor de wereldeconomie, een groot thema. De angst voor een harde landing is in de loop van 2016 afgenomen door het succesvol aanzwengelen van de economie. Door de schuldpositie van bedrijven en een oververhitte huizenmarkt trapt de Chinese overheid nu voorzichtig op de rem. Maar zelfs met vertragende groei in China heeft de rest van de wereld inmiddels genoeg momentum om door te blijven groeien.”

 


 

Wie is Han de Jong?

Han de Jong studeerde economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkte na het behalen van zijn doctoraalexamen enkele jaren als docent, onder meer aan de HEAO in Enschede. Daarna trad De Jong de financiële sector binnen; eerst jaren in verschillende functies bij de ABN Amro, waarna hij een vijfjarig uitstapje maakte naar een effectenmakelaar in Dublin. Na zijn terugkeer bij ABN Amro werd hij uiteindelijk chief economist. In die hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling, coördinatie en productie van economische en financiële analyse bij ABN Amro. Van 2003 tot 2012 schreef De Jong financieel-economisch columns voor het Financieele Dagblad. Nog altijd becommentarieert hij graag de financiële markten. Hij is lid van beleggingscommissies van enkele Nederlandse pensioenfondsen. Ook doceert hij macro-economie aan de postdoctorale opleiding Investment Management aan de VU in Amsterdam.

De impact van het coronavirus