Chinese schuld is lokaal probleem

ETF Securities is niet bang dat buitenlandse partijen last krijgen van de negatieve gevolgen van de Chinese krediethausse.

China heeft een kredietprobleem. Na de financiële crisis leunde de Chinese economische groei op leningen en investeringen. Dit werd mogelijk gemaakt door het accommoderende monetair beleid van de Chinese centrale bank. Het gevolg hiervan was wel dat de totale schuld van China steeg van 145% van het BBP in 2007 naar bijna 260% eind 2016, zo zegt Morgane Delledonne, obligatiestrateeg bij ETF Securities.

De Chinese schuld blijft in een hoog tempo groeien met 13% op jaarbasis in 2016. In de tussentijd liep de niet-presterende leningen-ratio op van 1 in 2012 naar 1,8 in 2016. Het grootste deel van deze bedrijfsschuld is geconcentreerd in staatsbedrijven, die beperkte financiële blootstelling wereldwijd hebben en impliciet gesteund worden door de centrale overheid.

Delledonne vreest geen kredietcrisis, maar de Chinese krediethausse zou wel kunnen leiden tot stress in de binnenlandse banksector en langere periodes van ondermaatse economische groei. Volgens het IMF blijft de totale Chinese overheidsschuld (met inbegrip van de schuld van de lokale overheid) relatief laag, namelijk 60,4% van het BBP in 2016, wat suggereert dat de Chinese regering aanzienlijke buffers heeft om mogelijke verliezen op te vangen. Bovendien is de internationale blootstelling van de Chinese overheidsschuld beperkt aangezien de buitenlandse schuld van China relatief klein is (12,7%. 

Geringe blootstelling

De blootstelling van buitenlandse banken aan China blijft nominaal gezien wel hoog. De totale vorderingen bedragen 658 miljard dollar eind 2016, wat in de buurt komt van het bedrag dat buitenlandse banken op Italië vorderen. Echter, in relatieve termen is de offshore-Chinese kredietmarkt klein (6% van het BBP) in vergelijking met andere opkomende landen (gemiddeld 14% van het BBP) en ontwikkelde economieën (gemiddeld 41% van het BBP).

Volgens ETF Securities is het internationale besmettingsgevaar van een Chinese kredietcrisis beperkt gezien het beperkte bedrag dat buitenlandse banken vorderen. Banken uit het VK hebben de grootste blootstelling aan de Chinese schuld met 23% van de buitenlandse vorderingen, gevolgd door de VS, Europa en Japan met respectievelijk 13%, 12% en 10%.

ETF Securities verwacht meer risico-aversie ten aanzien van Chinese activa op de korte termijn, naast grotere valutavolatiliteit en obligatierisico’s, afhankelijk van de volgende beleidsmaatregel van de Chinese centrale bank.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Outlook 2022