Nieuws

Valt er nog wat te verdienen met duurzaamheid?

Duurzame bedrijven hebben op de beurs een veel hogere waardering dan bedrijven die minder hoog op de duurzaamheidsladder staan. Voor beleggers liggen volgens Schroders daarom de grootste kansen bij 'slechte' bedrijven die beterschap beloven.

Duurzaam beleggen heeft zo zijn haken en ogen. Dat zien we ook dit jaar weer bij bedrijven uit de zon- en windindustrie, die in 2021 domweg te duur waren geworden, en nu al maanden aan het dalen zijn.

De hoge beurswaarderingen van groene en sociale aandelen blijven ook in de toekomst een zegen en vloek tegelijk, zegt Schroders-analist Duncan Lamont in zijn beursnotitie Are more sustainable companies more expensive?.

Beleggers weten dat duurzame bedrijven beloond worden met een hogere koers-winstverhouding dan vergelijkbare bedrijven die minder duurzaam zijn. Aan de andere kant vangen hoge bomen veel wind en is de kans op correcties groot.

Waar volgens Lamont voor beleggers de echt grote kansen liggen, zijn bedrijven die nog niet zo duurzaam zijn, maar die het wel willen worden. Dat zijn de fondsen die Schroders graag in portefeuille wil hebben.

Theorie een

Lamont begint zijn verhaal met twee gangbare theorieën over duurzaam beleggen. De eerste theorie is dat het doel van duurzaam beleggen is om het voor 'slechte' bedrijven duurder te maken om geld op te halen en goedkoper voor 'goede' bedrijven.

Het is een kwestie van bestraffen en belonen. Pensioenfondsen doen dit bijvoorbeeld met oliemaatschappijen. Hun oogmerk is dat goede bedrijven met het goedkope geld sneller kunnen groeien dan slechte. Per saldo leidt dat tot een betere wereld.

Theorie twee

De tweede theorie gaat meer uit van optimalisering van beleggingswinsten. Deze theorie heeft als uitgangspunt dat het lucratief is voor beleggers om in duurzame bedrijven te stappen omdat deze betere vooruitzichten hebben dan slechte in een wereld met steeds strengere regelgeving en veranderende consumentenvoorkeuren.

Lamont voelt meer voor deze tweede theorie, ook al is het effect van beide theorieën in principe gelijk. Beide leiden ertoe dat duurzame bedrijven een hogere koers-winstverhouding hebben dan vervuilende en/of asociale bedrijven. 

Nieuw evenwicht

Het vervelende voor beleggers is dat financiële markten automatisch op zoek gaan naar een nieuw evenwicht, waarbij slechte bedrijven weliswaar een lage k/w hebben, maar ze kunnen ook meer winst uitkeren. Terwijl de prijs van goede bedrijven automatisch wordt opgedreven, wat ze gevoelig maakt voor koerscorrecties.

Valt er dan nog wel iets te verdienen aan duurzaam beleggen? Lamont denkt van wel. Dat heeft vooral met de prikkel te maken voor 'slechte' bedrijven om het beter te doen.

Van lage naar hoge k/w

Op de beurs hebben slechte bedrijven nu een k/w-verhouding van ongeveer 17, afgaand op de bedrijfsresultaten over de laatste 12 maanden. Voor goede bedrijven ligt die k/w rond de 25.

Dat betekent dat als een slecht bedrijf dit gat zou dichten, dan kan de koers met 50% oplopen, voor het management een gigantische prikkel om het leven te beteren.

De k/w-verschillen zijn nog veel groter als er wordt gekeken per bedrijfstak. In de grondstoffensector worden goede bedrijven bijvoorbeeld beloond met een k/w van 23, de slechte komen niet verder dan een k/w van 13. Wordt hier het k/w-gat gedicht dan kan de koers met wel 80% stijgen!

Sociale factoren

Tenslotte wijst Lamont erop dat duurzaamheid en sociale factoren in sommige bedrijfstakken nu al zwaar wegen, maar anderen nauwelijks.

De energiesector is het beste voorbeeld. Daar worden bedrijven constant door beleggers andere instanties doorgelicht op hun "groenheid". Maar er zijn ook bedrijfstakken waar dat toetsen op milieufactoren (E) nog in de kinderschoenen staat. Dat geldt nog veel meer voor sociale (S) en bestuurlijke (G) factoren.

Health care

Voorbeelden van sectoren waar de differentiatie tussen 'slechte' en 'goede' bedrijven nog beperkt is zijn de telecomsector, voedingsindustrie en health care. Hier liggen volgens Lamont goede kansen voor zowel bedrijven als beleggers.

Bedrijven die hun leven beteren, kunnen rekenen op een hogere waardering met alle voordelen die daarbij horen. Beleggers die deze bedrijven in een vroeg stadium weten te vinden, kunnen profiteren van een koerssprong.

De allergrootste winnaar is echter de wereld en iedereen die er in leeft. Hoe meer bedrijven ESG-proof worden des te beter is het voor het klimaat, milieu en sociale rechtvaardigheid. 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie