Nieuws

Langere looptijden EMD vergroten klimaatrisico's

Obligaties uit opkomende markten (EMD) krijgen steeds langere looptijden. Dat maakt ze volgens Pictet AM extra gevoelig voor klimaatrisico's.

In opkomende markten worden, mede onder invloed van de lage rente, steeds meer obligaties uitgegeven met lange looptijden. Voor beleggers brengt dat risico’s met zich mee, want opkomende markten hebben bovengemiddeld last van klimaatverandering.

Dat is een van de belangrijkste boodschappen van de langetermijnvisie van Pictet Asset Management op emerging market debt.

Op naar 100 jaar

De ontwikkelingen zijn inderdaad frappant. Pictet wijst onder andere op de uitgifte van 100-jarige leningen in Mexico en Argentinië. Gemiddeld had in 2015 ongeveer 17 procent van de dollarobligaties een looptijd van 20 jaar of meer. Begin 2021 was dat opgelopen tot 27 procent.

Waarom is dat riskant? Ten eerste zijn er de traditionele risico’s van betalingsproblemen die in opkomende landen doorgaans groter zijn dan in rijke westerse landen. Argentinië is wat dat betreft een van de grootste recidivisten.

Grotere impact

Maar daar is een ander, misschien groter probleem bijgekomen. Uit onderzoek blijkt dat opkomende markten erg gevoelig zijn voor klimaatverandering. Hoe hoger de temperatuur, des te groter de schade.

De Smith School van Oxford University heeft voor Pictet uitgerekend dat als er niks veranderd en de aarde opwarmt met 4,3 graden Celsius, dan zal de productie per hoofd van de bevolking in landen als Brazilië en India met ruim 60 procent verminderen ten opzichte van een wereld zonder klimaatverandering.

Voor de hele wereld zou de impact van een dergelijke temperatuurverhoging minus 45 procent zijn, een stuk minder dus.

Echter, als de wereld erin slaagt de schade te beperken tot een opwarming van de aarde met 1,6 graden Celsius, dan daalt de impact voor de wereldeconomie tot 27 procent waar de opkomende markten het meest van profiteren.

Internaliseren

Volgens professor Cameron Hepburn, hoofdauteur van het Oxford-rapport, moeten beleggers er daarom rekening mee houden dat natuurcatastrofes grotere gevolgen hebben voor de economische groei en inflatie in opkomende markten dan in het Westen.

Het is geen rechte lijn, maar een grillige, met ook jaren waarin het klimaat juist in het voordeel van de economie werkt. Maar per saldo is het negatief. Denk aan jaren met droogte of juist veel regen, hevige stormen, misoogsten en overstromingen. 

Pictet denkt dat alleen al de onvoorspelbaarheid van deze natuurlijke fenomenen voor negatieve effect kunnen zorgen op de waardering van staatsobligaties.

Kansen

Voor beleggers levert dat kansen en verantwoordelijkheden op. De verantwoordelijkheid zit hem in het feit dat juist opkomende markten geld nodig hebben om klimaatverandering tegen te gaan en zich te beschermen tegen de gevolgen ervan. De kans zit hem in een bloeiende en groeiende markt voor groene en sociale obligaties.

Pictet: “In de vijf jaar tot eind 2020 is de jaarlijkse uitgifte van groene, sociale en duurzame obligaties door overheden uit opkomende markten bijna verviervoudigd tot 6,2 miljard dollar. De vraag neemt alleen maar toe. Zo haalde Chili in de eerste weken van januari 70 procent van zijn verwachte obligatie-uitgifte van 6 miljard dollar voor 2021, allemaal op via groene en sociale obligaties, en is het land van plan om de rest van het jaar alleen duurzame en groene obligaties uit te geven. In september 2020 werd Egypte de eerste regering in het Midden-Oosten die een groene obligatie uitgaf. Het haalde 750 miljoen dollar op om groene projecten te financieren of te herfinancieren. Beleggers waren enthousiast: de obligatie werd vijf keer overtekend.”

Opgave enorm 

Bij die bedragen zal het zeker niet blijven, want de opgaven zijn enorm. Wereldwijd kost het volgens de Energy Transitions Commission tussen 1 en 2 biljoen dollar per jaar aan extra uitgaven om de opwarming van de aarde te beperken. Dat komt neer op ongeveer 1 tot 1,5 procent van het wereldwijde bbp. 

Een aanzienlijk deel van die kosten zal gedragen moeten worden door opkomende economieën, ook omdat zij het meest te lijden hebben onder klimaatopwarming.

Gelijk speelveld

Voor beleggers zal dat veel nieuwe mogelijkheden opleveren. Pictet stelt dat ontwikkelingslanden daarbij niet allemaal over dezelfde kam mogen worden geschoren als rijke landen. ESG-criteria hebben namelijk in opkomende markten een andere waarde dan in westerse landen. Voor Zwitserland is het bijvoorbeeld makkelijker een hoge ESG-score te halen dan voor Egypte.

Per saldo kan worden gezegd dat hoe hoger het inkomen per hoofd van de bevolking, des te hoger de ESG-eisen moeten zijn. Als dat wordt toegepast op de huidige situatie, dan springen bijvoorbeeld Angola, Rwanda, Senegal, Chili, Costa Rica, Columbia, de VS en Zwitserland er in positieve zin uit, terwijl China, Saoedi-Arabië, Egypte, Turkije en Singapore juist negatief opvallen. Aldus Pictet.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie