Nieuws

Drie ESG-factoren en hun effect op het rendement

Duurzaam en sociaal beleggen met een hoog rendement is wat steeds meer beleggers willen. Maar ESG is een breed begrip en de correlatie met rendement is lastig te leggen. Schroders richt zich daarom op drie separate onderdelen van ESG: R&D, CO2-voetafruk en arbeidsomstandigheden.

Een groeiend aantal beleggers wil iets doen voor het milieu en de samenleving. De strategie moet een positieve impact hebben op de wereld, maar moet tegelijkertijd ook goed renderen. 

Dat leidt volgens de Britse vermogensbeheerder Schroders vaak tot lastige discussies. Er zijn inmiddels duizenden studies geschreven over ESG-beleggen en het beursrendement.

Het probleem is dat het zo moeilijk is om te definiëren wat precies duurzaam en sociaal is. Wanneer heeft iets impact? Of, hoe valt te bewijzen dat een “slecht” bedrijf ook slecht presteert, of andersom?

Drie ESG-factoren  

Schroders kiest voor een geheel eigen benadering om tegen dit vraagstuk aan te kijken. Uitgangspunt is niet het grote plaatje maar een aantal specifieke onderdelen van ESG-beleid. Die zijn:

  • R&D
  • CO2-voetafdruk
  • Arbeidsomstandigheden

Research & Development

Bij R&D zal niet iedereen direct aan ESG-beleggen denken, toch legt Schroders die relatie wel omdat kennis en innovatie van groot belang zijn voor het oplossen van het klimaatprobleem waarbij de sociale en maatschappelijke gevolgen minimaal zijn.

We kunnen met z'n allen water en brood gaan eten en de auto laten staan. Dat is goed voor het milieu, maar is het ook haalbaar en acceptabel? Waarschijnlijk niet. Technologische vooruitgang kan ervoor zorgen dat het milieu erop vooruitgaat zónder grote schade voor de economie.

Maar heeft R&D ook een positieve impact op het rendement? De conclusie van Schroders is ja.

Het is in de geschiedenis geen rechte lijn – er zijn periodes met hoge en lage correlatie – maar per saldo is er een duidelijk positief effect. Het is volgens Schroders ook niet zo dat het alleen technologie- en internetbedrijven zijn die profiteren van R&D. De relatie bestaat over een brede linie. Wel moet worden gezegd, dat de relatie tussen R&D en aandelenrendement sterker zichtbaar is in periodes waarin technologiefondsen het goed doen op de beurs.

Er zijn een paar kanttekeningen te plaatsen. Gemiddeld genomen groeien R&D-intensieve bedrijven sneller dan bedrijven die het tegenovergestelde doen. Maar er is ook een groter risico aan verbonden. R&D kan ook niks opleveren en dan drukt het op de winst. Voor een lange termijn belegger hoeft dit geen probleem te zijn, als hij maar genoeg diversiteit aanbrengt in de portefeuille.

Kortetermijnbeleggers die snel resultaten willen zien, lopen een ander risico. Grote kans dat zij de positieve langetermijneffecten van R&D-investeringen onderschatten.

CO2-voetafdruk

Het fijne bij de CO2-uitstoot is dat er redelijk veel betrouwbare informatie over bestaat. Het lastige is dat het moeilijk is om een bakker met een slager te vergelijken. Het is bovendien de vraag hoe diep er in de productieketen moet worden gekeken.

Een windmolen is supergoed voor het milieu, maar hoe zit het met de productie van het staal voor de pijlers en de zeldzame grondstoffen die nodig zijn voor een turbine?

Over het algemeen wordt er bij de CO2-voetafdruk onderscheid gemaakt tussen Scope 1, 2 en 3.
Bij Scope 1 wordt alleen naar het product zelf gekeken, bijvoorbeeld een windmolen.
Bij Scope 2 wordt het energieverbruik meegenomen.
Bij Scope 3 wordt de hele productieketen onderzocht van transport tot de distributie. Dat maakt Scope 3 ook een stuk lastiger te berekenen.

Wat Schroders heeft gedaan, is kijken naar Scope 2 in de periode vóór en na het klimaatverdrag van Parijs uit 2016. De CO2-intensiteit blijkt geen rol te hebben gespeeld vóór Parijs, maar daarna wel. De negatieve correlatie tussen CO2 en het beursrendement is dus iets van de laatste jaren.

Vooral in de EU was het een goede strategie om vanaf 2016 CO2-intensieve bedrijfstakken te mijden en te focussen op bijvoorbeeld banken of andere dienstverleners met een lage uitstoot. Dat kan te maken hebben met de relatief strenge EU-klimaatregels. Een regionale uitzondering was Groot-Brittannië, wat waarschijnlijk te verklaren valt door de Brexit.

Het is volgens Schroders nog een beetje de vraag of dit rendementsverschil tussen CO2-intensieve en CO2-extensieve bedrijven blijft bestaan. Het zou kunnen dat er nu prake is van een overwaardering van de tweede groep. Harde bewijzen daarvoor zijn er echter niet.

Het zou wel interessant zijn om binnen de CO2-intenstieve sectoren, zoals of staal te kijken wie het beste presteert, degene met de hoogste voetafdruk of die met de laagste. Dat heeft Schroders nog niet gedaan.

Arbeidsomstandigheden

Tenslotte de sociale omstandigheden binnen bedrijven. Is het uitbuiten van werknemers goed of slecht voor het rendement? 

Hier is helaas weinig onderzoek naar gedaan. Ook in de huidige ESG-discussies speelt het een ondergeschikte rol. Verreweg de meeste aandacht gaat naar de E van Environment, terwijl arbeidsomstandigheden worden vergeten. Onterecht, vindt Schroders.

De internationale arbeidsorganisatie ILO schat dat er elk jaar 2,8 miljoen mensen sterven vanwege hun werk en nog eens 374 miljoen mensen raken elke 10 jaar ernstig geblesseerd op het werk.

Schroders heeft de relatie onderzocht vanaf 2009 tussen het aantal ongevallen op het werk en het beursrendement. Wat blijkt: bedrijven die veiligheid bieden op de werkvloer doen het qua koersvolatiliteit beter dan bedrijven waar het gevaarlijk is om te werken. Het effect op het rendement is minder helder.

Toch denkt (en hoopt) Schroders dat dit effect er op de lange termijn wel is. Als beleggers meer aandacht aan schenken aan de arbeidsomstandigheden wordt het een soort selffulfilling prophecy.

Daarnaast duiden goede arbeidsomstandigheden op een modern toekomstgericht management dat zijn werknemers serieus neemt en kansen biedt voor ontplooiing. Dat verhoogt de motivatie en daarmee het bedrijfsresultaat op de lange termijn, denkt Schroders.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie