Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

AFM focust te veel op rendement

AFM let in het nieuwste ETF-rapport meer op rendement dan op risico. Het moet niet gekker worden.

Smart bèta slaat aan in Europa, zo kopte IEXProfs onlangs. Binnen vier jaar zal tot wel 1.000 miljard zijn belegd in slimme ETF's, volgens Nizam Hamid van ETF-uitgever WisdomTree. Leuke naam overigens als het over smart beleggen gaat. Momenteel ligt het belegd vermogen in intelligente ETF's in de  buurt van de 500 miljard.

Europa neemt daar relatief nog maar een klein deel van voor zijn rekening (37 miljard dollar), maar er is flinke groei. Tussen april en juni van dit jaar ging 25% van de ETF instroom naar smart bèta-fondsen.

Op zichzelf is het een prima ontwikkeling. Als beleggers in smart bèta-indices willen participeren, dan is het goed dat ze daar ruimschoots de mogelijkheid toe krijgen.

Toegevoegde waarde

Maar ik was en ben wel beducht over de toegevoegde waarde van veel van deze indices. Worden niet veel ETF's op slimme indices naar de markt gebracht uitsluitend ten faveure van de aanbieder zelfs?

Is de claim van hoger rendement dan wel lager risico van de alternatieve index wel correct? Elke belegger dient, alvorens in een alternatieve of actief beheerde ETF te stappen, dat voor zichzelf goed te beoordelen.

AFM heeft recent ook aandacht aan de toenemende populariteit van de slimme indices besteed. Op 9 augustus kwam de toezichthouder met het rapport Kader voor beoordeling actief beheerde ETF's en ETF's op alternatieve index, met als ondertitel Hulpmiddel om deze typen ETF's te beoordelen.

Alarmbellen rinkelen

Het rapport kwam tot stand omdat AFM signalen van zorg ontving over de (afwijkende) risico's die met deze producten samengaan. Het resultaat van het verkennende AFM onderzoek is de ontwikkeling van een beoordelingskader dat als hulpmiddel gebruikt kan worden bij de selectie van dit soort nieuwe typen fondsen.

Een hulpmiddel speciaal bedoeld voor beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders. En daar rinkelen bij mij weer de AFM-alarmbellen. Vermogensbeheerders en beleggingsadviseurs zijn voor hun vak goed opgeleide professionals. Althans, zo zou het moeten.

Waarom zou de toezichthouder een onderzoek doen om vervolgens met een beoordelingslijstje te komen waar de adviseurs en beheerders mee aan de slag kunnen? Dat is niet de taak van AFM, of zou dat in ieder geval niet moeten zijn.

Als een beleggingsadviseur zijn beoordelingskennis moet halen via (toevallig) verschijnende AFM-rapportjes, is het wel heel slecht gesteld met de financiële sector. Maar goed, het rapport ligt er en natuurlijk neem ik het door.

Doelstelling vergeten

In paragraaf twee legt AFM uit wat actief beheerde ETF's en ETF's op een alternatieve index zijn. Op zich wordt dat goed uiteengezet. Op één punt na. De toezichthouder stelt dat het doel van een alternatieve index het behalen van een hoger rendement is ten opzichte van een kapitaalgewogen variant.

AFM vergeet dat misschien nog wel een belangrijker doelstelling kan zijn het verlagen van het risico ten opzichte van de traditionele benchmark. De toezichthouder met meer focus op rendement dan op risico, het moet niet gekker worden...

In de derde paragraaf van het rapport geeft AFM enkele kenmerken van de twee typen ETF's aan die afwijken van standaard ETF's en standaard beleggingsfondsen, inclusief de gevolgen daarvan voor beleggers. Ten eerste noemt AFM de transparantie, die voor actief beheerde ETF's  soms minder goed is dan voor standaard fondsen.

Vreemde stelling

Dat is zeker waar, maar ik denk dat de transparantie nog altijd veel beter is dan die van menig actief beleggingsfonds. Als het gaat om de juiste intraday prijs voor doorlopend verhandelbare slimme ETF's, wijst AFM er op dat beleggers door gebrek aan transparantie een minder goede prijs bij aan- en verkoop krijgen.

Ik denk dat hier bedoeld wordt een onjuiste prijs, die voor beleggers zowel gunstig als ongunstig kan uitpakken. Daarna wijst AFM erop dat veel standaard ETF's gebaseerd zijn op aandelen. Bij actief beheerde ETF's zijn vaker grondstoffen en high yield of short duration obligaties de onderliggende waarden.

Dan stelt de toezichthouder het volgende: dat betekent dat het marktrisico in deze ETF's in potentie groter is dan bij de ETF's met aandelen als onderliggende waarde. Een vreemde stelling, die zo in zijn algemeenheid niet geldt.

High yield-indices kunnen (zeer) riskant zijn, maar of het riskanter is dan aandelen hangt er maar helemaal vanaf hoe je risico meet alsmede van de samenstelling van de betreffende indices.

Obligaties risicovoller dan aandelen

Hoe short duration-obligaties door AFM in potentie als risicovoller dan aandelen worden gezien, is mij een raadsel. Tot slot heeft AFM enkele opmerking over de kosten die mogelijk hoger zijn voor alternatieve en actieve ETF's ten opzichte van standaard ETF's.

Er wordt op gewezen dat transactiekosten hoger kunnen zijn en dat die kosten niet in de lopende kostenratio zijn opgenomen. Het klopt dat transactiekosten niet in de lopende kostenratio worden opgenomen.

Er is maar een instituut die kan regelen dat dit wel gebeurt, of in ieder geval dit soort kosten inzichtelijk(er) maakt: de AFM. Dus waarom niet verplichten deze kosten te specificeren in plaats van in een rapport beleggers te waarschuwen?

Bovendien, de officiële kosten kunnen perfect inzichtelijk worden gemaakt door de verplichte vergelijking tussen het bruto rendement van de index en het resultaat van de ETF. Op deze manier worden in één klap alle kosten inzichtelijk. Een idee om aanbieders te verplichten deze vergelijking in de informatie aan beleggers op te nemen?

Minder rapporten

Tot slot komt AFM met het beoordelingskader voor actief beheerde ETF's en ETF's op een alternatieve index. De adviseur wordt voorgehouden bij advies over slimme ETF's te letten op de kosten, het nut, de veiligheid (risico) en de begrijpelijkheid van de geboden informatie. Enkele vragen die adviseurs voor zichzelf moeten stellen.

  1. Wat is de hoogte van de managementfee? (kosten)
  2. Wat is de toegevoegde waarde van de beleggingsstrategie? (nut)
  3. Is de index volledig transparant? (informatie)

In plaats van dit soort slappe adviezen aan adviseurs kan AFM beter vaststellen welke vragen absoluut belangrijk zijn voor beleggers. Vervolgens kan AFM verplichten deze vragen, met de antwoorden, op te nemen in de informatie. Dan kunnen niet alleen adviseurs, maar ook de gewone beleggers uit de voeten met dit type ETF's.

AFM, schrijf eens wat minder rapportjes en neem, met name als het gaat om verplichte informatie, maatregelen zodat alle beleggers, ook die zonder adviseur, financiële producten goed kunnen beoordelen.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

Online magazine ETF's