Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Nieuws

Mijn aanbevelingen voor BNP Paribas

BNP komt met zes rendementscertificaten. Of het potentiële rendement genoeg is, moet u zelf bepalen. Ik heb wel tips voor BNP.

Afgelopen week bracht BNP Paribas weer een nieuwe reeks rendementcertificaten uit. Maar liefst zes werden er geplaatst met even zoveel aandelen als onderliggende waarden. Vijf daarvan zijn bekende, aan de Amsterdamse beurs genoteerde bedrijven: ING, KPN, Philips, TomTom en Binckbank.

Daarnaast heeft BNP een certificaat op het Amerikaanse bedrijf Activision Blizzard uitgebracht. Door de notering van de spelletjesproducent aan de Amerikaanse Nasdaq, heeft het certificaat een volledig dollarrisico.

Wat zijn rendementcertificaten ook al weer?

Rendementcertificaten zijn financiële producten die aan het einde van de looptijd tegen een vast bedrag kunnen worden afgelost. Die vaste aflossing is aan een belangrijke voorwaarde verbonden. De onderliggende waarde, bijvoorbeeld een aandeel of een aandelenindex, mag gedurende de gehele looptijd van het certificaat nooit op of onder een vooraf vastgestelde koers zakken.

Zodra dit wel gebeurt, vervalt de vaste aflossing en lost het certificaat aan het einde van de looptijd af tegen de op dat moment geldende koers van de onderliggende waarde. Daarbij geldt dat de aflossing nooit hoger kan zijn dan de eerder geldende vaste aflossing.

Ik geef als voorbeeld het recent uitgegeven Rendement Certificaat op ING. De afloopdatum van het certificaat is op 16 december 2016. Als tot die tijd ING nooit op of onder 10 euro noteert, is de vaste aflossing gelijk aan 15,80 euro. De actuele koers van ING is 13,11 euro. Dat betekent dat het aandeel bijna 24% mag dalen om toch de aflossing op 15,80 euro te verkrijgen. De actuele koers van het certificaat is 13,49 euro. Mocht de aflossing op 15,80 euro plaatsvinden, dan is het rendement gelijk aan 17,7% in iets meer dan een jaar tijd.

Het prijskaartje

Bent u als belegger van mening dat het aandeel ING tot de aflosdatum niet op of onder de 10 euro noteert, dan ligt een mooi rendement in het verschiet. Maar aan de kans op een mooi rendement, ook als de koers van ING niet stijgt of zelfs daalt, hangt een prijskaartje.

  • Ten eerste profiteert de belegger niet als het bankaandeel boven de 15,80 uitstijgt. Via de vaste aflossing is het rendement gelimiteerd. Rendementcertificaten zijn niet geschikt voor beleggers die een maximaal resultaat nastreven, maar wel voor degene die zijn resultaat wil optimaliseren.

  • Een tweede verschil met het rendement op een aandeel ING is dat het certificaat geen dividend uitkeert. ING streeft er naar 40% van zijn winst als dividend uit te keren. In 2014 ging het om een uitgekeerd dividend van 36 cent, ofwel een dividendrendement van 2,7%. Gezien de winstontwikkeling van ING zou het te betalen dividend in 2015 wel eens veel hoger, mogelijk rond 80 cent, kunnen zijn.

  • Er is nog een derde factor van belang, en dat is de premie die de belegger momenteel voor het certificaat betaalt. Met een actuele koers van ING op 13,11 euro en een prijs van het rendementcertificaat van 13,49 euro, is die premie 2,9%. Die premie is vooral van belang als ING op of onder de koers van 10 euro komt.

    Stel ING eindigt eind 2016 precies op 10 euro. Beleggers in ING hebben, afgezien van het dividend, een koersverlies geleden van 23,7%. Door de betaalde premie moeten certificaathouders een verlies incasseren van 25,5%.

Loterij zonder nieten

Het is duidelijk, het rendementcertificaat is (uiteraard) geen loterij zonder nieten. Maar voor beleggers met een duidelijke, in dit geval gematigde, visie op de koers van het aandeel, is het een mooi product om te streven naar een goed beleggingsresultaat.

De aantrekkelijkheid van het certificaat verschilt per onderliggende aandeel. In zijn algemeenheid geldt dat hoe hoger de volatiliteit van het aandeel, hoe hoger het mogelijke rendement. Datzelfde geldt voor het dividend: hoe hoger hoe meer potentieel rendement het certificaat moet bieden.

Daarnaast is de looptijd van belang. Hoe korter de looptijd, hoe kleiner de kans dat de ondergrens doorbroken wordt. De koers van het certificaat gaat dan richting de vaste afloskoers en het resterende rendement neemt af.

Is het het waard?

Een voorbeeld daarvan is het Rendement Certificaat ASML met aflossing op 19 februari 2016. De vaste aflossing bedraagt 104,35 euro, met als voorwaarde dat het aandeel ASML niet onder de 68,50 euro zakt. Met de actuele koers van ASML op 85,50 euro, betekent dat een getolereerde koersdaling van bijna 20%. De koers van het certificaat is, gelet op de kortere resterende looptijd, opgelopen tot 98,70 euro. Dat betekent een premie van 15% boven op de actuele koers van het aandeel.

Het potentiële maximale rendement van het certificaat, als de koers van ASML boven de 68,50 euro blijft, is 5,0%. Gezien het maximale rendement van 5% (als ASML met meer dan 5% stijgt, is een directe belegging beter) en gezien het mogelijk veel grotere verlies (door de betaalde premie) als ASML door de 68,50 euro zakt, is het de vraag of die potentiële 5% aantrekkelijk genoeg is.

Mijn suggesties

Die vraag moet elke belegger zelf beantwoorden, maar BNP Paribas kan daarbij wel helpen door meer informatie te geven in zijn overzichten. Ik heb een paar suggesties voor betere informatie over de rendementcertificaten.

  1. Het te verwachten uit te betalen dividend tot het einde van de looptijd.
  2. De premie (of discount) ten opzichte van de actuele koers van het aandeel.
  3. De volatiliteit van het onderliggende aandeel.
  4. Het maximaal te behalen rendement op jaarbasis

BNP geeft regelmatig rendementcertificaten uit. Momenteel zijn er 78 producten genoteerd waarvan de ondergrens nog in tact is. Dat maakt het mogelijk een actief beleid te voeren door certificaten te kopen en verkopen.

Volg Duitsland

Daarvoor is het echter wel van belang dat de spreads (verschil bied-laatkoers) zo klein mogelijk zijn. De spread die BNP hanteert ligt rond de 0,5%. Dat is voor gestructureerde producten niet zo slecht, maar het is veel groter vergeleken met die van de meeste onderliggende aandelen.

Echt actief handelen in deze certificaten, als de belegger dat zou willen, is met deze spreads niet kansrijk. Als BNP Paribas zijn huiswerk doet met mijn aanbevelingen, kan er wellicht ooit een levendige handel in dit soort certificaten ontstaan.

Laat de Duitse markt, waar de producten onder de naam Bonus Certificaten tegen zeer kleine spreads worden verhandeld, daar een voorbeeld in zijn.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Lees meer

De impact van het coronavirus