Nieuws

Groei of Waarde, dat is de kwestie

Tijdig beleggen in snelle groeiers levert heel veel op. Het probleem schuilt in dat woordje "tijdig". Value is simpeler.

Groei- of waarde-aandelen? Dat is de kwestie, nu de beursrally vijf jaar oud is. Historisch gezien volgt er dan een dip – of misschien zelfs een meltdown, zoals in 1999. Tijdens de dotcomcrash die daarop volgde, deed growth investing het beter dan value investing. Zeker is ook dat de potentiële rendementen voor groeibeleggers enorm zijn. Het probleem is alleen dat met waardebeleggen veel simpeler geld valt te verdienen. Dat blijkt uit onderzoek van Credit Suisse. 

John Authers van de Financial Times buigt zich over het dilemma Groei of Waarde. Nog even herhalen: groeibeleggers investeren in bedrijven waarvan zij denken dat die in de toekomst meer dan gemiddeld zullen blijven groeien. Ongeacht de stand van de economie, en ongeacht of hun aandelen duur of goedkoop zijn. Waardebeleggers – de bekendste is Warren Buffett – kopen bedrijven waarvan de beurskoers lager is dan de boekwaarde per aandeel. 

Groei-aandelen doen het doorgaans beter tijdens en meteen na een crisis. De reden is eenvoudig, aldus Authers. Hoe slechter de economie, hoe zeldzamer de bedrijven die dan nog weten te groeien. Ondergewaardeerde beursfondsen worden in zo'n klimaat juist talrijker, en dus goedkoper. De schaarse supergroeiers zullen dus in prijs omhoog gaan. Sinds oktober 2007 staat de MSCI World Value Index op min 8%, en de World Growth Index op plus 10%.

"Question Marks" versus "Cash Cows"
Wie die groeiers tijdig weet te identificeren, kan ook van die prijsstijging profiteren. Authers haalt er Nick Thompson bij, hoofd Aandelen bij Janus, "misschien wel de beste groeibelegger ter wereld". Het Janus 20-fonds belegt in slechts twintig large-cap groei-aandelen. In 1998 groeide dit fonds met 60% in waarde, en in 1999 opnieuw. In 2000 zag het weer 65,7% verschrompelen, tegen een min van "slechts" 40,6% voor de S&P 500. 

Meerijden met Janus 20 brengt dus een zeer hobbelig ritje. Maar per saldo doet dit fonds het sinds 1995 gemiddeld twee procentpunten per jaar beter dan de S&P 500. Voordat u daarvoor gaat: bedenk wel dat elke premie een goede reden heeft. Het HOLT-team van Credit Suisse vergeleek onlangs de groeiers en de koopjes op de beurs. Wie de top-40 groeiers koopt en de top-40 achterblijvers short, maakt ieder jaar een gemiddeld rendement van 11,56%. 

Toch presteren volgens Credit Suisse de "Question Marks" (snelle groeiers met een klein marktaandeel) het slechtst, en de "Cash Cows" (slome maar gestage groeiers met een groot marktaandeel) het best. Koopjes uitkiezen is simpeler. Je kijkt naar de gepubliceerde cijfers, maakt een paar rekensommen en klaar is Warren … ehhh … Kees. "Waardebeleggers kijken naar de dingen zoals ze zijn," concludeert Authers. "Groeibeleggers proberen de toekomst te voorspellen." 

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie