Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg.

Column

Wisseling van de monetaire troon?

China wil wel dat de yuan de rol van de dollar overneemt. Maar China is daar niet klaar voor. De kans dat de euro de dollar van de troon zal stoten is groter, aldus Edin Mujagic.

Toen de Chinese president Xi Jinping afscheid nam van zijn Russische ambtgenoot Vladimir Poetin eerder deze maand in Moskou, zei hij dat die twee landen veranderingen in gang hebben gezet die de wereld in 100 jaar niet heeft gezien.

Hij doelde daarmee ongetwijfeld op de stappen om minder afhankelijk te worden van de Amerikaanse dollar, zoals meer onderlinge handel in yuan afrekenen.

Een minder belangrijke rol voor de dollar in de wereldeconomie betekent ook een minder dominante rol voor Washington op het wereldtoneel. Niet alleen Rusland en China zijn bezig de dollar op een zijspoor te zetten. Veel andere landen, zoals India, Zuid-Afrika, Brazilië, Saoedi-Arabië en andere landen doen dat ook.

Wisseling van de wacht

Het is begrijpelijk dat de laatste tijd weer vaker gesproken wordt over de aanstaande val van de dollar. Het zou een kwestie van tijd zijn voordat de Chinese yuan de rol van de greenback overneemt.

Een wisseling op de monetaire wereldtroon zou uiteraard verregaande gevolgen hebben, net zoals dat het geval is met onze planeet wanneer de magnetische polen wisselen (wat, gemiddeld genomen, elke 450.000 jaar gebeurt; de laatste keer 780.000 jaar geleden).  

Maar net zoals dat voor de verschuiving en wisseling van de magnetische polen geldt, geldt dat voor de wisselingen van de monetaire polen het langdurige processen zijn.

Duurt lang

Doorgaans duurt het enkele decennia voordat een munt de andere munt van de troon stoot. De Amerikaanse dollar pakte de status van wereldmunt van het Britse pond af tussen het einde van de Eerste Wereldoorlog en het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Dus als we aannemen dat het proces van de onttroning van de dollar in 2008 is begonnen, dan is de kans groot dat de Amerikaanse munt nog een zeer lange tijd op de monetaire troon zal blijven zitten.

Maar afgezien daarvan is het maar zeer de vraag of de Chinese yuan die rol überhaupt kan overnemen. Om als wereldmunt te fungeren, moet een valuta namelijk aan enkele cruciale voorwaarden voldoen.

Controle verliezen

Het moet een munt zijn van een sterke economie, met een zeer grote en liquide kapitaalmarkt die ook nog eens vrij toegankelijk is en waar bedrijven en beleggers uit de hele wereld erop kunnen vertrouwen dat hun eigendomsrechten beschermd worden.

Tot slot moet die munt vrij inwisselbaar zijn voor andere munten. China voldoet misschien wel aan het eerste criterium, maar niet aan de overige voorwaarden. Hoewel Beijing beoogt de yuan op termijn inwisselbaar te maken en kapitaalverkeer vrij te maken, zal het nog heel lang duren voordat dat daadwerkelijk gebeurt.

Dat betekent immers verlies van controle voor de overheid. En controle verliezen is iets waar Beijing doorgaans geen voorstander van is.

Sterke groei

Hoelang dat ook zal duren, de kans is groot dat het nóg langer zal duren voordat bedrijven en beleggers uit de wereld voldoende vertrouwen krijgen in de Chinese rechtbanken. En dan nemen we voor het gemak aan dat China de komende jaren en decennia een sterke economie zal hebben, met hoge groei.

Of dat gebeurt, is echter maar zeer de vraag. De economische prestatie van China sinds het weer deel is gaan uitmaken van de wereldeconomie in 1978 en lid werd van de Wereldhandelsorganisatie in 2001 is terecht als spectaculair te omschrijven.

Volgens het IMF groeide de Chinese economie tussen 1990 en 2011 met gemiddeld 9,6% per jaar. Sinds 2010 is die groei echter gehalveerd.

Inhaalslag maken

Met het oog op de toekomst is het eerder te verwachten dat de economische groei in China verder afneemt dan dat de groeipercentages van 5% of meer, laat staan bijna 10% per jaar, terug zullen keren.

Toen China eind jaren 70 de deuren opende, had een gemiddelde Chinees een jaarinkomen dat nog lager was dan het gemiddelde maandinkomen in de VS. De economie was zeer inefficiënt, arbeidsproductiviteit was laag en infrastructuur gelijk aan dat van een derdewereldland.

Dat betekende dat er ruimte was voor een behoorlijke inhaalslag. Allerlei machines en productiemethodes die buiten China gangbaar waren, konden in China toepast worden en de economische groei behoorlijk opstuwen.

Kennis delen

Door de zeer lage loonkosten en het gebrek aan milieuregels, buitelden de buitenlandse bedrijven over elkaar heen om een fabriek te openen in China. Daarvoor moesten ze wel telkens opnieuw kennis delen met de lokale partners, want dat was een voorwaarde.

Zelf het wiel opnieuw uitvinden was niet nodig voor Chinese partijen, immers bedrijven uit andere landen wilden maar wat graag voet zetten in het economische beloofde land.

De prestatie van de Chinese economie in de afgelopen decennia is daarom voor een belangrijk deel het beste te vergelijken met het plukken van laaghangend fruit. En inmiddels zijn alle appels waar ze redelijk makkelijk bij konden komen, geplukt.

Geen kosten

Naarmate een economie harder en langdurig hard groeit, wordt het voor die economie steeds lastiger hard te blijven groeien. 

Zo ook voor de Chinese economie. Productietechnologie van andere landen gebruiken en later imiteren is makkelijk en goedkoop. Waar westerse bedrijven enorme bedragen kwijt waren aan onderzoek en ontwikkeling om tot die efficiënte machines en productieprocessen te komen, waren de kosten voor China nihil.

Toen de inhaalslag grotendeels achter de rug was, moest de economie het vooral – en steeds meer – hebben van nieuwe uitvindingen.

Lagere groei

Voor zover die elders plaatsvonden, zat het zo maar overhevelen van kennis er niet meer in, onder meer door verboden daarop door westerse overheden, die beducht zijn voor de opkomst van China.

Dingen uitvinden lukt in China inmiddels ook, maar dat proces is per definitie duurder én bovendien langzamer dan de vruchten van andermans inspanningen implementeren in de productie. Macro-economisch bezien betekent dat alles een minder sterke toename van de productiviteit en daarmee een lagere economische groei.

Dat is al zichtbaar. In 2010 steeg de arbeidsproductiviteit in China nog met 9 à 10% op jaarbasis. Sindsdien is er een aanhoudende daling te zien waardoor de groei van de productiviteit inmiddels nauwelijks 5% bedraagt.

Vergrijzing

Een langzamere toename van de productiviteit drukt de economische groei niet alleen, het betekent ook dat de toename van de beroepsbevolking de kar moet trekken. Als gevolg van het een-kind-beleid wordt dat steeds lastiger in China, omdat de vergrijzing op termijn een nog grotere impact zal hebben.

Vorig jaar maakte China bekend dat het aantal inwoners voor het eerst sinds de jaren 60 gedaald is. De kans dat Beijing in de toekomst grootschalige immigratie in China zal toestaan om arbeidstekorten op te lossen, is volgens experts echter nihil.

Demografie kan daarnaast via dat dempende effect op de economische groei in de toekomst ook voor sociale onrust en instabiliteit zorgen.

Geen partner

Naarmate de verhouding tussen jong en oud verandert, zullen jongeren meer moeten afdragen om de pensioenen van ouderen te betalen, zullen de pensioenen gekortwiekt worden of zal de pensioenleeftijd omhoog moeten.

De kans is groot dat geen van die maatregelen goed zal vallen. Er is echter nog een andere verhouding die uit het lood is geslagen, namelijk die van mannen en vrouwen.

Door het decennialange een-kind-beleid zijn er stelselmatig meer jongetjes geboren, waardoor er inmiddels aanzienlijk meer jongens dan meisjes zijn in China. Al die jongemannen die straks geen partner kunnen vinden, kunnen voor sociale onrust zorgen.

Moderne economie

Naast een kleinere toename van de productiviteit, zijn er nog enkele factoren die de economische groei in China  kunnen afremmen. China is in de afgelopen decennia veranderd in een moderne economie.

Een kenmerk van een moderne economie is dat niet de industrie, maar de dienstensector het grootste deel uitmaakt. Doorgaans groeien economieën waar de dienstensector de hoofdmoot is, minder hard.

De dienstensector vereist creativiteit wat op zijn beurt vrijheid nodig heeft om nieuwe diensten uit te proberen. Dat is niet altijd te rijmen met het politieke bestel waar vrijheid geen prioriteit heeft en de overheid er niet voor terugdeinst bedrijven die te veel vrijheid genomen hebben, daarvoor te straffen.

Grote problemen

Daarnaast heeft China ook last van stijgende schulden. De Chinese overheid staat er nog relatief goed voor, maar huishoudens en bedrijven in het land hebben volgens het IMF en grote kredietbeoordelaars te veel schulden op hun vork genomen.

Als we alle schulden bij elkaar optellen en uitdrukken in procenten van de totale economie, dan zijn de verschillen tussen China en het westen heel klein. Bij stijgende rentes of dalende huizenprijzen liggen er dan ook grote problemen op de loer.

Hoge en toenemende ongelijkheid is een ander probleem dat als een zwaard van Damocles boven China hangt. Ongelijkheid tussen niet alleen arm en rijk maar ook tussen regio’s.

Euro meer kans

Wat dat betreft lijkt de kans groter dat de euro de dollar van de troon zal stoten dan dat de yuan dat zal doen. De economie van de eurozone is een grote, welvarende economie, die in de toekomst nog sterker kan worden als er binnen de EU of de eurozone een goed functionerende, volledig interne markt voor diensten ontstaat.

Volgens schattingen kan dat de economische groei elk jaar met enkele procentpunten aanjagen. De eurozone mist een diepe kapitaalmarkt maar er wordt gewerkt aan een kapitaalmarktunie.

Als in de toekomst er ook nog eens verstandig monetair en begrotingsbeleid wordt gevoerd in de muntunie, zal eerder de euro dé kandidaat zijn de rol van de dollar over te nemen.

Brug te ver

Hiermee wil ik niet zeggen dat die pogingen van China en andere landen zullen stoppen of geen enkel effect zullen hebben. De komende maanden en jaren zullen we ongetwijfeld meer initiatieven van de grond zien komen waarbij steeds meer landen minder gebruik zullen maken van de dollar in hun onderlinge handel.

Dat zal gevolgen voor de wereldeconomie hebben, denk aan economische groei of inflatoire druk. Beleggers moeten daarom die monetair-politieke ontwikkelingen in de gaten houden.

Maar de conclusie trekken dat de dagen van de dollar geteld zijn én dat het zeker is dat de Chinese yuan in de toekomst de rol zal vervullen die de dollar de laatste 100 jaar vervult, dat is een brug te ver.


Edin Mujagic is hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en is gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder "Geldmoord: hoe de centrale banken ons geld vernietigen" en "Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds 1814/1816". Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie