Column

De betere defensieve aandelenstrategie

De verschillen tussen defensieve fondsen en strategieën zijn groot. bfinance heeft in een uitvoerige studie gekeken naar wat het beste werkt bij welke omstandigheden.

Wat zijn defensieve aandelen? Vroeger waren dat namen als Unilever, Ahold, Coca-Cola en Shell. Er moet immers altijd gegeten, gedronken en gereden worden. Maar is dat nog altijd zo met de opkomst van de onlinehandel, de energietransitie en de oorlog in Oekraïne?

Welke aandelen beschermen beleggers het best in een bearmarkt, zoals nu, met een verhoogde volatiliteit, stijgende rente, inflatie en politieke onrust? 

Dat is het onderwerp van een onderzoek van bFinance, waarbij gekeken is naar alle grote koerscorrecties sinds 2008.

Vijf defensieve strategieën

BFinance onderscheidt een aantal long-only aandelenstrategieën die in het verleden vaak hebben gewerkt. Dat zijn:

1. Low Volatility
Hierbij worden aandelen geselecteerd die stabiel zijn qua koersontwikkeling. Het gaat om aandelen die gedurende een beurscyclus minder bewegen dan het gemiddelde (meestal 15% tot 30%). Algemeen kenmerk is dat het dividend meestal vrij hoog is. Dit zijn geen bedrijven met hoge groei.

2. Income
Bij deze strategie worden aandelen geselecteerd met een actueel zeer hoog dividend. De meeste fondsmanagers zullen een paar andere factoren laten meewegen om te voorkomen dat er wordt belegd in labiele bedrijven met een zwakke balans of slechte vooruitzichten. Er wordt bijna altijd gekeken naar de dividendgeschiedenis. Verder wordt ook hier belegd in bedrijven die gemiddeld genomen een lage volatiliteit hebben en weinig groei.

3. Classic Quality
Dat zijn bedrijven met een relatief voorspelbare winst- en omzet, een sterk merk, goede concurrentiepositie, sterke balans, pricing power, goed bestuur en een niet-elastische vraag. De goederen of diensten worden ook gekocht in tijden van recessie.

Verder maakt bFinance nog onderscheid tussen:

4. Quality waardefondsen

5. Quality groeifondsen

Wat is kwaliteit?

Quality of kwaliteit is de ingewikkeldste strategie om te beoordelen, omdat het nogal subjectief is wat ermee bedoeld wordt. Het kan zijn dat de ene fondsmanager een aandeel kwalitatief hoogwaardig vindt, terwijl de ander het een risicofonds vindt.

Bij kwaliteitsaandelen wordt bijna altijd geaccepteerd dat de waardering hoger is dan het gemiddelde. Maar wat is acceptabel? Is een koerst-winstverhouding van 20 duur of goedkoop? Daarover verschillen de meningen enorm.

Gemiddeld genomen wordt er bij de quality-value strategie meer nadruk gelegd op de waardering. Het dividend is meestal best aardig.

Bij quality growth wordt meer gekeken naar toekomstige groei en het rendement op het geïnvesteerde vermogen. Dividend speelt een ondergeschikte rol. Classic quality zit er een beetje tussenin.

De rendementen

BFinance heeft gekeken naar de rendementen gedurende de acht grote beurscorrecties sinds 2008. Een van de eerste dingen die opvalt, is dat de meest recente bearmarkt van januari t/m juni 2022 andere kenmerken heeft dan de vorige zeven.

Vooral de recente perfomance van quality growth valt op. Dit is een categorie die het in geen van de bearmarkten erg goed deed, maar het eerste halfjaar van 2022 waren de resultaten uitzonderlijk slecht.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Favoriete sectoren

BFinance heeft fondsen ingedeeld naar de vijf verschillende strategieën met de daarbij behorende sectorvoorkeuren.

  1. Het meest uiteenlopend zijn de visies over de ict-sector. Bij fondsmanagers in de categorieën classic quality en quality growth is dit de lievelingssector, terwijl quality value-fondsen deze sector juist grotendeels mijden vanwege de hoge waarderingen. Het gaat hoofdzakelijk om softwarebedrijven, zoals Microsoft, Salesforce en Adobe. Bij classic quality en quality growth bestaat de portefeuille voor gemiddeld ongeveer een kwart uit ict-aandelen.
  2. Healthcare is te vinden in alle defensieve portefeuilles. Toch zijn er ook hier grote verschillen. Bij strategieën gericht op lage volatiliteit en dividend is vooral big pharma goed vertegenwoordigd. Classic quality en quality growth fondsen leggen meer de nadruk op toeleveranciers van machines, onderdelen en materialen (medical devices) en life sciences. Echte biotechnologiebedrijven halen de portefeuilles zelden vanwege de hoge risico’s.
  3. Het klopt niet dat actieve defensieve fondsmanagers veel cash achter de hand houden. Het zogenoemde timen van de markt - dan kopen als de koersen laag staan – speelt nauwelijks een rol.
  4. Vroeger waren tabaksproducenten een favoriet van defensieve fondsen, met name in de categorie classic quality. Maar die tijden zijn voorbij.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Kwaliteit van nu is niet die van vroeger

Tabaksproducenten zijn slechts een voorbeeld van hoe snel het begrip kwaliteit verandert. Robert Doyle van bFinance laat zien hoe de gemiddelde classic quality-portefeuille in de laatste 10 jaar is gigantisch is veranderd.

In 2012 bestond de hoofdmoot (60%) nog uit consumer staples. Dat zijn bedrijven die voorzien in basisbehoeften variërend van afwasmiddel, brood en kaas tot drank en tabak. Nu is dit percentage nog maar 15%. Dat heeft vooral te maken met de disruptie door internetbedrijven.

De ICT-sector heeft het stokje overgenomen van de consumer staples. Health care is vrij stabiel. Verder hebben de financials een kleine comeback gemaakt sinds de kredietcrisis.

Regionale voorkeuren

Er zijn ook opvallende verschillen in de weging van regio’s. Value-georiënteerde fondsmanagers beleggen relatief veel buiten de VS. Classic quality en quality growth managers ziten juist overwogen in de VS. 

Fondsmanagers met de focus op lage volatiliteit kiezen meer dan anderen voor Japanse aandelen, terwijl de dividendjagers in Europa zitten. 

CO2-intensiteit

Voor beleggers die waarde hechten aan de CO2-voetafdruk kunnen het best terecht bij fondsen in de categorieën classic quality en quality growth. Dat is vooral te wijten aan hun sectorvoorkeur (meer ict en minder industrie).

Winnaars en verliezers

  1. Het is de vraag of dit eenmalig was, maar tijdens de eerste coronafase in 2020 hebben de klassieke quality valuefondsen het beroerd gedaan, terwijl de koersen van quality groeibedrijven omhoogschoten. Van de andere kant maakten de quality-value fondsen veel goed aan het einde van 2020 en in 2021. BFinance ziet grote verschillen tussen fondsen onderling.
  2. Dividendstrategieën hielden redelijk stand tijdens corona.
  3. Classic quality had in de eerste helft van dit jaar een zwakke fase. Defensief was het in ieder geval niet. Van de andere kant was er dit jaar maar weinig dat goed presteerde. De enige uitzondering waren energie- en grondstoffenbedrijven, maar die deden het tijdens corona weer verschrikkelijk slecht.
  4. Quality-growth fondsen hadden hetzelfde probleem. Ze beleggen niet of nauwelijks in grondstoffen en energie. Daarnaast hadden de quality growth fondsen extra veel last van de gestegen inflatie en rente.

raex

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Slotconclusies

Dat leidt tot een van de slotconclusies van BFinance. De lange-termijnresultaten van quality growth zijn prima, maar het adviesbureau vraagt zich af of het nog wel gezien kan worden als een defensieve strategie. 

Het tegendeel kan gezegd worden van strategieën gebaseerd op lage volatiliteit. Dat is een strategie die zich gedurende bijna alle downturns goed staande hield. Maar die heeft weer een ander nadeel, namelijk dat over het geheel genomen het rendement duidelijk achterblijft.

Tenslotte concludeert bFinance dat een mix van strategieën waarschijnlijk het beste recept is vanuit defensief oogpunt.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Assetallocatie