Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Column

Alles-of-(n)iets-certificaten

Waarom zou je producten verbieden omdat ze speculatief zouden zijn? Beleggers worden daar gemakzuchtig van.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is niet blij met de snelle opkomst van de gokoptie, beter bekend onder de naam binaire optie. Particuliere beleggers schijnen verzot te zijn op deze ultrakortlopende hefboom-instrumenten. Een looptijd van een uur is al een eeuwigheid in de wereld van de binaire optie. In die tijd kan 80% of meer rendement worden behaald.

Het principe is eenvoudig.

De belegger (of speculant, of gokker) koopt een optie die in waarde verdubbelt als de koers van bijvoorbeeld de AEX over een uur hoger staat dan de startwaarde. Aan de andere kant verliest hij zijn inleg als de koers van de AEX onder het startniveau staat. Andersom (winst bij koersdaling) kan natuurlijk ook.

Daarnaast zijn veel verschillende onderliggende waarde beschikbaar. AFM beschouwt dit soort opties als een kansspel en niet geschikt voor vermogensopbouw. Er is nog een andere instelling die onlangs een verklaring over dit soort producten uitgaf: de Kansspelautoriteit.

Vage grens

Die brandt zijn handen liever niet aan de soms vage grens tussen gokken en beleggen. De raad van bestuur van de kansspelautoriteit stelt zich namelijk op het standpunt dat zij "geen rol voor zichzelf ziet weggelegd om als toezichthouder beoordelingen te geven en mogelijk op te treden tegen financiële instrumenten die mogelijk eveneens juridisch te kwalificeren zijn als kansspel."

De rechter geeft dat oordeel echter (indirect) wel in zijn uitspraak dat AFM aan Optieclub, een aanbieder van binaire opties, alsnog een vergunning moet geven. Eerder weigerde de toezichthouder dat op grond van de eerder genoemde argumenten. De rechter wierp onder andere tegen dat er al buitenlandse aanbieders actief zijn op deze Nederlandse markt en dat op grond daarvan Nederlandse aanbieders niet anders behandeld mogen worden.

Niet verbieden

Het lijkt mij een valide standpunt van de rechter, maar niet alleen vanwege dit argument. Ik ben in het algemeen niet van de school om producten te verbieden omdat ze te speculatief zouden zijn.

Ten eerste omdat elke financiële consument voor zichzelf moet kunnen bepalen of hij/zij aan meer of minder speculatieve producten wil deelnemen. Wat mij betreft is een veel belangrijker eis dat de aanbiedende partij betrouwbaar is en goede, transparante uitleg geeft over het product. Als daar niet aan voldaan is, kan ik mij de weigering van een vergunning wel goed voorstellen.

Een tweede, misschien nog wel belangrijker argument tegen het verbieden van specifieke producten is dat er een soort schijnveiligheid voor de belegger ontstaat. Het lijkt alsof door dat soort verboden het aanbod van financiële producten alleen maar bestaat uit veilige constructies waar de belegger zich geen buil aan kan vallen.

Kenmerken veranderen

Dat leidt weer tot gemakzucht bij de belegger, die zich onvoldoende gaat verdiepen in riskante producten. En die riskante producten blijven toch wel beschikbaar, ook als ze bij uitgifte die kenmerken niet of in mindere mate hadden. Het gaat dan met name om notes en certificaten met voorwaardelijke garanties. Sommige producten krijgen dan tegen de einddatum de kenmerken van binaire opties.

Ik geef een voorbeeld. In Duitsland zijn de Reverse (Capped) Bonus Certificaten populair. Het zijn producten die een hoog bonusrendement kunnen geven, op voorwaarde dat de onderliggende waarde, bijvoorbeeld de DAX-index, niet op of boven een vooraf vastgesteld niveau (barrière) uitkomt.

Zo is er een dergelijk certificaat op de Duitse DAX met een barrière op 11.600 punten (ISIN: DE000VZ3RVW1). Als de DAX tot en met 20 maart niet op of boven dat niveau uitkomt lost het certificaat af tegen een koers van 65 euro. De actuele koers van het product is gelijk aan 35 euro. Dat betekent dat een rendement in een paar weken mogelijk is van 86%, ofwel 1.350% op jaarbasis. De actuele koers van de DAX is op het moment van schrijven 11.440 punten. De afstand tot het barrièreniveau is een kleine 1,5%. Er is dus nog enige marge...

Eigen oordeel

Als de index toch zo eigenwijs is het niveau van 11.600 punten te doorbreken, is de belegger niet direct zijn inleg kwijt. Dan is wel een enigszins complex rekensommetje aan de orde. In plaats van de vaste aflossing op 65 euro krijgt de belegger de reverse koers minus de actuele koers van de DAX. De reverse koers voor dit certificaat is vastgesteld op 13.000 punten.

Als de DAX, al is het maar één keer, door de 11.600 gaat en op de einddatum ook op dit niveau eindigt, lost het certificaat af op 14 euro (=(13.000 - 11.600) / 100) . Het verlies ten opzichte van de actuele koers is dan gelijk aan 60%.

Bij de introductie begin april 2014 kon het certificaat nog uitstekend worden ingepast in een portefeuille met als doelstelling een verantwoorde vermogensopbouw. Onder de huidige marktomstandigheden, zo vlak voor de aflosdatum, voldoet het product natuurlijk niet meer in een (risicomijdende) beleggingsportefeuilles. Maar dat oordeel hoeft wat mij betreft niet te komen van de (Duitse) AFM of de (Duitse) kansspelautoriteit.

Financiële consumenten zijn uitstekend zelf in staat, of zouden dat in ieder geval moeten zijn, tot een oordeel over de geschiktheid van dit soort producten te komen.


Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Assetallocatie