Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is in belangrijke mate bezig met het verplaatsen van lucht. De werkelijke toegevoegd waarde is beperkt. In mijn columns wil ik relativeren, tegenwicht bieden en zo mogelijk de andere kant van de medaille laten zien."

Tak's hefboomonderzoek

Booster, speeder, sprinter XL, turbo, best speeder. Kunt u al die hefboomproducten uit elkaar houden? Ik vergelijk ze met elkaar.

Booster, speeder, sprinter XL, turbo, best speeder. Kunt u al die hefboomproducten nog een beetje uit elkaar houden? Ik stel orde op zaken en geef een overzicht van de verschillende producten.

Ik start met een tabel van de verschillende aanbieders met hun eigen producten. Daarna ga ik in de op belangrijkste kenmerken. In dit artikel breng ik tevens de kostenverschillen tussen de verschillende producten in beeld.

Aanbieder Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3
RBS turbo - booster
ABN Amro turbo - -
ING sprinter sprinter XL sprinter best
Commerzbank speeder limited speeder best speeder
Citi speeder limited speeder best speeder

In deze column kies ik de volgende verzamelnamen:

  • turbo: turbo, sprinter en speeder
  • limited: limited speeder en sprinter XL
  • best: best speeder, Best sprinter en booster

Van nagenoeg alle producten worden zowel long- en shortversies uitgegeven. Alle hefboomproducten werken volgens hetzelfde basisprincipe. De bank, de uitgevende instelling, financiert een groot deel van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld AEX-index). Een klein gedeelte wordt door de belegger gefinancierd. Dat is de waarde (koers) die de belegger voor het product betaalt.

De bank rekent rente over het door hem gefinancierde deel (financieringsrente). Alle producten kennen een stoploss. Als de onderliggende waarde neerwaarts door de stoploss gaat, wordt het product afgewikkeld en beëindigd. Er zijn drie belangrijke, kenmerkende verschillen tussen turbo, limited en best.

1. Stoploss en financieringsniveau
Bij turbo zijn stoploss en financieringsniveau niet aan elkaar gelijk. Zodra de stoploss is doorbroken wordt de onderliggende waarde afgewikkeld. De belegger kan dan een restwaarde terugkrijgen, gelijk aan het verschil tussen de afwikkelprijs en het financieringsniveau. Voor limited en best geldt dat het financieringsniveau gelijk is aan de stoploss. Zodra de stoploss is bereikt, wordt het product beëindigd en is de restwaarde nihil.

2. Aanpassing stoploss en financieringsniveau
Turbo en best kennen een dagelijkse vaststelling van het financieringsniveau. Voor best geldt dat de stoploss eveneens elke dag wordt aangepast. Turbo kent een minder frequente (maandelijks) aanpassing van het stoplossniveau. Voor limited-producten geldt daarentegen dat stoploss- en financieringsniveau op hetzelfde niveau blijven gedurende de gehele looptijd.

3. Looptijd
Turbo en best hebben een onbeperkte looptijd, uiteraard tot eventueel het stoplossniveau is geraakt. Deze producten kunnen eveneens beëindigd worden door de uitgevende instelling (bijvoorbeeld als het financieringsniveau laag is ten opzichte van de onderliggende waarde). De ABN Amro-turbo’s kunnen ook, op dagbasis, beëindigd worden door de houder. Limited heeft een beperkte, vooraf vastgestelde beperkte looptijd.

De prijsvorming
Deze drie belangrijke verschillen leiden tot een voor iedere productcategorie andere prijsvorming.

  • Voor turbo is de prijsvorming het gemakkelijkst te begrijpen. De waarde is gelijk aan het verschil tussen het financieringsniveau en de actuele prijs van de onderliggende waarde.

  • De prijsvorming van limited-producten is principieel anders en complexer. Er is feitelijk geen sprake van een financieringsniveau, maar van een uitoefenprijs. De waarde van limited is gebaseerd op de uitoefenprijs en op de futureprijs (dus niet op de spotprijs!) van de onderliggende waarde.

    Daarnaast maakt een soort  verzekeringspremie (gap risk) onderdeel uit van de prijs. De hoogte van de premie hangt mede af van de afstand tot het stoploss niveau.

  • De prijsvorming van de best-hefboomproducten lijkt op die van de turbo. Er is echter een belangrijk verschil: de gap risk-premie, net zoals voor limited geldt.

Op basis van verschillende scenario’s kom ik tot de volgende conclusies over de prijsvorming (mutaties in absolute waarde, niet in percentages):

  • Bij een snelle stijging van de onderliggende waarde doet turbo beter mee, omdat best en limited last hebben van een iets lagere waarde van de risicopremie.
  • Bij een daling van de onderliggende waarde richting stoploss lijdt turbo in punten waarschijnlijk het meest verlies, omdat best en limited profiteren van een iets hogere waarde van de risicopremie.
  • Bij een daling van de onderliggende waarde tot net onder de stoploss, is in punten het verlies van turbo in principe het minst omvangrijk, omdat geen betaalde risicopremie verloren gaat.
  • Bij een grote (plotse) daling van de onderliggende waarde kan het verlies in punten van de turbo hoger uitvallen door een lage afwikkelprijs met een lage restwaarde als gevolg.
  • Dividenduitkeringen hebben geen invloed op het resultaat, maar bij een onverwacht hoger dividend blijft limited in resultaat achter. Bij een onverwacht laag dividend scoort limited juist beter.
  • Limited raakt op de afloopdatum zeker de betaalde risicopremie kwijt. Dat heeft een negatieve invloed op het resultaat.

De financieringskosten
De onderlinge prijsverschillen tussen de producten wordt bepaald door de financieringsrente, de risicopremie en de spreads. Die heb ik onderzocht met de volgende resultaten.

  Turbo Best
RBS 2,11% 3,11%
ABN Amro 2,01% -
ING 2,19% 2,19%
Commerzbank 2,11% 2,11%
Citi 1,61% 1,61%

Uit de tabel blijkt dat de booster (een best-product) van RBS de hoogste financieringsrente kent, terwijl de kosten voor de speeder (turbo) van Citi het laagst is.

De risicopremie
De risicopremies bedragen niet (veel) meer dan 1 punt als het om de best-producten gaat met de AEX als onderliggende waarde. Op grond van mijn berekeningen hanteert Commerzbank de laagste risicopremie (circa 0,5%). RBS en ING liggen aan de bovenkant (circa 1%), terwijl Citi een middenpositie inneemt. Een hoge risicopremie hoeft voor de belegger, zolang het hefboomproduct bestaat, niet zo nadelig te zijn.

Als de premie hoog blijft, kan dat bij verkoop ook een hogere opbrengst betekenen. Maar bij de limited-producten is het zeker dat de  premie nihil wordt op de afloopdatum. En als de best- en limited-producten door de stoploss gaan, gaat de betaalde premie natuurlijk wel geheel verloren.

De spreads
Hefboomproducten zijn handelsinstrumenten. De tijdshorizon is soms niet langer dan een paar uur. Bij een week ben je als turbo-, limited- en best-gebruiker al snel een langetermijnbelegger. Vanwege de handelsfrequentie is de spread tussen bied- en laatprijzen van belang. Stel u handelt wekelijks tien producten met AEX als onderliggende waarde. Bij een spread van 1 cent komt dat neer op 10 cent per week aan kosten, ofwel 5,20 euro per jaar. Dat is ruim 1,5% van de waarde van de AEX op jaarbasis.

Voor de turbo-producten met AEX als onderliggende waarde hanteren alle partijen een spread van 1 cent. Omdat de ratio gelijk is aan 1 op 10 komt dat neer op 10 cent per AEX van 330 punten. Voor de best-producten komen de meeste partijen ook met een spread van 1 cent. Uitzondering is ING. De bank hanteert als marge tussen bied- en laatprijs 2 cent. Voor de limited-producten rekenen alle aanbieders een spread van 2 cent.

Keuze tussen de verschillende producten
Ik heb een aantal scenario’s aangegeven met daarbij welk product daarvoor naar mijn idee het best gebruikt kan worden.

Verwachting: beperkte koersstijging en weinig risico op scherpe plotse koersdaling

  • Optimale keus: turbo
  • Minst goede keuze: limited

Verwachting: beperkte koersstijging, maar risico op scherpe plotse koersdaling

  • Optimale keus: best
  • Minst goede keuze: turbo

Verwachting: grote koersstijging, maar mogelijkheid scherpe koersdaling

  • Optimale keus: limited en best
  • Minst goede keuze: turbo

Verwachting: grote koersstijging en weinig risico op scherpe plotse koersdaling

  • Optimale keus: turbo
  • Minst goede keuze: limited

Verwachting: grote koersstijging, maar risico grote beweeglijkheid en onzekerheid

  • Optimale keus: best en limited
  • Minst goede keuze: turbo

Verwachting: flinke koersstijging door hoger dan verwacht dividend

  • Optimale keus: turbo en best
  • Minst goede keuze: limited

Wens: vast financieringsniveau zonder tussentijdse aanpassingen

  • Optimale keus: limited
  • Minst goede keuze: turbo en best

De onderliggende waarden
In dit artikel ben ik voornamelijk ingegaan op de hefboomproducten met de AEX als onderliggende waarde. Er is echter een uitgebreid assortiment aan onderliggende waarden, van aandelen via obligaties, grondstoffen en vastgoed naar verschillende valuta. Koploper is RBS. De bank geeft de belegger de keus uit maar liefst 282 verschillende onderliggende waarden.

Op enige afstand volgt ABN Amro met een aanbod op 115. ING haalt met een aantal van 96, net niet de 100. Commerzbank en Citi hebben een aanbod van respectievelijk 57 en 40 onderliggende waarden.

Elke type onderliggende waarde heeft zijn eigen (prijs)effecten waar u goed op moet letten. Probeer vooraf deze effecten goed te begrijpen om in het eindresultaat niet voor een onaangename verrassing te komen staan.

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Pensioen