Noren bouwen bazooka tegen crisis

Nieuw beleid maakt van het Noorse staatsfonds NBIM een "big bazooka" tegen nieuwe crises, zo meldt de Financial Times.

Nieuw beleid maakt van het Noorse overheidsfonds Norges Bank Investment Management (NBIM) een big bazooka tegen nieuwe crises. Het sovereign wealth fund, dat wordt gevoed met de winsten uit Noorwegens olievoorraden, kondigde onlangs aan tijdens een volgende krach op koopjesjacht te gaan. "Als lange-termijnbelegger kan het fonds liquiditeit verschaffen wanneer die opdroogt," zo citeert de FT een NBIM-beheerder.

Het NBIM ging van start in 1996 met 300 miljoen dollar. Inmiddels heeft het fonds 600 miljard onder beheer. Naar verwachting zal dat in de volgende tien jaar uitgroeien tot een biljoen dollar, zo schrijft de FT in een profiel. Het fonds wordt beheerd door de Noorse centrale bank Norges Bank, maar het ministerie van Financiën bepaalt hoe het vermogen over verschillende categorieën mag worden verdeeld.

Momenteel belegt het fonds 60 procent in wereldwijde aandelen, bijna 40 procent in obligaties en sinds kort ook een beetje in vastgoed. Het NBIM belegt principieel geen cent in Noorse assets en staat daarom ook wel bekend als het Government Pension Fund Global. De transparantie is ongekend. Het meldt alle individuele belangen, en een ticker op de website toont de waarde-ontwikkeling tot op de seconde.

"Eén gigantisch indexfonds"
Niettemin leidt het beleggingsbeleid van het NBIM regelmatig tot hevige discussies. Zoals toen het fonds in 2008 23 procent van zijn waarde verloor. Een ander kritiekpunt is de enorme spreiding over 8000 aandelen en 4000 verschillende obligaties. Die maakt actief beheer vrijwel onmogelijk, menen vooral academici. "In zekere zin lijkt het op een gigantisch indexfonds," zegt Ashby Monk van Stanford University.

Dat karakter wordt nog versterkt doordat het NBIM maximaal 10 procent van één onderneming mag bezitten, en strenge duurzaamheidsregels hanteert. Zo belegt het niet in sigarettenmakers. Veel wetenschappers prefereren het zogenoemde Swensen- of Yale-model, genoemd naar David Swensen, de uiterst succesvolle beheerder van het endowment fund van Yale University (zestien miljard dollar groot).

Swensen investeert uitsluitend in illiquide beleggingen zoals private equity en hedgefunds, en behaalt hiermee spectaculaire resultaten. In de periode 1998-2008 maakte hij een gemiddeld rendement van 16,3 procent per jaar. Ook hij is niet immuun voor forse verliezen: tijdens de kredietcrisis verloor zijn fonds 24,6 procent. Maar beleggers met een zeer verre horizon halen dat wel weer in, aldus Swensen.

Een spaarpot voor alle burgers
De Noren brengen hier tegenin dat een spaarpot voor alle burgers ook verplicht is om te beleggen in liquide en transparante markten. Het nieuwe beleid van NBIM om in tijden van nood anticyclisch te beleggen scherpt dat publieke karakter verder aan. Het is mede ingegeven door onderzoek van het IMF, waaruit bleek dat centrale bankiers de kredietcrisis verergerden door hun tegoeden bij banken weg te halen.

Het gemiddelde rendement van het NBIM schommelt rond de 5 procent per jaar. Veel minder dan Swensen, maar een veel betere optie dan de "Hollandse ziekte": de neiging van landen met rijke natuurlijke hulpbronnen om die te verjubelen, zoals Nederland deed met zijn gasvoorraad. Bovendien hield de Noorse overheid zich tot dusver aan de belofte hooguit 4 procent van het jaarrendement te spenderen.

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Assetallocatie