Pieter is hoofdredacteur van IEX.nl en de overige financiële titels van IEX Media. In de afgelopen jaren stond hij aan de wieg van nieuwe titels als IEXProfs (voor professionele beleggers), Participaties.nl (voor investeerders) en IEXGeld (voor financiële consumenten en beginnende beleggers). Pieter geeft leiding aan de financiële redactie van acht verschillende financiële titels en doet daarbij een dappere poging om toch af en toe de pen te blijven hanteren: in het Beurs Vandaag-blog op IEX.nl, als columnist op IEXGeld, als lid van het columnistenduo Short & Sticky bij IEXProfs en, vanzelfsprekend, op Twitter (@pieterkort).

Waarom obligatie-ETF’s niet aan te slepen zijn

De gemoderniseerde obligatiemarkt trekt biljoenen van beleggers die gemak en laag risico willen paren aan enig rendement.

Waarom zijn er eigenlijk obligatie-ETF’s? Bij de huidige rente heeft sparen al nauwelijks zin en een belegger in Nederlandse staatsobligaties weet zelfs bij voorbaat dat hij de komende tien jaar geen positief rendement zal maken.

Het lijkt in eerste instantie geen beleggingscategorie waar veel animo voor zou moeten zijn. In de praktijk zijn de obligatie-ETF’s echter nauwelijks aan te slepen. In juni 2019 passeerde de markt voor obligatie-ETF’s de grens van een biljoen dollar en analisten van Blackrock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, verwachten dat al in 2024 de twee biljoen wordt bereikt. Beleggers zijn, vreemd genoeg, juist verzot op obligatie-ETF’s.

Laag risico

Dat heeft een paar oorzaken. Ten eerste zijn er vele soorten obligaties, die niet allemaal zoals Nederlandse staatsobligaties op of onder de rente-nulliijn staan. In categorieën als bedrijfsobligaties, high yield (de naam zegt het al) en emerging markets zijn nog genoeg obligaties met duidelijk positieve rendementen te vinden.

Die categorieën staan te boek als riskanter dan klassieke staatsobligaties, want risico en rendement gaan bij obligaties (net als bij alle beleggingen) hand in hand. Toch gelden deze obligatiecategorieën nog altijd als minder risicovol dan aandelen. Hoe laag de rendementen soms ook zijn, ter verlaging van het risico van een langetermijnportefeuille zijn en blijven ze populair.

Makkelijker dan obligaties

Een andere factor die bijdraagt aan de populariteit van obligatie-ETF’s is dat ze de toegang tot de complexe obligatiewereld een stuk eenvoudiger maken voor beleggers.

Wie een aandeel Heineken koopt, koopt altijd hetzelfde aandeel. Wie een Heineken-obligatie koopt heeft de keuze uit een hele serie, met verschillende looptijden en couponrentes. Daar komt nog bij dat een obligatie voortdurend aan looptijd verliest. Als je als belegger in losse obligaties graag een portefeuille wil met looptijden tussen drie en vijf jaar, ben je genoodzaakt om steeds te blijven handelen, om de looptijden in portefeuille op het gewenste niveau te houden.

ETF’s nemen dat tijdrovende klusje van je over.  En dat maakt obligaties tot een asset class die voor grote èn kleine beleggers veel beter te bespelen valt dan vroeger het geval was, toen je er een gespecialiseerde beheerder voor moest inhuren.

Door de combinatie van gemak en lage kosten is het niet vreemd dat obligatie-ETF’s zo populair zijn, zelfs bij een extreem lage rente. Grote institutionele beleggers schakelen steeds vaker over op de ETF-vorm voor (delen van) hun obligatieportefeuilles. Het is efficiënter dan zelf doen en geeft flexibiliteit.

Aanvaardbaar rendement

Bovendien hebben beleggers in obligatie-ETF’s de laatste jaren weinig te klagen gehad. Als we de grote beleggingscategorie van euro-bedrijfsobligaties er eens bij pakken, dan valt op dat vier leidende ETF’s in deze sector allemaal een prima jaar doormaken met een rendement van meer dan 5% in de eerste zes maanden. Over de laatste drie jaar komen de rendementen ook nog positief door, met een gemiddeld niveau van rond de 2%. Geen vetpot, maar voor een defensieve belegging – en dat zijn deze obligaties – een keurig resultaat: het rendement is hoger dan de inflatie in ieder geval.

Kleine verschillen

Maakt het nog uit welke obligatie-ETF je koopt? Jazeker, er zijn heel veel verschillende indices in dit segment, die allemaal een net even andere systematiek hebben. Zo kun je kiezen voor bepaalde looptijden, voor overheids- of bedrijfsobligaties, voor inflatiegerelateerde obligaties en voor obligaties met een duurzaamheidsfilter.

Het is dus wel even opletten wat je koopt, waarbij de namen van de ETF’s en de onderliggende indices het er vaak niet makkelijk op maken. De vier ETF’s in euro-bedrijfsobligaties hieronder bieden de keuze uit een belegging in de Bloomberg Barclays Euro Aggregate Corporate Total Return Index (Vanguard en SPDR), de Markit iBoxx Liquid Corporates Index (Think) en de Markit iBoxx Liquid Corporates Large Cap Index (iShares).

Een feest der herkenning zal het voor de meeste beleggers niet zijn. Belangrijkste om te weten is dat er niet erg veel verschil tussen zit. Think heeft iets minder exposure naar korte looptijden (1 tot 3 jaar) dan de anderen, dat is het wel zo’n beetje.

In de portefeuilles van deze obligaties valt op dat er ook behoorlijk wat Amerikaanse namen tussen zitten. Dat lijkt vreemd voor een ETF in euro’s, maar dat heeft alles te maken met het feit dat het voor Amerikaanse bedrijven interessant kan zijn om in euro’s te lenen – de rente in de VS is momenteel hoger dan in Europa. Het gaat hier dan ook om bedrijfsobligaties in euro’s, niet om obligaties van Europese bedrijven.

Vier ETF’s in euro-bedrijfsobligaties

Welke ETF zou je moeten kiezen uit onderstaand lijstje – er van uitgaand dat je in euro-bedrijfsobligaties wilt beleggen? Kijkend naar kosten en prestaties springt de ETF van Vanguard goed uit de vergelijking. Die combineert de laagste kosten (0,12% lopende kosten) met het beste driejaarsrendement. Bovendien is de ‘alpha’ – een getal dat staat voor hoeveel een fonds beter of slechter presteert dan de index – exact nul, wat bij een ETF vooral aangeeft dat er geen onnodige afwijkingen van de index plaatsvinden – precies zoals we het willen.

Als het gaat om de ‘vorm van de dag’ is de ETF van Think er een om in de gaten te houden. De onderliggende index, die zich minder sterk richt op de allergrootste bedrijven en dus ook in looptijd iets afwijkt, is 2019 goed begonnen en ligt duidelijk voor op de andere drie ETF’s.

  Index Lopende kosten Rendement 2019* Rendement 3 jaar (gem.)* Morningstar-sterren
Vanguard EUR Corporate Bond UCITS ETF Bloomberg Barclays Euro Agg Corp TR 0,12% 5,2% 2,4% ****
Think iBoxx Corporate Bond UCITS ETF Markit iBoxx Liquid Corporates 0,15% 6,4% 2,1% ***
iShares € Corp Bond Large Cap UCITS ETF EUR Markit iBoxx Liquid Corporates Large Cap 0,20% 5,5% 1,9% ***
SPDR Bloomberg Barclays Euro Corporate Bond UCITS ETF Bloomberg Barclays Euro Agg Corp TR 0,20% 5,6% 2,1% ****
*Per 30 juni 2019; Bron: Morningstar
Pieter Kort is hoofdredacteur van IEX Media. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Klik hier voor een overzicht van de beleggingen van de IEX-redactie.

Lees meer

    Alles over de rente