Soms zijn synthetische ETF's prima

Fysieke of synthetische ETF's? Vergeet die stammenstrijd. "Synthetisch" kan net zo goed zijn, en is soms zelfs beter.

Synthetische ETF's zijn als groep niet beter of slechter dan fysieke trackers. Je hebt goede en slechte, goedkope en dure. Soms verdient een synthetische tracker de voorkeur, soms een fysieke. Zelfs het verschil in tracking error tussen "fysiek" en "synthetisch" is niet doorslaggevend. Van de 1600 in Londen genoteerde trackers zijn er 485, met 114 miljard pond onder beheer, geschikt voor Jan de Belegger. Daarvan zijn er 218, met 28 miljard, synthetisch. 

Met andere woorden: synthetische ETF's horen er gewoon bij, al was het alleen maar omdat ze een significante minderheid van het aanbod uitmaken. Dit schrijft Stephen Walters op het blog ETF.com. Walters is een onafhankelijk financieel adviseur die is gespecialiseerd in indexproducten voor particulieren. Hij mijdt alleen ETF's die inverse zijn, ofwel met derivaten short gaan op "hun" index, leveraged (hoger rendement dankzij schuldhefboom) dan wel exotisch. 

Fysieke trackers beleggen daadwerkelijk in de index of het mandje waarden dat eronder ligt. Synthetische ETF's ruilen de onderliggende waarden met een andere partij, meestal een zakenbank, en bootsen de resultaten van die portefeuille na met behulp van swaps en andere derivaten. Voorstanders stellen dat synthetische ETF's hun mandje nauwkeuriger volgen, tegenstanders wijzen op hoge kosten, ondoorzichtigheid en het kredietrisico van die tegenpartij. 

Twee ereleden en één pestkop
Club Synthetica is extra verdacht omdat het een vrijwel exclusief Europees gezelschap is; in de VS zijn synthetische ETF's zelfs verboden. De twee ereleden van de club zijn Deutsche en SocGen, tevens de Europese marktleiders in synthetische ETF's onder de namen db X-Trackers en Lyxor. De mandjes laten zij, heel toevallig, beheren door hun eigen zakenbankiers. Het Amerikaanse BlackRock, wereldmarktleider in ETF's, mag de twee graag pesten

In feite hebben beide kampen een beetje gelijk, stelt Walters. Neem nou die tracking error. Bij de 218 in Londen genoteerde synthetische ETF's waaruit hij kiest voor zijn klanten, loopt die afwijking uiteen van 6,3% minder rendement dan "hun" index tot 4,2% meer. De beste fysieke outperformer doet het 11,7% beter, maar de fysieke muurbloem presteert maar liefst 24,7% slechter. De gemiddelde afwijkingen zijn min 0,4% voor synthetisch, min 0,3% voor fysiek. 

Nog minder verschil is er in de kosten. Bij synthetisch loopt de total expense ratio (TER) uiteen van 0% tot 1,1% van het beheerd vermogen, by fysiek van 0,05% tot 0,85%. Maar de gemiddelde TER ligt in beide categorieën op 0,45%. En wat de omvang betreft, ofwel de liquiditeit: de grootste fysieke ETF beheert 8 miljard pond, de grootste synthetische 2 miljard – nog altijd veel geld. Soms is er meer keus in "synthetisch", zoals in aandelen wereldwijd en China. 

Zeven redenen waarom "synthetisch" beter kan zijn dan "fysiek"

Blijft over het kredietrisico. Beleggers in synthetische ETF's lopen kans dat de beheerder van de fysieke stukken failliet gaat of om een andere reden niet meer kan leveren. Maar de meeste aanbieders hebben daar iets op gevonden: spreiding, of een verzekering. Bovendien verdienen ook steeds meer fysieke trackers dat adjectief niet meer, omdat ze "hun" index gedeeltelijk nabootsen. Al met al komt Walters tot zeven situaties waarin "synthetisch" zelfs beter is: 

1. De onderliggende waarden zijn onvoldoende liquide of nauwelijks te krijgen. Denk aan aandelen uit China, Oost-Europa en van wereldwijd opererende vastgoedfondsen. Nadoen is dan beter. 

2. De index is zo groot dat die niet meer fysiek te repliceren is. Denk aan de meeste wereld-indices, de FTSE All Share en de Japanse Topix. 

3. De index is juist te klein. Denk aan de beurs van Mexico, en aan sectoren als scheepvaart en atoomenergie. Door nabootsing worden die toch toegankelijk voor de particulier. 

4. Een mandje of index van grondstoffen. Denk aan een kade vol vaten olie, balen tarwe en broodjes goud: fysieke replicatie is hier eenvoudig onmogelijk. 

5. Moeilijke handel om redenen van regime, communicatie of zakencultuur. Denk aan – alweer – China, Turkije, Rusland en zelfs Thailand. 

6. De mogelijkheid van een vaste tracking error. Sommige aanbieders garanderen dat hun product nooit meer of minder dan x zal afwijken van zijn onderliggende waarden. Gewoon, omdat beleggers houden van zekerheid. Zo'n garantie is gemakkelijker te realiseren met synthetica. 

7. De mogelijkheid van meerdere tegenpartijen. Sommige aanbieders van synthetische trackers verdelen de onderliggende waarden over meerdere aanbieders. Dat vermindert niet alleen het tegenpartij- ofwel kredietrisico, maar vergemakkelijkt ook de periodieke herbalancering van de portefeuille en, desgewenst, de toepassing van bepaalde complexe en specialistische handelsstrategieën. 

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

IEXFonds 40