Help de ongeduldige belegger

Beleggers zijn nog steeds te impulsief. Daar liggen kansen voor adviseurs om toegevoegde waarde te laten zien.

Beleggers houden er niet van om te verliezen op hun beleggingen. Omdat het maar weinig voorkomt dat je precies kunt weten wanneer er een koersdaling begint of eindigt, moeten beleggers afwegingen maken over wanneer ze besluiten uit te stappen wanneer de waarde van een belegging daalt.

Emoties spelen daarbij een belangrijke rol, en dan met name hoeveel geduld beleggers kunnen opbrengen en hoe groot hun weerzin tegen verlies is. Die kenmerken blijken voor een belangrijk deel cultureel bepaald: er blijken tussen landen duidelijke verschillen te bestaan in hoe geduldig beleggers zijn en hoe afkerig tegen verliezen.

Gedragseconoom Thorsten Hens, hoogleraar financiële economie aan het Zwitserse Finance Institute, ondervroeg in opdracht van het Global Financial Institute van Deutsche Asset & Wealth Management beleggers van over de hele wereld, en verzamelde gegevens van diverse beleggingsfondsen. Zo ontdekte hij onder meer dat Aziatische beleggers – met name uit landen als Hongkong, Thailand en Zuid-Korea – veel ongeduldiger zijn dan Europese. Met name Nederlandse beleggers zijn tamelijk geduldig, ontdekte Hens.

Wat kun je ermee, als je dit weet?
Als je meer inzicht hebt in het gedrag van beleggers, kun je de in- en uitstroom van fondsen en andere beleggingen beter begrijpen – en daarmee ook beter voorspellen. Het is bijvoorbeeld erg nuttig om te weten dat in landen waar beleggers een relatief grote afkeer hebben tegen verlies ook sneller geld uit beleggingsfondsen stroomt wanneer verliezen optreden.

Omgekeerd stappen ze sneller in wanneer er weer winsten worden gemaakt. Kortom: ze zijn impulsiever, en dat heeft uiteraard ook zijn invloed op de volatiliteit van de kapitaalstromen. Eveneens interessant is het gegeven dat het gedrag van beleggers wat dat betreft niet symmetrisch is: een verlies van bijvoorbeeld 10% leidt tot veel heftigere emoties dan een winst van 10%. Ook dat helpt bij het anticiperen op kapitaalstromen.

Uit het onderzoek van Hens kwam tevens naar voren dat de rendementen van beleggingsfondsen veel overeenkomsten vertonen met de rendementen op de markten waarin die fondsen gevestigd of verkocht zijn. Dat wijst er volgens Hens op dat beleggingsfondsen voor een belangrijk deel geneigd zijn te beleggen in eigen land of regio. Daardoor hebben niet alleen beleggers per land een bepaald een profiel, maar ook beleggingsfondsen.

Opmerkelijk is overigens dat in alle landen die Hens onderzocht bleek dat de financiële crisis een impact heeft gehad op de psychologie van beleggers. Sinds 2007 zijn beleggers minder snel dan voorheen geneigd in te stappen in fondsen wanneer zich prijsstijgingen voordoen in hun thuismarkt. Hens wijst erop dat er meer economische onzekerheid is, en dat beleggers angstiger zijn geworden.

Wat betekent dit voor de adviseur?
De beleggingsadviseur, die de laatste tijd erg onder druk staat, krijgt met dit onderzoek een hart onder de riem gestoken, want het laat juist goed zien wat voor de belegger de toegevoegde waarde van een adviseur of een fondsbeheerder is. Immers, zelfs de relatief geduldige Nederlandse beleggers laten zich toch veelal door emoties leiden. Een adviseur of een fondsbeheerder kan ervoor zorgen dat een portefeuille rationeler wordt beheerd en beleggingsbeslissingen niet worden gemaakt op basis van emoties.

 

Pieter Furnée is hoofd van Deutsche Wealth & Asset Management Nederland. Zijn columns op IEXProfszijn niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies.

Alternatieve beleggingen