Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs.

Hij is sinds 2001 actief in de financiële journalistiek met een uitgebreid freelance-verleden en een lange geschiedenis bij IEX. Hij is ook de bedenker en samensteller van de IEX Fonds 40 en de IEX Defensieve 30

. Sinds 2015 is Van Kleef chief editor Investment Writing & Translations bij Robeco.

ING zit meer in indexfonds dan ETF

Vanwege kosten en beleggersgiro prefereert ING indexfondsen boven ETF's. Maar niet elke tracker is welkom in het schap.

Waar Rabobank, gemeten naar het aandeel van passief beleggen in beheer- en adviesportefeuilles het braafste jongetje in de klas genoemd mag worden, komt ING er ogenschijnlijk schoorvoetend wat achteraan. Maar ook hier neemt het aandeel van ETF’s en indexfondsen in klantportefeuilles toe. Waar dat een jaar geleden nog onder de 3% ligt, is dat nu “tussen de 10 en 15%”, zegt Bob Homan, hoofd investment office ING. En dat is best een flinke sprong.

De bulk van het passief belegd vermogen zit in indexproducten op de MSCI World (van Vanguard) en een Europese obligatie-index (van iShares). “Die twee indexfondsen zitten in alle klantportefeuilles en worden vooral gebruikt om de assetallocatie aan te passen. Willen we tijdelijk meer in aandelen, dan verkopen we wat van het passieve obligatiefonds en kopen we de wereldaandelenindex bij.”

Dat is één van de drie levels waarop het investment office van ING kiest voor de passieve insteek. “Behalve de topdown assetallocatie zetten we ETF’s ook in voor het aanbrengen van onder- en overwegingen op sector- en regioniveau. Tot slot gebruiken we ETF’s in markten waar we geen outperformance van actieve beheerders verwachten.”

Indexfondsen
Dat is niet per se het klassieke schoolvoorbeeld van de grote, liquide en efficiënte Amerikaanse largecapmarkt zoals bij de andere banken. “Nee, daar zien we genoeg actieve fondsen die in het verleden de markt verslagen hebben en waarvan we verwachten dat ze dat in de toekomst ook kunnen.” De afweging tussen actief en passief is niet zozeer marktgebonden, maar meer tijdsgebonden, stelt Homan. “Er zijn tijden dat de onderlinge correlatie tussen aandelen hoog is, dan kiezen we voor passief. Bij een lage correlatie tussen aandelen, wordt actief interessant.”

Bij ING is de keuze voor de invulling van het passieve gedeelte grotendeels op indexfondsen gevallen, niet op ETF’s. “Dat heeft vooral te maken met het feit dat indexfondsen ook geschikt zijn voor de giro, in tegenstelling tot ETF’s.”

En natuurlijk speelt ook de kostenafweging een rol. De indexfondsen zijn al gauw een paar basispunten goedkoper, een voordeel dat in zijn geheel ten goede van de klant komt. Nadeel is wel dat sommige aanbieders van indexfondsen een op- en afslag in rekening brengen. “Die indexfondsen mijden we, waardoor we dus niet het hele aanbod hebben. Wel hebben we schaalgrootte genoeg om met deze partijen om tafel te zitten en over die op- en afslag te onderhandelen. Daar hebben we ook wel successen geboekt.”

Fysieke trackers
Binnen het ETF-aanbod kiest ING nadrukkelijk voor fysieke trackers. “Leveraged en inversed ETF’s doen we sowieso niet. Synthetische ETF’s hebben we op dit moment niet, maar zouden we wel kunnen aanbieden, als fysieke ETF’s niet beschikbaar zijn, of een te grote tracking error hebben. Grondstoffen bespelen we nu via actieve fondsen, als we die passief willen bespelen zit je by nature al vast aan synthetische trackers.”

Maar ook de simpele, transparante ETF’s zijn niet zo eenvoudig als vaak wordt gesuggereerd. “Als je via een tracker exposure naar de wereldindex wilt hebben, dan heb je al volop keus – ook op het gebied van de onderliggende waarde. De MSCI All Countries of MSCI Developed Markets, het maakt dit jaar al gauw 4 à 5% verschil uit.”

IEXProfs Index Special 2013

AFM-inmenging
Over de inmenging van de Autoriteit Financiële Markten is Homan opvallend mild. “De AFM wil naar goed, eerlijk advies. Dat is een prima taak, ook al zetten daarom ze de discussie soms zwaar aan. Ik heb daar geen moeite mee.” Dat neemt niet weg dat Homan er moeite mee heeft om producten – zoals de door de AFM fel bekritiseerde synthetische ETF’s – uit de schappen te halen.

“Als je dat doet, dan wek je de schijn dat alles wat in de schappen blijft liggen risicoloos is. Je geeft die producten dan onbedoeld een zwaar kwaliteitsstempel.” Toch vindt Homan de AFM, in tegenstelling tot Martijn Storsbergen van ABN Amro MeesPierson, geen scheidsrechter die de wedstrijd doodfluit.

“Ik heb totaal niet de indruk dat wij iets doen dat we zonder de bemoeienis van de AFM niet zouden hebben gedaan.” Zonder de zachte druk van de AFM zou de weging voor passief ook in een jaar tijd van 3% naar 10 tot 15% zijn opgelopen? “Ja, vanwege de eerder genoemde drie redenen.” Ook de enorme focus op kosten vindt Homan prima. “Kosten bepalen voor een belangrijk deel het rendement. Natuurlijk komen we straks op het punt dat één basispunt meer of minder niets meer uitmaakt.”

Concurrentie
Waar vaak gedacht wordt dat de opkomst van de ETF verder bevorderd zal worden door het aanstaande retrocessieverbod, houdt Homan weliswaar rekening met een stijging van het gebruik van ETF’s, maar schrijft hij dit niet toe aan deze nieuwe regels.

“Actieve fondsen zullen juist in prijs dalen, waardoor ze beter zullen concurreren met ETF’s”, aldus Homan. De verwachte stijging van ETF’s komt volgens Homan door de flexibiliteit die deze producten geven bij het aanpassen van de portefeuilles.

Dit artikel is in een uitgebreidere vorm eerder gepubliceerd
in IEXProfs magazine. Lees hier het hele artikel (pdf)


Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus