Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs.

Hij is sinds 2001 actief in de financiële journalistiek met een uitgebreid freelance-verleden en een lange geschiedenis bij IEX. Hij is ook de bedenker en samensteller van de IEX Fonds 40 en de IEX Defensieve 30

. Sinds 2015 is Van Kleef chief editor Investment Writing & Translations bij Robeco.

Kickback boeit klant niet

De afschaffing van de kickbackvergoeding levert vooral onduidelijkheid op. De belegger kan het allemaal weinig schelen.

“Het was heel belangrijk dat we als sector met een oplossing kwamen en niet ieder voor zich.” Karien van Gennip, directeur private banking & beleggen bij ING Nederland, is de grand lady van het Herenakkoord waarmee zes Nederlandse banken begin dit jaar naar buiten traden. Zij schaffen op eigen initiatief de kickbackvergoeding per 1 januari 2014 af en lopen daarmee vooruit op Europese regelgeving.

“We hebben anderhalf, twee jaar toegewerkt naar dat moment, gewerkt aan een gezamenlijke visie. Doel was de transparantie voor en kostenbewustzijn van klanten te vergroten. Als Nederland lopen we voor de muziek uit, maar dat betekent niet dat we een eigen weg inslaan, we lopen vooruit op de weg die Europa inslaat. We wilden als banken in één keer naar de ideale situatie gaan.”

Het aanpakken van het probleem als sector – en niet ieder voor zich – is heel belangrijk, volgens Van Gennip. “Je creëert daardoor centrale communicatie naar klanten toe, via de Nederlandse Vereniging van Banken en de AFM. Verder konden we zo als banken duidelijkheid verschaffen naar assetmanagers toe: de kosten mogen voor klanten in het retrocessievrije systeem niet hoger worden. Fondshuizen moesten een extra shareclass introduceren voor hun fondsen, zonder kickback.

De grote spelers als BNP Paribas, Delta Lloyd, ING Investment Management, Robeco en BlackRock, die zijn daar inmiddels zo’n beetje klaar mee. Bij ING kunnen we inmiddels 70% van de fondsen kickbackvrij aanbieden.” Dat doet ING overigens pas voor 30% van de fondsen, vanwege een btw-issue. Het Europese hof bepaalde namelijk dat de volledige service fee bij beheer btw-plichtig wordt – een onverwachte kink in de kabel in het traject.

Van Gennip denkt dat de resterende 30% van de fondsen van derden die zij aanbiedt per 1 januari ook retrocessievrij beschikbaar is. “Het gaat nog om kleinere spelers, of grote buitenlandse partijen die in Nederland kleinschalig actief zijn. In principe is vanaf 1 januari het hele fondspalet in advies en beheer kickbackvrij. Bij het execution only-gedeelte zullen wellicht wel fondsen met kickback in het schap blijven, in 2014." Daarbij wordt gebruikgemaakt van de overgangsregel zoals het ministerie van Financiën die heeft vastgelegd voor 2014.

Slecht plan
Waar Van Gennip behoedzaam op de vlakte blijft rond het overgangsjaar, was Rabobanks Han Dieperink minder diplomatiek tijdens de Waterside Convention, begin juni. Hij noemde het overgangsjaar “geen goed plan”, en betoonde zich voorstander van één groot overschakelmoment naar rebatevrije fondsen in plaats van het noodverband van verschillende shareclasses aanleggen – iets waarvoor ook enkele assetmanagers pleiten (zie kader).

Het wettelijk verbod op retrocessies maakte het ministerie enkele weken na het Herenakkoord bekend. Op dit moment verwerkt het ministerie de door de sector gemaakte opmerkingen tijdens een consultatieronde, waarin met name is aangegeven dat een aantal zaken operationeel moeilijk uitvoerbaar zijn. “De meerderheid is gewoon per 1 januari zonder distributievergoeding beschikbaar. Daardoor ontstaat ook een dynamiek in de markt die partijen dwingt mee te gaan.”

Van Gennip ziet de wetgeving met dat overgangsjaar niet als een ‘overruling’ van het Herenakkoord door het ministerie van Financiën. “Het is een complex proces waarbij je onderweg steeds bijleert.” Zoals het feit dat veel klanten in 2014 met twee regels voor één fonds in hun portefeuille dreigen te komen zitten, één met en één zonder retrocessie.

Een oplossing op dat punt is er nog niet. “Daar moet je als sector goede afspraken over maken. Het vervangen van fonds A door de retrocessievrije shareclass van fonds A heeft geen impact op de strategie of het risico van een klantportefeuille. De vraag is of je dat moet voorleggen aan je klant. Als fonds A geen retrocessievrije variant kent, en je hem vervangt door een vergelijkbaar fonds, moet je natuurlijk toestemming vragen aan de klant.”

Nauwelijks vragen
Wat het meest opvalt is dat die klant zich nauwelijks druk lijkt te maken om de materie die banken en assetmanagers al maanden in de greep houdt. Bij ING werd een uitgebreide handleiding geschreven voor klanten en medewerkers om het verhaal uit te leggen aan klanten. Van Gennip, lachend, “Kennelijk is het verhaal goed overgekomen, want we krijgen er nauwelijks vragen over”. Dan meer serieus: “Het is een wonderbaarlijke afstand tussen banken en klanten. Wellicht krijgen we, nadat we de jaarrekeningen over 2014 sturen, meer vragen, want dan lijken de kosten plotseling veel hoger uit te vallen.”

Van Gennip is tevreden over de voortgang die assetmanagers geboekt hebben en de coöperatie van die zijde. “De uitgangspunten waren duidelijk: kosten moeten in de nieuwe omgeving gelijk blijven, de hele transformatie is geen margespel.” Volgens Van Gennip is de grootste winst van het nieuwe retrocessievrije speelveld het feit dat de klant beter af is, door meer transparantie bij gelijkblijvende kosten. De proactiviteit van de Nederlandse banken is misschien ook wel een slimme strategische zet. “Het vertrouwen in banken is herstellende, maar nog broos.”

Retrocessies zijn uit de tijd, stelt Van Gennip, maar de vraag of het in het verleden niet ook zonder had gemoeten, blijft zij het antwoord schuldig. “Het vergoedingensysteem was jaren oud en breder dan onze sector.” Uiteindelijk ontkomt zij ook niet aan de opmerking die we ook bij andere banken in hun charmeoffensief zo vaak horen: de klant komt centraal te staan. “We beginnen elke dag met de vraag: hoe kunnen we het beter doen voor onze klant?” De dwingende hand vanuit (Europese) toezichthouders lijkt dat denkproces – dat moreel ontwaken – bij banken in elk geval een stroomversnelling te hebben gebracht.

Onenigheid ministerie van Financiën en AFM?
Het wetsvoorstel waarmee het ministerie van Financiën eind februari vriend en vijand verraste – de timing, vlak na het Herenakkoord was op zijn minst opvallend – zorgde voor de nodige reacties, een deel daarvan is openbaar en terug te lezen op de website van het ministerie. Daarnaast deed het ministerie een consultatieronde in de sector, die afliep op 1 mei. “Die is inmiddels afgerond, de reacties worden niet openbaar gemaakt”, stelt een woordvoerder van het ministerie. “Het aangepaste wetsvoorstel ligt nu bij justitie voor wetgevingstoetsing.”

Ook dat nieuwe voorstel wordt niet meer openbaar gemaakt – de kans om nog te reageren of te lobbyen is geweest. “De uiteindelijke wet wordt gepubliceerd in het Staatsblad, vermoedelijk eind dit jaar”, stelt de MinFin-woordvoerder. Wel geeft het ministerie aan dat het eerder voorgestelde overgangsregime van een jaar overeind is gebleven, “in verband met de implementatieproblematiek”.

Of het ministerie met de wetgeving de financiële toezichthouder AFM – dat op eigen houtje onderdeel uitmaakte van het herenakkoord met zes banken – op de vingers getikt heeft, wil de woordvoerder van het ministerie bevestigen noch ontkennen. Opvallend is in dat licht wel dat de AFM zich op dit moment van verder van commentaar onthoudt “totdat het ministerie de consultatieronde heeft afgerond”.

 

  • Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de juni-uitgave van IEXProfs magazine

IEXProfs magazine


Peter van Kleef was tot en met 2014 hoofdredacteur van IEXProfs. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

De impact van het coronavirus