Nieuws

Mijnbouw vreest einde "supercyclus"

Mijnbouwers kampen met dalende prijzen en stijgende kosten. Deels door eigen schuld: onderinvestering, zo meldt de FT.

Mijnbouwers lijden onder stijgende kosten en dalende prijzen voor de materialen die zij uit de grond halen. Zij vrezen het einde van de "supercyclus", de periode waarin zij jarenlang megawinsten behaalden door een combinatie van een exploderende vraag vanuit China en krap aanbod door decennia van onderinvestering. De Financial Times maakte maandag de balans op in de wereld van ijzer, koper en edelmetalen.

Zo zag Anglo American de bruto winst in het eerste halfjaar kelderen met 55%. De blijvend slappe wereldeconomie drukt de bouw en verkoop van auto's, en daarmee de vraag naar staal, koper en platina, en hun prijzen, in weerwil van slinkende onderaardse voorraden. Tegelijkertijd beleefden de mijnbouwers een kostenexplosie, al koelt die wel wat af: 8% vorig jaar, 4% in de eerste helft van 2012, circa 2% in de tweede helft.

Nog erger voor de kapitaalintensieve mijnbouw was het gevolg: een 20 tot 40% geringere cashflow in de eerste helft van dit jaar ten opzichte van de laatste zes maanden van 2011. Vele mijnbouwers bliezen geplande investeringen in bestaande en nieuwe mijnen af. Het meeste opzien baarde het besluit van BHP Billiton om 346 miljoen dollar af te schrijven op de nieuwe Olympic Dam koper- en uraniummijn in Zuid-Australië.

Rio Tinto: 60% minder cashflow
Sommige commentatoren denken dat het project, dat in totaal 20 miljard dollar kost, zelfs geheel van tafel is, domweg omdat het nooit meer rendabel zal worden. Bij veel mijnbouwers dekte de cashflow in het eerste halfjaar niet eens de kapitaalkosten en dividenden. Het minst slecht vergaat het de bedrijven die niet van één grondstof afhankelijk zijn, zoals BHP Billiton (ijzererts, steenkool, koper, aluminium en kali).

Maar het Braziliaanse Rio Tinto haalt bijna alleen maar ijzererts uit de grond. Dat werd het laatste kwartaal bijna een kwart goedkoper tot 101,50 dollar per ton, waardoor Rio dit jaar 60% van zijn cashflow zag verdampen. Anderzijds heeft Rio grote belangen in de Pilbara in West-Australië, waar de productie van een ton ijzererts slechts 40 tot 45 dollar kost.

Analisten vrezen vooral dat de mijnbouwers in een oude fout zullen vervallen. Tijdens de "supercyclus" verdienden zij zo gemakkelijk geld dat zij nalieten te investeren in nieuwe mijnen, en in de modernisering van hun bestaande faciliteiten. Zulk achterstallig onderhoud was een voorname oorzaak van het drama in Lonmin's platinamijn in Marikana in Zuid-Afrika, waar de politie onlangs 44 stakende mijnwerkers doodschoot.

Gebrek aan investeringen wordt duur betaald
Nu de mijnbouwers juist te weinig verdienen om te kunnen investeren, dreigt het gevaar dat zij niet kunnen groeien als de vraag straks weer aantrekt. En dat doet hij een keer, benadrukt Rachael Bartels, mijnbouwanalist bij Accenture. "De onderliggende vraag naar grondstoffen zal niet verdwijnen. China en India zijn nog lang niet klaar met hun verstedelijking en in Afrika zijn ze nog niet eens begonnen."

Kelderende koersen onderstrepen de krappe kas van de grote mijnbouwers. Lonmin verloor dit jaar bijna 40% van zijn beurswaarde. Er is domweg teveel platina; zelfs na de stakingen in Zuid-Afrika, die al 420.000 ton productie kostten, zal dit jaar vermoedelijk aflopen met een overschot van 150.000 ton. Het aandeel Impala Platinum leverde 20% in, Anglo American een kwart, Rio Tinto 16% en BHP "slechts" 3,5%.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Duurzaam beleggen