Nieuws

Welke Fed-president was de beste voor de beurs?

Heel wat presidenten hebben aan het roer gestaan van de machtige Federal Reserve. Hoe doet Jerome Powell het ten opzichte van zijn vijftien voorgangers?

De Federal Reserve bestaat al sinds 1914, opgericht net na het begin van de Eerste Wereldoorlog. Het is uitgegroeid tot een instelling met grote macht over de Amerikaanse economie en aandelenmarkt, schrijven John Divine en Amanda Gordon op US News Money.

Het stelsel van centrale banken heeft de macht om geld bij te drukken, de rente te verhogen of te verlagen. De laatste jaren was de centrale bank druk met ongekende reddingsoperaties om de Amerikaanse economie voor de afgrond weg te houden.

Heel wat presidenten hebben aan het roer gestaan van dit machtige instituut. Hoe doet Jerome Powell het ten opzichte van zijn vijftien voorgangers? Er wordt vooral gekeken naar de rendementen op de aandelenmarkten, inflatiecijfers, werkloosheid en rentebeleid.

Iedere president zijn of haar eigen uitdagingen

Elke Fed-president had zijn of haar eigen uitdagingen. Voor beleggers zijn de prestaties van de aandelenbeurs een belangrijke graadmeter. Powell noteert dan in de middenmoot, maar nog wel in de top tien van beste Fed-presidenten, gerekend naar het rendement van de Dow Jones.

De Fed-voorzitters met het beste gecorrigeerde jaarrendement van de Dow Jones: 

  1. Daniel R. Crissinger (1923-1927): 17,2%
  2. Janet Yellen (2014-2018): 11,9%
  3. Paul Volcker (1979-1987): 9,3%
  4. Roy A. Young (1927-1930): 8,6%
  5. Charles Sumner Hamlin (1914-1916): 8,5%
  6. Thomas B. McCabe (1948-1951): 8,3%
  7. Alan Greenspan (1987-2006): 4,7%
  8. Jerome Powell (2018-heden): 4,4%
  9. Eugene Robert Black (1933-1934): 4%
  10. William M. Martin (1951-1970): 3,9%
  11. Ben Bernanke (2006-2014): 2,5%
  12. Marriner S. Eccles (1934-1948): 0%
  13. G. William Miller (1978-1979): -1,8%
  14. William P.G. Harding (1916-1922): -5,6%
  15. Arthur F. Burns (1970-1978): -5,6%
  16. Eugene Meyer (1930-1933): -26,1%

Onder de eerste president, Charles Sumner Hamlin, boekten de aandelenmarkten aantrekkelijke rendementen, maar de inflatie liep op van 3% tot 7,9%. Dat was een stijging van 4,9 procentpunt.

In de jaren na de Eerste Wereldoorlog schoten de prijzen omhoog. Het was een zeer moeilijke periode. Onder meer Milton Friedman ziet in het beleid van zijn opvolger, William Harding, om de rente snel te verhogen, de oorzaak van een tegenovergesteld probleem: snelle deflatie en een ernstige recessie in 1920-21. Tegen het einde van Harding's regeerperiode daalden de consumentenprijzen met 6,2% per jaar.

 

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Assetallocatie