Nieuws

Infrastructuur als inflatiehedge

Mocht de inflatie uit de hand lopen, dan heeft dat grote impact op aandelen- en obligatierendementen. Infrastructuurfondsen bieden dan uitkomst.

Twee thema’s bepalen momenteel het sentiment op de beurs. Dat zijn de nieuwe coronavariant omikron en de stijgende inflatie.

Voor beide is het onzeker wat de toekomst brengt. Omikron kan in het ergste geval leiden tot nieuwe lockdowns, meer sterfgevallen en een economische groeivertraging, maar het kan ook best meevallen.

In het geval van de inflatie is er nog altijd een strijd gaande tussen diegenen die denken dat prijsstijgingen van voorbijgaande aard zijn (transitory) en zij die uitgaan van een meer structureel karakter.

Inflatie stijgt

De laatste groep lijkt de laatste weken steeds meer gelijk te krijgen. In de eurozone viel de inflatie met 4,9% op jaarbasis bijvoorbeeld hoger uit dan verwacht. Nederland en Duitsland zitten daar nog een stuk boven en in de VS bedraagt de inflatie inmiddels meer dan 6%.

De Amerikaanse Federal Reserve heeft daarom de draai gemaakt naar een krapper monetair beleid. In november werd voor 15 miljard dollar minder aan effecten gekocht dan eerder gepland en volgens Fed-voorzitter Jerome Powell is dat slechts het begin. Veel analisten gaan ervan uit dat volgend jaar ook de eerste renteverhogingen zullen volgen.

De ECB is nog niet zover, maar ook die maakt zich zo langzamerhand steeds meer zorgen over het hoge prijsniveau.

Bescherming

Al met al genoeg reden voor beleggers om zich in te dekken tegen een langere periode met prijsstijgingen van boven de 2%. Een goede optie volgens David Stevenson van Citywire zijn infrastructuurbeleggingen.

De meeste infrafondsen hebben vier vaste kenmerken:

  1. Er is sprake van een contract met een lange looptijd van bijvoorbeeld 25 jaar. Denk bijvoorbeeld aan de bouw en het onderhoud van een snelweg.
  2. De klant (vaak de overheid) doet vaste betalingen per maand.
  3. De vaste inkomsten zijn vaak gerelateerd aan de inflatie en worden gecorrigeerd op basis van de consumentenprijzen.
  4. Infrafondsen sluiten meestal leningen af met een vaste rente.

Grote onderlinge verschillen

Vooral de laatste twee punten wijzen op een zogenoemde natuurlijke inflatiehedge, die qua intensiviteit per infrastructuurfonds kunnen verschillen.

Zo zijn er de vrij nieuwe duurzaamheidsfondsen, zoals windprojecten en zonneparken, waarbij de inkomsten afhankelijk zijn van subsidies en stroomprijzen. De subsidies hebben bijna altijd een inflatiecomponent, terwijl de stroomprijzen meestal in de pas lopen met de consumentenprijzen.

Sociale infrastructuurfondsen versus groene fondsen

Daarnaast zijn er talloze “sociale” infrastructuurfondsen, zoals tolwegen, elektriciteitscentrales of telecomnetwerken.

De inflatiegevoeligheid kan per fonds verschillen. Vermogensbeheerder Investec heeft er onlangs een aantal op een rij gezet, waarbij ook werd gekeken naar wat er gebeurt als de inflatie daalt.

Daaruit blijkt dat de groene investeringsfondsen het meest gevoelig zijn voor inflatie (zowel naar beneden als naar boven). Beleggers die in hoge inflatie geloven zijn dus het best af bij groene energiefondsen. Maar ook de andere infrastructuurfondsen bieden in ieder geval meer bescherming tegen inflatie dan obligaties.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen. Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.

Lees meer

Outlook 2022